WAT ZIJN JE TOEKOMSTPLANNEN?

De preek van deze zondag bereidt de doop voor. Na alle verhalen uit de Bijbel over onvruchtbare vrouwen, nemen we eindelijk eens een onvruchtbare man bij de kop. Handelingen 8 vertelt over de ontmoeting tussen de prediker Filippus en een Bijbel lezende Afrikaan, een man zonder kinderen. Zijn stamboom breekt bij hem af. Hij heeft geen toekomst. Na de preek laat de Afrikaanse man zich direct dopen. Je vraagt je af waarom…. De preek zet de doop van Josje en Emma in het licht van een boeiend doopverhaal uit de Bijbel over toekomst of geen toekomst. De dienst daagt uit om na te denken over de invulling van de eigen toekomstverwachting.

Lezen: Handelingen 8 : 26 – 40

‘Kunt u zeggen over wie de profeet het heft? Over zichzelf of over een ander?’

Handelingen 8 : 34

Toekomst
Na alle verhalen uit de Bijbel over onvruchtbare vrouwen: Sara, Rachel, de moeder van Simson, Hanna, de vrouw uit Sunem en Elisabeth; na alle verhalen over onvruchtbare vrouwen, aan wie God uiteindelijk toch een kind schenkt, nemen we vandaag een Bijbelgedeelte over een onvruchtbare man bij de kop.
Handelingen 8 vertelt over de ontmoeting tussen de prediker Filippus en een Bijbel lezende Afrikaan, een man die geen kind kon verwekken. Na zijn dood breekt zijn stamboom bij zijn naam af. Hij heeft geen toekomst. Zijn naam sterft uit. Na het horen van de preek van de prediker Filippus laat de Afrikaanse man zich direct dopen. ‘Kijk, water!’ Je vraagt je af waarom. Nou heel eenvoudig: hij wil net als ieder ander een mooie toekomst! De doopt verbindt hem met die gedroomde en bijzondere toekomst. Deze preek zet de doop van Josje en Emma in het licht van een boeiend doopverhaal uit de Bijbel, dat gaat over toekomst ontvangen. De dienst daagt uit om na te denken over de invulling van de eigen toekomstverwachting en die van onze kinderen. Wat zijn onze toekomstplannen? Aan het eind komt de preek op deze uitdaging terug.

Kerkdienst
Nu eerst het prachtige doopverhaal uit Handelingen 8. In het Bijbelgedeelte komt een dominee voor, beter gezegd een prediker. Hij heet Filippus. Hij was een Jood. Hij reisde rond. Waar hij kwam preekte hij onder de mensen. Bij een prediker hoort een kerkganger. Dus duikt er een kerkganger op, beter gezegd een tempelganger. Maar dat komt op hetzelfde neer. Z’ n naam? Onbekend.
Hij was een anonieme Ethiopiër. Hij zat in een rijtuig. Als reli-toerist op de terugreis van Israël naar zijn land van herkomst. Die twee, Filippus en de Ethiopiër, houden een geopende Bijbel voor zich. Nu wordt het spannend!
De prediker Filippus is ergens in het verlaten landschap tussen Jeruzalem en Gaza op het rijdende rijtuig gesprongen, met aan boord de zwarte man uit Afrika. De Ethiopiër probeert een moeilijke toegankelijke Bijbelpassage te doorgronden, wat hem niet echt lukt. Dat komt meer voor. De situatie lijkt op een kerkdienst. We hebben een dominee, kerkgangers en een open Bijbel.
En we vragen ons af: ‘Wat staat er in dat Boek?’ ‘Dominee, vertel eens!’ Oké!

Een man zonder toekomst
De Bijbel uit het doopverhaal heeft de vorm van een boekrol, die is afgerold bij een profetie van de profeet Jesaja. Bij de man uit het verre Afrika blijkt dit sprekende en heftige stuk Bijbeltekst haken. De Ethiopiër leest hardop -zoals in die tijd gebruikelijk- over een man die bruut afgemaakt wordt. Machteloos staat hij tegenover zijn beulen. Net zo machteloos als een schaap op het abattoir. Die man, slachtoffer van geweld, gaat zonder protest zijn dood tegemoet. De ongelukkige lijkt op een weerloos lam van wie jammerlijk gemekker de ruwe scheerders toch niet kan tegenhouden. De arme man sterft, heel triest, nog voordat hij zijn naam op aarde heeft kunnen ‘vereeuwigen’ door nageslacht te verwekken, kinderen, in wie hij na zijn dood voort zou kunnen leven. Zij naam wordt uitgewist. Alsof hij nooit bestaan heeft.Einde verhaal. Hij is een man zonder toekomst.
‘Begrijpt u ook wat u leest,’ vraagt Filippus aan de geboeid geraakte Ethiopiër. De Ethiopiër antwoordt: ‘Hoe zou dat kunnen als niemand mij uitleg geeft?’ Daarna stelt hij de hamvraag: ‘Kunt u mij zeggen over wie de profeet het heeft over zichzelf of over een ander?’ Wie is die man, die wij ons niet meer zouden mogen herinneren, maar die al twee duizend jaar de meest invloedrijke man op aarde mag worden genoemd? Als geen ander heeft hij de wereldgeschiedenis beïnvloed. Hij is de persoon met wie iedere dopeling door de doop wordt verbonden. Wat is zijn naam?

Onvruchtbaar
Het trieste verhaal over de man zonder toekomst uit de profetie van Jesaja raakt de Ethiopiër diep van binnen. De man komt van ver, exotisch Ethiopië. Dat is niet de oorzaak dat hij geboeid geraakt is. Hij had een hoge functie aan het hof daar. Hij was minister van financiën en stond direct onder de koningin. Die positie zal hem geen windeieren hebben gelegd. Speelt geen rol. Hij was ontwikkeld. Las Grieks en stelde de juiste vragen. Mooi meegenomen, maar verder niet zo belangrijk. Vijf keer wordt de man in het doopverhaal met ‘eunuch’ aangesproken. Een ontmande. Dat is het! Toen hij jong was castreerde het systeem de Ethiopiër. Er moest voorkomen worden, dat hij als vertrouweling van de Kandake, de koningin van Ethiopië, haar ook seksueel zou kunnen benaderen. Vandaar de ingrijpende ingreep. ‘Hij was als een dorre boom,’ luidt een Bijbels gezegde over het gevolg van deze ingreep. Onvruchtbaar. Hij kan geen kinderen verwekken. Daarom gaat hij de vergetelheid tegemoet. Hoe machtig hij ook mag zijn, het verhaal over zijn leven zal na zijn overlijden niet doorverteld worden door zijn kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen. Als hij sterft blijft er geen nagedachtenis van hem over. Zijn naam sterft. Hij is een man zonder toekomst. De eunuch moet zichzelf herkend hebben in de man uit de profetie van Jesaja, in dezelfde hoek gedrukt als hij. ‘Kunt u mij zeggen over wie de profeet het heeft, wie is dat die man die net als ik van de aardbodem zal verdwijnen, omdat hij geen kinderen heeft?’ ‘Heeft hij het over zichzelf of over een ander?’ vraagt de eunuch aan Filippus om uitleg. ‘Gaat dit niet over mij? denkt hij erbij. ‘Ben ik het misschien?

Jezus leeft
‘Nee, de profetie van Jesaja voorzegt het lijden en sterven van Jezus,’ legt Filippus hem uit. Zijn preek is overigens niet bewaard gebleven. We kunnen wel raden wat erin heeft gestaan. Dit: Jezus is aan het kruis gehangen, gestorven en begraven rond z’n dertigste, ongetrouwd, zonder biologisch nageslacht achter te laten. Het ergste wat je als Joodse man kon overkomen in die tijd. Desondanks leeft zijn naam op aarde voort. Pasen. Jezus de man zonder kinderen, hij die zijn stamboom niet kon laten groeien, is opgestaan. Hij leeft voort bij God en zijn naam wordt in een wereldwijde familiekring, de kerk, al tweeduizend jaar met het allergrootste respect genoemd en beleden. De miljarden leden van die familiekring worden ook naar hem genoemd: christen komt van Christus. Jezus leeft! Ter plekke wil de eunuch lid worden van de familiekring, waarin hij als een man zonder nageslacht toekomst krijgt. ‘Kijk, daar is water!’ ‘Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?’ ‘Hij liet de wagen stilhouden en beiden liepen het water in, zowel Filippus als de eunuch, waarna Filippus hem doopte.’ De doop verbindt de Ethiopiër met de kerk waarin hij op een bijzondere manier toekomst zal ontvangen. Elke keer namelijk als Handelingen 8 wordt gelezen, komt hij al tweeduizend jaar lang weer tot leven, zoals vandaag. Ter plekke wil de eunuch ook verbonden worden met Jezus Christus, in wie hij een lotgenoot herkende. ‘Kijk, daar is water!’
‘Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?’ De doop verbindt de eunuch en Jezus met elkaar. Jezus leeft en de dopeling mag door de band van het geloof met hem leven, eeuwig leven. Hij is een man met toekomst. Wanneer Filippus en de Ethiopiër een uur, anderhalf uur, de tijdsduur van een kerkdienst– wie zal het zeggen – met de Bijbel aan de slag zijn geweest, eruit zijn gekomen, er gedoopt is en die twee uit elkaar gaan, is er met beiden iets bijzonders gebeurd. Ze zijn veranderd. De Ethiopiër op zoek naar toekomst liet zich dopen en verbond zich op die manier met de kerk en om wie het in de kerk gaat: Jezus Christus. Daarna vervolgt hij zijn weg met groot enthousiasme en vreugde. Filippus, de prediker, verkeert in de wolken. Zijn uitleg en verkondiging van het Bijbelgedeelte heeft resultaat geboekt. Hij gaat helemaal op in God, in de Geest van God, staat er. Het lijkt wel Pinksteren! Nog even wachten: 15 mei.

Nu wij
Deze preek zet de doop van Josje en Emma en onze doop in het licht van een boeiend doopverhaal uit de Bijbel: over toekomst van God ontvangen. De eunuch had als onvruchtbare man geen toekomst via kinderen. Hij vond een nieuwe toekomst door de doop, die hem verbond met de kerk en Jezus Christus. Hij werd christen. De preek daagt ons uit om na te denken over de invulling van onze eigen toekomstverwachting en die van onze kinderen.
Ik geef een voorzet. Wie zich verbindt voor nu en in de toekomst met Jezus en de kerk, verbindt zich met barmhartigheid. Wat dat inhoudt, vertelde mijn dochter mij gisteren. Zij bezocht van de week in Rotterdam een ontmoetingsavond tussen moslims en christenen. Goed om na Brussel met elkaar in gesprek te raken. Er waren 60 belangstellenden op af gekomen. ‘Barmhartigheid’ was het thema van de avond. In het Arabisch maar ook in het Hebreeuws van de Bijbel is het woord barmhartigheid terug te voeren op het woord ‘baarmoeder’, ‘moederschot.’ Zowel de moslim- als de christeninleider vertelden die avond als intro, dat een moeder tijdens de zwangerschap ruimte maakt voor haar kind in haar lichaam. Ruimte maken voor elkaar! De meest nauwe band tussen twee mensen, de meest verre gaande eenwording, vindt dan plaats in de moederschoot. Lichamelijk kun je niet meer nabij zijn. De moeder en haar ongeboren baby, verbonden door de navelstreng, leven van dezelfde lucht, hetzelfde voedsel, dezelfde warmte. Het kindje koestert zich in de veiligheid van het moederlichaam. De moeder is met haar hele wezen gericht op haar kind. De intense genegenheid van diep bewogen liefde, die een moeder voelt voor haar kind -bij een gewenste zwangerschap- of de tederheid van een vader van zijn zoon of dochter, dat is nou barmhartigheid, ook wel mededogen of compassie genoemd. Wie zich door de doop laat verbinden met de kerk en Jezus, verbindt zich voor vandaag en morgen met een God, die een en al barmhartigheid is en met een kerk, een geloofsgemeenschap, die de barmhartigheid in een vaak kille wereld in de praktijk wil brengen.

Geef een reactie