WELKE RICHTING GAAN WE OP ALS GEMEENTE?

De preek vraagt aan de kerkgangers of zij vooruit willen kijken. Welke richting gaan we op als gemeente? Welke doelen zullen we nastreven?
Kortom: we worden uitgenodigd om na te denken over de stip aan de horizon.
Het laatste Bijbelboek, de Openbaring van Johannes, heeft zich als boek van de toekomst gespecialiseerd in Gods stip aan de horizon. In hoofdstuk 21 ziet de profeet Johannes in een visioen Jeruzalem neerdalen uit de hemel op aarde.
Voilà, Gods stip of lange termijn doel: Jeruzalem, ook wel het Nieuwe Jeruzalem genoemd. Als deze stip onze koers bepaalt, mogen we wel weten waar ‘Jeruzalem’ voor staat!

Lezen: Openbaring 21 : 10 – 13 en 22 – 27

‘Ik raakte in vervoering, en hij nam mij mee naar een heel hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel neerdaalde, bij God vandaan.’
Openbaring 21 : 10

Het lange termijn doel
Vanmorgen vraag ik u, als betrokken leden van de kerk, vooruit te kijken.
Ik vraag u om de richting en het doel van de kerk -en van uw eigen leven- voor de toekomst te bepalen. Denk na over het zogenaamde lange termijn doel, ook wel de stip aan de horizon genoemd! Waar gaat het naartoe met ons? We kiezen onze toekomstige bestemming met de Bijbel in de hand.
In de kerk bepalen we onze koers immers naar aanleiding van het Woord van God. In deze dienst doen we dat met de stip die het boek de Openbaring aan de horizon plaatst. Het laatste Bijbelboek is, zoals u weet, gespecialiseerd in de christelijke toekomst verwachting als lange termijn doel.
De schrijver van de Openbaring, de Joods-christelijke profeet Johannes, ziet in hoofdstuk 21 dan als stip aan de horizon de stad Jeruzalem, die neerdaalt uit de hemel op de aarde.
‘Ik raakte in vervoering, en de engel nam mij mee naar een heel hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel neerdaalde, bij God vandaan. ‘
Met welke wens besluit een Joods gezin de paasmaaltijd, de seder, ook alweer?
Inderdaad met: ‘Het komende jaar in Jeruzalem.’ Met gelovig Israël strekt de kerk zich uit om te mogen leven in Jeruzalem. Voilà, de stad Jeruzalem als ons lange termijn doel, als onze uiteindelijke bestemming, als de stip voor Joden en christenen aan de horizon.

Jeruzalem
Nu is het nog maar de vraag of wij in de toekomst naar Jeruzalem zouden willen verhuizen om daar met de Joden samen te leven. Wil dat überhaupt gebeuren, dan moet het in die stad echt anders aan toe gaan, dan in de hoofdstad van de staat Israël, wat mij betreft. Dit Jeruzalem komt in de media naar voren als een bron conflicten, van eindeloos geweld en van bloed dat vloeit van Palestijnen en Joden. Gelukkig heeft de Bijbel niet het oude, maar een nieuw Jeruzalem op het oog. Het eerste Bijbelboek, Genesis, begint met het paradijs om na honderden lichte en donkere bladzijden over de geschiedenis van God en mens, in het laatste Bijbelboek de Openbaring te eindigen met een droomstad,het nieuwe Jeruzalem genaamd. Op onze aarde die zo onmenselijk kan zijn, dat men er martelkamers en executieplaatsen op nahoudt, daalt het nieuwe Jeruzalem neer uit de hemel, bij God vandaan, als een stad waar God en zijn liefdegeboden het bestaan van de bewoners doortrekken en bepalen.
‘Alles wat verwerpelijk is en iedereen die zich met gruwelijke dingen en leugens inlaat, komt de stad niet binnen, alleen zij die in het boek van het leven staan, het boek van het lam,’ staat er in de Openbaring. Zo is dat! Die a-locatie van geloof en humaniteit heet in de Bijbel ook wel het Koninkrijk van God. Wie ziet er niet naar uit? Onze gebeden in de kerkdienst besluiten we immers met de wens om daar te mogen wonen, als we met het Onze Vader van harte bidden:
‘Laat uw Koninkrijk komen, laat uw wil, uw geboden, geschieden op aarde, zoals in de hemel het geval is.’ Jezus zou ons ook hebben kunnen leren bidden: ‘Laat uw Nieuwe Jeruzalem komen!’

Gastvrij, veilig en God is present
In de prospectus van het Jeruzalem van de toekomst prijst het visioen uit de Openbaring de stad aan als een stad weliswaar met hoge muren maar waarvan de poorten naar alle kanten wagenwijd openstaan voor alle nationaliteiten, Jood en niet-Jood. De open poort geeft uitdrukking aan de uitnodiging naar binnen te komen. Iedereen welkom! Als kerk proberen we al zo veel mogelijk weg te hebben van het Nieuwe Jeruzalem.
De poorten in de hoge muren, die de inwoners moeten beschermen en de stad tegen de vijand helpen verdedigen kunnen ook open staan, omdat alle dreiging van gevaar van buiten is weggevallen. Onder de bescherming van God zal het er absoluut veilig wonen zijn. Het Nieuwe Jeruzalem zal de vervulling zijn van het oude Jeruzalem, zoals deze stad ooit is bedoeld: Jeruzalem, als stad van sjaloom, stad van de vrede. Of te wel een stad zonder angst. Als kerk proberen we al zo veel mogelijk weg te hebben van het Nieuwe Jeruzalem.
Naast gastvrijheid en veiligheid schittert de stad als een diamant door de aanwezigheid van God. Opvallend is in dit verband de centrale gedachte van de architect. Hij heeft een stad zonder tempel ontworpen, wat voor de oudheid revolutionair mag heten. Overbodig, dat heilige gebouw. ‘God zelf zal haar tempel zijn,’ luidt de profetische boodschap van Johannes. De tempel is in de Bijbel het gebouw dat de tegenwoordigheid van God tot uitdrukking brengt.
De tempel duidt zijn inwoning aan, zijn sjechiena in het Hebreeuws. Volgens de Joodse traditie verdween God uit de tempel en dus uit de stad, omdat de zonden en ontrouw van de Israëlieten te erg waren geworden. De tijd van godsverdwijning zal pas eindigen met de komst van de Messias. De Messias of te wel het Lam van God is gekomen in de persoon van Jezus en met hem de inwoning van God op een ongekend intense en directe manier. Tempelmuren waarachter hij zich verborgen hield, zijn er niet meer. God en zijn glorie zijn dichtbij en onmiddellijk ervaarbaar , zoals in het Urk van enkele tientallen jaren geleden. Een oud-Urkenaar vertelt: ‘In de winter, als de Zuiderzee was dichtgevroren, zat mijn grootvader met nog wat oude mannetjes rond de tafel in de kamer. Ze hadden het over de Voorzienigheid. Ik kan ze nu nog horen.
Urk was doortrokken van Zijn aanwezigheid. Het was alsof daar de hemel dichterbij was. Ik weet nog dat ik dacht: als ik mijn vinger nu eens heel diep in de wolken prik, dan kom ik in de hemel uit. Alles was groot en machtig. De zee omringde ons. De Heere geeft en de Heere neemt. Het licht van de vuurtoren scheerde om de vier seconde over Urk. We leefden vlakbij God.’ Zoiets wat betreft het Nieuwe Jeruzalem. Als kerk proberen we al zo veel mogelijk weg te hebben van het Nieuwe Jeruzalem.

De focus
De stip aan de horizon in de Bijbel die opengeslagen op de kansel ligt, is het Nieuwe Jeruzalem,de gastvrije, veilige stad van de toekomst met God in het centrum. Als het goed is, bepaalt deze stip aan de horizon, waarin de energie, de tijd en het geld wordt gestopt. In noemde vanmorgen gastvrijheid, veiligheid, geborgenheid en God als het hart van het bestaan. Deze stip aan de horizon geeft duidelijkheid en rust. In dat licht is het apart als wij geen stip aan de horizon zouden hebben. Een duidelijk doel zorgt ervoor dat we goed kunnen focussen. Dan weten we waartegen we ‘ja’ kunnen zeggen. En waar ons hartgrondig ‘nee’ zit. Deze stipt zorgt ervoor dat onze gedachten en emoties niet alle kanten op vliegen. We weten heel goed waarom we iets doen en iets laten. Het mooie van het Nieuwe Jeruzalem, het Koninkrijk van God, de plek naar Gods hart, of hoe je deze top-locatie ook wilt noemen, hoeft niet met man en macht veroverd te worden. ‘Ik raakte in vervoering,’ schrijft de profeet Johannes, ‘en de engel nam mij mee naar een heel hoge berg en liet me de heilige stad Jeruzalem zien, die uit de hemel neerdaalde, bij God vandaan.’
Een mooier Godsgeschenk is nauwelijks denkbaar.

Geef een reactie