En wat, als je er even niet meer in gelooft? Preek ds. Otto Grevink Wezenzondag (en moederdag) 08-05-16

Tekst: Johannes 14: 15-21

Vandaag is het Moederdag en in de kerk Wezenzondag. Een bijzondere combinatie. Zeer velen maken mee dat ze hun beide ouders een keer in hun leven verliezen. En Jezus? Verliezen we hem met de hemelvaart? Jezus zegt dat hij zijn leerlingen niet als wezen achterlaat. Maar wat kunnen we daarmee? Voor onszelf, maar ook in de kerk? Een verweesd gevoel maakt zich wel eens van ons meester als we het gevoel hebben dat we er alleen voor staan, en dat het allemaal van onszelf afhangt. Ook in de kerk. Is er richting Pinksteren geen ander perspectief? Hoe blijft Jezus betrokken bij zijn kerk? En hoe kunnen wij daarop bouwen en vertrouwen? 

Wat een bijzondere combinatie van dagen is het deze zondag: het is Moederdag en in de kerk Wezenzondag. Ze versterken elkaar als je ze samen noemt. Als je vandaag Moederdag viert bij je moeder, dan weet je dat er eens een dag zal komen dat je geen moeder meer hebt. Natuurlijkerwijs gesproken. En als je dan ook geen vader meer hebt, hoe oud je ook bent, zul je toch wees zijn. Het is een belangrijk moment in het leven waar ik bij de uitvaart van een laatste ouder altijd even aandacht aan geef. Dat je geen ouders meer hebt.

Gemis

En in de reacties op de voorbereiding van de preek hoor ik dat ook terug. Dat hoe oud je ook bent, je je ouders kunt missen. Tegelijkertijd wordt ook verteld dat je je kinderen kunt missen. Als ze lang op vakantie zijn bijvoorbeeld. Dan is het toch fijn als ze weer thuis zijn. Maar ook: het zal je maar gebeuren dat je een kind moet verliezen. Of dat je weet dat natuurlijkerwijs gesproken het wel eens zo zou kunnen zijn dat je je kind overleeft. Herman van Veen verwoordde zo hoe moeilijk dat is: een vrouw wiens man is overleden heet weduwe, een man wiens vrouw is overleden weduwnaar, kinderen van wie de ouders zijn overleden heten wees, maar hoe noem je ouders die hun kind verloren hebben? Daar zijn geen woorden voor…

Natuurlijkerwijs gesproken komt het gelukkig het meest voor dat we wees raken, ergens in ons leven. Hoe vroeger dat is in je leven, het meer te vroeg dat voelt. Ik kan me er nog geen voorstelling bij maken. Voor anderen is die realiteit, ook als half-wees, maar al te waar. Het is de ervaring daarbij waar Jezus op aansluit als hij zegt: ‘Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug.’ Zonder Jezus zouden de leerlingen zich ook verweesd kunnen voelen. Hij was altijd dichtbij, en straks is hij niet meer bij hen. En Jezus voorziet dat goed. Bij Jezus’ hemelvaart schrijft Lucas: ‘Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. Ze zeiden: “Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken?”‘

Kun je geloven dat Jezus er is?

Het is een van de moeilijkste dingen van het geloof: dat je in iets gelooft dat je niet kunt zien. Dat je in iemand gelooft die je niet kunt horen. Waarbij het soms alleen nog maar van horen zeggen is. Juist die hemelvaart laat zo voelen dat God verborgen is. Hoe reëel je hem ook voelt misschien, en wat een zegen is dat, het maakt God niet concreet voor handen. En Jezus wordt een mooi voorbeeld. Maar ís hij er ook? Dat is moeilijk te geloven.

Met zonder Jezus

Zijn we als gelovigen alleen en op onszelf aangewezen, of is Jezus er ook? Een collega van mij van de missionaire opleiding gaf een mooie titel aan een boekje van onze kerk over Hemelvaart: Met zonder Jezus. Zoals kinderen met dit mooie lenteweer naar buiten gaan met zonder jas, zo zijn de leerlingen van Jezus, zo zijn wij na Hemelvaart met zonder Jezus. Toch ergens geborgen nog in die jas, maar hij is er niet meer. Nog ergens geborgen in Jezus, maar hij is er niet meer. En dan denk ik aan die momenten dat je inderdaad lekker buiten loopt met zonder jas, en dat het in een bepaalde hoek of een straat met schaduw door een opstekende wind toch ineens een beetje fris is. En dan mis je je jas. Zoals je ook Jezus kunt missen op een moment dat je leven even op de tocht staat. Brr. En waar is Jezus dan?

Jezus spreekt iedereen samen aan

Het valt me op dat Jezus zijn leerlingen niet individueel aanspreekt als hij zegt: ‘Ik laat jullie niet als wezen achter’. Hij spreek ze gezamenlijk aan. ‘Ik laat jullie niet als wezen achter’.  Net zoals de mannen in witte gewaden bij de hemelvaart zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken?’ Jezus spreekt niet de leerlingen individueel aan. Hij spreekt zijn beweging aan. Zijn beweging van volgelingen, van leerlingen. Een beginnende geloofsgemeenschap, een beginnende kerk. Die kerk kan zich verweesd voelen, als ze Jezus niet meer dichtbij voelen.

Hoe worden wij aangesproken? Waar is de spirit?!

En ergens bekruipt me het gevoel dat onze wijkgemeente daar soms ook last van heeft, van een verweesd gevoel. De kerkenraad heeft u deelgenoot gemaakt van de urgente situatie dat er te weinig ambtsdragers zijn. En het verwondert me hoezeer dat de gemeente lam lijkt te slaan. Om individueel allemaal heel begrijpelijke redenen zeggen mensen af, maar ik spreek hier ook niemand individueel aan. Maar ons samen, als geloofsgemeenschap. Waar is de spirit, die onze geloofsgemeenschap zo kenmerkt? Die te zien is in de kaartjes die we sturen aan zieken en in het omzien naar elkaar. Maar waar is de spirit dat we de schouders eronder durven zetten, omdat we erin geloven? Of is die spirit net zo versleten als ‘Yes we can’ en ‘Wir schaffen es’? Nee toch?!

Antwoord op het verweesde gevoel: we zijn niet alleen

Het antwoord op het verweesde gevoel is niet dat we maar allemaal ons uit de naad gaan werken om alles alsnog voor elkaar te krijgen. Het gaat dieper: we zijn niet alleen. Het hangt niet alleen van ons af. De mannen in de witte gewaden zeiden al tegen de Galileeërs die naar de hemel bleven kijken: ‘Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ En Jezus zelf gaat verder als hij zegt dat hij zijn leerlingen niet als wezen achterlaat door te zeggen: ‘ik kom bij jullie terug.’ En in de tussentijd zal hij een andere pleitbezorger sturen, ‘die altijd bij jullie zal zijn’, zegt Jezus: ‘de Geest van de waarheid’.

Bron van onze kracht: we staan er niet alleen voor

We zijn niet alleen. Ik realiseer me dat door een sterk beroep te doen op ieders verantwoordelijkheid we mogelijk uit het oog zijn gaan verliezen dat het uiteindelijk niet alleen van ons afhangt. Sterker nog: dat is juist onze bron van kracht. Dat het niet van ons afhangt. Dat we niet alleen zijn. We hebben een fantastische God, die voor ons en voor zijn kerk zorgt. En waarom? Omdat dat mooie verhaal van Jezus verteld moet blijven worden. Omdat dat verhaal ons niet alleen laat. In alles wat we meemaken, en in alles wat we doen. Af en toe prutsen we ook maar wat aan. Met de beste bedoelingen en zo goed mogelijk overwogen. Maar soms is het niet meer dan gepruts. En dat lucht ook op als we dat af en toe gewoon kunnen zeggen. Het hangt gelukkig niet van ons af.

Wat wij kunnen wij eraan doen?

Kunnen wij dan iets betekenen? Ja, juist! Juist wanneer we ons realiseren dat het niet van ons af hangt, en dat we niet alleen zijn, krijgen we kracht, krijgen we de Geest, de spirit, om de handen uit de mouwen te steken. Want God heeft ons lief. Hij laat ons niet alleen. Hij komt terug. Wat dat ook betekenen moge. We kunnen ons daar begrijpelijkerwijs geen voorstelling van maken. En dat hoeft ook niet, want dat kan ook niet. Maar het betekent: God laat ons niet alleen. Hij zorgt voor ons. Hij wil dat het verhaal doorgaat. Dat zijn Evangelie doorverteld blijft worden, ook in de Protestantse gemeente Waalwijk, samen met de Kerk aan de Haven. Ook aan nieuwe generaties en in nieuwe vormen.

Heb hem lief en heb elkaar lief

Het enige antwoord dat hij van je vraagt is: heb hem lief. En houd je dan aan zijn geboden. Met andere woorden: laat zien wat die liefde met je doet. Wat die liefde van God voor jou en van jou voor God in je teweeg brengt. Dan vind je hand vanzelf iets om te doen.

Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan, omdat God het wil, met ons

Hoe gaan we daar dan als gemeente mee om? Heel simpel: als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan. Vaak is dat moeten iets van ons. En dan moeten we soms iets loslaten om ruimte vrij te maken om de Geest ons in beweging te laten zetten. Laat je dan ook in beweging brengen. Heb God lief en heb de mensen lief. En geef dat Evangelie zo handen en voeten. Zodat het doorgaat. Niet omdat het moet, maar omdat het kan. Omdat God het wil. Met ons.

Geef een reactie