Wat kies jij? Preek 17 april 2016

Tekst: Tien geboden uit de Groeibijbel deel 3; Johannes 15: 9-17 (Bijbel in Gewone Taal)

In de dienst van 17 april maakten de oudste kinderen van de basiscatechese hun overstap naar het jongerenwerk. Zoals ze na de basisschool ook naar de middelbare school gaan. Daar krijgen ze veel meer keuzevrijheid én verantwoordelijkheid. Wat kies jij? En hoe?

Wat is het grootste verschil tussen de basisschool en de middelbare school? De jongeren van de basiscatechese vertelden enthousiast over de musicals waar ze mee bezig zijn of mee bezig gaan, het kamp dat eraan komt, en natuurlijk: de nieuwe middelbare school waar ze naartoe gaan.

En wat zal er nou anders zijn als je naar de middelbare school gaat? Je moet zelf je rooster in de gaten houden, wanneer je op school moet zijn. Je moet zelf zorgen dat je in de lokalen van de verschillende docenten komt. Je moet zelf je huiswerk maken. Je zult veel meer zelf moeten doen.

En ook veel meer zelf mogen doen. Je mag zelf keuzen maken. Wanneer je je huiswerk doet, hoe je naar school fietst en met wie, misschien zelfs hoe laat je thuiskomt.

Vrijheid betekent ook verantwoordelijkheid

Maar ja, áls je je huiswerk maar maakt, naar school gaat en weer thuiskomt. Want dat je veel zelf mag en moet doen, betekent ook dat je een grotere verantwoordelijkheid krijgt.
Leerkrachten, maar ook ouders hebben er een handje van, zeggen wat ze van je verwachten, maar je moet er wel zelf voor zorgen dat je het ook doet. Of niet doet. En dat is soms ook goed. Want volwassenen moeten ook leren jullie je eigen keuzen te laten maken.

Bij keuzen maken hoort dus vrijheid om te mogen kiezen, maar ook verantwoordelijkheid. Als je zelf mag kiezen wanneer je je huiswerk maakt, ben je wel verantwoordelijk ervoor dat je het maakt. Wanneer je een voetbalwedstrijd wilt gaan spelen, ben je zelf verantwoordelijk dat je op tijd gaat slapen. En zo zijn er veel meer dingen te bedenken. En dan heb ik het alleen nog maar over dingen van jezelf gehad. Als je ervoor kiest om iemand te helpen, en je belooft dat, dan ben je zelf ervoor verantwoordelijk dat je dat ook doet. En je ouders zullen ook wel eens een keer gaan aangeven dat het thuis echt niet ‘hotel mama’ is, maar dat als je wilt sporten, je er zelf voor moet zorgen dat je sportkleren minimaal in de wasmand liggen.

Dat je meer zelf mag en moet doen, meer vrijheid hebt om te kiezen en meer verantwoordelijkheid krijgt zijn de grootste verschillen tussen je tijd op de basisschool en straks op de middelbare school.

God kiest voor onze vrijheid

Nu is het heel logisch als je allereerst denkt aan wat je allemaal zelf mág doen, en de vrijheid die je hebt om te mógen kiezen. Daar mag je ook blij om zijn. Daar mogen we allemaal blij om zijn. Want zo vanzelfsprekend is dat niet. Er zijn landen waarin je niet zelf mag kiezen. Niet bij verkiezingen, maar ook niet in wat je vindt of wat je gelooft. Veel mensen worden onderdrukt.

Dat is toch niet de bedoeling van God? Nee, dat is niet de bedoeling van God. Er is een verhaal in de bijbel dat vertelt hoe het volk Israël onderdrukt werd in Egypte. Ze hadden ook een naam voor dat land: Angstland. Het land waar je bang bent. Bang waarvoor? Ze waren bang voor alle mensen die zeggen wat ze moesten doen. Ze hadden namelijk zelf niets te zeggen. Ze mochten niets zelf doen en zelf kiezen. Want ze waren slaven. Slaven hebben niets te willen. Anderen bepalen wat ze moeten doen. En dat betekent dat ze eigenlijk niemand waren. Want ze mochten niets zelf doen, alleen maar wat anderen zeiden dat ze moesten doen. Ze waren eerder een nummer dan een naam.

Het verhaal vertelt verder dat Mozes hen uit het Angstland bevrijdde. Dat verhaal met die tien plagen en die Rode Zee die uit elkaar ging om het volk door te laten. En toen? Ja toen waren ze vrij. En mochten ze zelf kiezen wat ze wilden gaan doen. Maar kun je dan zomaar alles gaan doen? We hebben met de jongeren een spelletje gespeeld. Nou ja, een spelletje. Er was nog geen spel. Wel een paar tafels en een tennisbal. Met de opdracht: maak er maar wat van. En de jongeren kwamen erachter dat het toch wel handig was als iedereen een beetje hetzelfde idee had bij het spel, bij wat er zou gaan gebeuren. Dat ze daar samen achter moesten komen en samen regels erbij moesten verzinnen.

En zo was het bij de Israëlieten ook. Om fijn samen te kunnen leven zijn er regels nodig. De tien geboden hebben allemaal een sociaal karakter. Ze gaan erover hoe we met elkaar en met God omgaan. En God herinnert daarbij aan de slavernij. En dat doet hij omdat hij de andere kant laat zien. Kijk, als je slaaf bent, heb je niets te willen of te kiezen. Want dan ben je niemand. Nu ben je wel iemand, en heb je de vrijheid om te kiezen. En dat betekent dat je een verantwoordelijk mens bent. En dat God dus wat van ons mag vragen om te doen voor Hem en voor elkaar.

Hoe ga je met anderen om in die vrijheid?

Vrijheid gaat nooit zonder verantwoordelijkheid. Dat je alles mag kiezen om te zeggen, betekent niet dat je alles zomaar mag zeggen. Dat je alles mag kiezen om te doen, betekent niet dat je zomaar alles mag doen. Mijn vader zei altijd: ‘De vrijheid van mijn vuist houdt op bij jouw neus.’ En zo is het. Ook voor elke cabaretier, maar zeker ook voor elke president. En ook voor ons allemaal.

En dat is best moeilijk. Want als je op je verantwoordelijkheid gewezen wordt lijkt het net alsof je niet meer vrij bent. Alsof anderen alsnog bepalen wat je moet doen. Of dat God dat bepaalt met zijn tien geboden. Maar met alleen maar vrijheid, zonder verantwoordelijkheid, zullen anderen niet meer vrij zijn. Als jij zelf bepaalt wanneer je naar huis komt, gaan je ouders zich op een gegeven moment zorgen maken en kunnen ze nergens naartoe. En als ouders voor hun kinderen blijven bepalen wat ze moeten doen, kunnen ze nooit vrije en verantwoordelijke mensen worden. Ja, en kinderen stoten wel eens hun neus. En soms wel meer dan dat. Maar dat doen wij ouderen ook. En soms doet dat pijn. Zeker wanneer we zien dat kinderen verkeerde keuzen maken, en we zien dat het verkeerd gaat. Voor die kinderen bid ik. Maar ik bid ook voor de kinderen die de vrijheid niet krijgen om een vrij en verantwoordelijk mens te worden. Want we zijn gemaakt om vrij te mogen zijn.

We zijn Jezus’ vrienden, geen slaven

Jezus zegt tegen zijn leerlingen: ik noem jullie geen dienaren, maar vrienden. ‘Dienaren’ klinkt nog heel vriendelijk. Maar er staat eigenlijk slaven. Mensen zonder wil. Nee, Jezus noemt hen geen slaven, maar vrienden. Jezus noemt ons zijn vrienden. Want slaven weten niet alles van hun Heer. Precies, Jezus wil ze overal bij betrekken. Wil ons alles over God uitleggen. Als vrienden. Kom erbij. Ga mee. Doe mee. Waarmee dan? Heel simpel: Houd van elkaar, net zoals ik van jullie houd. Dit vraag ik van jullie, zegt Jezus: houd van elkaar. Want hij heeft ons uitgekozen – wow! – wij mogen erbij zijn. En alles van hem weten. En hij zegt: houd van elkaar. Doe goede dingen, en blijf dat doen. Dat jullie maar mooie vrije liefdevolle mensen mogen worden.

Geef een reactie