Wat heb jij, vermoeide, te bieden? (preek 19 juli 2015)
Tekst: : Jeremia 23: 1-6 en Marcus 6: 30-44

Preek 15 7 19Aan het begin van de zomervakantie voelt het weldadig aan dat Jezus zegt: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’ We zien de grazige weiden van de camping of het weldadige terras bij het vakantiehuisje voor ons. Met je voeten in het gras of in het water. Even rust, even geen stress, even ontspannen. Er moet zoveel. We hebben onze zorgen. Onze deadlines. Onze zo goed mogelijk georganiseerde chaos. De waan van de dag. De rust is welkom. Ook voor de leerlingen. ‘Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.’ Hoe herkenbaar, als je op een dag nog geen moment gezeten hebt, of van overleg naar overleg rent, of je meer druk moet maken om de kinderen dat ze eten, en alles bij zich hebben, maar nauwelijks aan jezelf toekomt.

Ja het staat er zo leuk, maar er komt niets van terecht. ‘Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen.’ Hoe de apostelen eraan toe zijn horen we niet, maar je voelt toch wel dat ze aan hun tax raken van wat ze aan kunnen. Of in ieder geval aan denken te kunnen. Ze klinken ook enigszins ongeduldig als Jezus de menigte maar blijft onderwijzen, terwijl etenstijd nadert – en zij ook wel eens wat zouden willen eten. Maar bovendien: ze zien een bult werk op zich afkomen als ze die hele menigte moeten voorzien van eten. Het is wel even goed hoor! Laat ze maar voor zichzelf zorgen! Maar Jezus legt de bal bij hen. En niet eens bij wat ze zouden kunnen doen, namelijk eten kopen. Nee, bij hen zelf alleen: wat hebben jullie te bieden?

Je gaat op vakantie en wat neem je mee?
Het laat zien dat dit bijzondere verhaal, zoals de evangelist Markus het vertelt, niet draait om Jezus, en zelfs niet om het wonder van de broden, maar om de leerlingen. Hèn wil Jezus iets leren, en daarmee ook ons. Het zijn de leerlingen die het verhaal hier ondergaan. Ze maken ook een transformatie door. Is het je al opgevallen dat in het begin van het verhaal Markus hen ‘apostelen’ noemt, en later ‘leerlingen’? Dat is niet zonder reden. Het is logisch dat Markus hen apostelen noemt in het begin. Want dat waren ze ook: uitgezonden. Zoals je post verzendt, zo werden de apostelen de wereld ingestuurd, even hiervoor, vanaf vers 7. Twee aan twee stuurt hij hen weg. En het lijstje ‘ik ga op vakantie en ik neem mee…’ is verbazingwekkend klein: niets. Geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok. Vooruit, sandalen, maar geen extra kleren. Je zou er zenuwachtig van worden als je zo op reis moet, of je kind zo op reis zou sturen. Dan komt het dus echt op jezelf aan, en op wat je krijgt. En daar zijn we niet zo goed in. We zijn liever voorbereid en vertrouwen zelfs niet op onze eigen creativiteit of de mogelijkheden elders, maar zijn liever verzekerd van het vertrouwde en rijden als volgepakte SRV-wagens vol met proviand, inclusief ons eigen wasmiddel, voor de veel te vele kleren die we bij ons hebben, naar onze bestemming. De apostelen echter gaan met niets dan henzelf op weg ‘en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen.’

Dat brengt nog al wat reuring teweeg. Zelfs koning Herodes hoorde van hem, ‘want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke gaven.’ Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia,’ en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’ Toen Herodes dit allemaal hoorde zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.” Een wonderlijk verhaal middenin het reisverslag van de apostelen. We hebben ons tijdens de bijbelstudie afgevraagd wat het hier doet. Voor Markus doen met zijn korte verhalen, weidt hij erg uit over de achtergrond van de dood van Johannes de Doper. Zie dat maar als extra informatie. Het leidt ons daardoor bijna af van de hoofdzaak. Want in hoofdzaak gaat het om de beweging die onder mensen op gang komt naar aanleiding van het werk van Jezus en de apostelen. Wie is Jezus? En wat kan hij voor ons betekenen?

Wat heb jij te bieden?
Mensen verwachten veel van Jezus. Wij op ieder onze eigen wijze ook. Hij is tenslotte de dragende kracht achter de beweging. En we leren toch dat we het van hem mogen verwachten en ons voor hem open moeten stellen, want: ‘de Heer is mijn herder, ik kom niets tekort.’ Ja, in de traditie zoals die in het leesrooster doorklinkt, gaat het vandaag over de herder die God is, en de slechte herders die er ook zijn, en die ook wij kunnen zijn voor anderen. Maar volgens mij gaat het Evangelieverhaal hier helemaal niet over. Ja, het is belangrijk dat we erachter komen wat Jezus voor ons kan betekenen. Want dat is heel veel! En waar mensen in Jezus geloven kunnen wonderen gebeuren! Maar de clou hier is juist wat de rol van de apostelen erin kan zijn, en dus ook wat onze rol erin kan zijn. Wat heb jij te bieden? Wat kun jij betekenen?

De apostelen hebben nog iets te leren. Ze zijn er op uitgetrokken met een boodschap en een opdracht. En als ze die post hebben afgeleverd keren ze terug. Maar hoe zelfstandig zijn deze postbezorgers? Zijn ze slechts in dienst, of zijn ze ook ondernemers? Zelfstandigen met of zonder personeel? De apostelen blijken heel veel gegeven te hebben. En Jezus zegt hen, letterlijk, ‘Kom mee, jullie zelf alleen, naar een plek in de woestijn, en rúst wat!’ Daarin zegt hij twee opvallende dingen: hij spreekt de apostelen aan met ‘jullie zelf alleen’. Echt op jezelf dus. En in de woestijn. Geen afleiding. Even helemaal bij jezelf bepaald worden. Het is niet echt een bedrijfsuitje voor teambuilding of zo. Het is voor allemaal een individuele sessie, helemaal gericht op ieder van hen persoonlijk.

Ze lijken te worden gestoord door een menigte die hen volgt. Maar Jezus gaat daar niet tegenin, maar gaat erin mee. Het lijkt alsof hij hen dit wil laten zien. Die menigte, als schapen zonder herder, gaat hij onderwijzen. Terwijl de apostelen nauwelijks tijd hadden om te eten, gaat hij de menigte onderwijzen. En zij, zij heten nu ook leerlingen. Ze zijn geen apostelen meer, geen uitgezondenen, werken niet meer bij de klant, maar ze zitten weer even op de bank, in de schoolbanken zelfs. Wat gebeurt hier? Zuerst die Moral, dann das fressen. Eerst een woord, dan het brood.

Niet naar huis sturen, maar kijken wat je te bieden hebt. Dat is genoeg
Wat gebeurt hier? Jezus ziet dat ze leken op schapen zonder herders. Dat doet denken aan het moment dat Mozes van God te horen krijgt dat hij het beloofde land niet in zal gaan, omdat het volk zich in de woestijn heeft misdragen. En Mozes vraagt dan dat God een nieuwe leider mag aanstellen over het volk ‘die het kan leiden en de troepen kan aanvoeren, zodat het volk van de Heer niet wordt als een kudde schapen zonder herder.’ Dat wordt Jozua. En de Hebreeuwse naam Jozua is in het Grieks Jezus. Deze nieuwe Jozua leidt hen in het beloofde land. Maar hoe doet hij dat? Door hen te onderwijzen. De leerlingen zijn blijven hangen bij de waan van de dag en hun knorrende magen. Ook belangrijk, maar niet de basis. Als het aan hen ligt gaat iedereen zijns weegs om het zijne te kopen en te eten. Maar Jezus wil verder. Hij wil de woestijn laten bloeien. Dat dorre in ons, dat vermoeide, oppeppen.

Wat hebben jullie te bieden? Vijf broden en twee vissen. Wat jullie te bieden hebben is genoeg. Op het groene gras in de woestijn is er voor iedereen genoeg. Sterker nog: als al het brood dat over is wordt opgehaald, zijn er twaalf manden over. Voor elk van de leerlingen één. Vermenigvuldigen doe je door te delen. Jazeker, maar je vermenigvuldigt door te delen op de voedingsbodem van het onderwijs van Jezus. Mooi gezegd. Deze mooie geloofsuitspraak moet wel concreter worden.

Ruimte krijgen door bij het belangrijkste te beginnen
We zijn vaak druk met van alles dat we vinden dat moet, en liefst meteen. De drukte van deadlines, maar ook de drukte van honger, verlangens, emoties. Vanwege zorgen, ook acute noden die we zien, van dingen die nu moeten gebeuren. Maar ook van verdriet dat zich opdringt door wat er gebeurt. Het kan zo maar al het andere verdringen. Hoe houd je die drukte in de hand? Dat lijkt haast ondoenlijk. En velen zijn er zo richting de zomer moe van. Er is zoveel dat ons bezighoudt. Het lijkt een tegenspraak, daar bij de menigte rondom Jezus, dat hij eerst gaat onderwijzen, maar het schept wel ruimte. En ik denk dat ruimte datgene is waar we in alle drukte zo naar verlangen. En dan lijkt het een tegenspraak om eerst te werken aan je relatie met God. Maar dat is wel je basis. Want voor God mag alles bestaan, mag jij bestaan, mag jouw leven en drukte bestaan. Dat geeft al ruimte. En bovendien mag het bestaan samen met God. Alsof het even op adem komen is, voordat alle drukte begint. Ik doe het meest op de dagen dat ik begonnen ben met iets dat niet in mijn agenda stond, of in mijn mailbox: een moment met God. In stilte, met een stukje, een bijbeltekst, wat dan ook. Als ik met mijn mailbox begin weet ik zeker dat ik nergens anders aan toekom. En het is niet voor niets dat in kloostertradities, zoals de Benedictijnse, waar ook hard gewerkt wordt naast het bidden, begonnen wordt met gebed en studie. Omdat er daarna ruimte ontstaat. Om prioriteiten te stellen. Te zien wat echt belangrijk is om te doen. En dat dan één voor één. Zodat we niet meteen verzuipen in de waan van de dag, de drukte in ons hoofd en de zorgen in ons hart.

Prioriteiten geven ruimte om te vermenigvuldigen door te delen
In vakanties daalt het stof wat neer. En niet zelden zeggen mensen naderhand: ik ga het anders doen, want ik voel nu wat ik echt belangrijk vindt. Dit verhaal gaat ook over wat echt belangrijk is. En wat we prioriteit mogen geven. Eerst je relatie met God. Niet uit luxe, maar om ruimte te krijgen. Voor het volgende: de mensen om je heen, en brood op de plank. En al het andere komt daarna wel. Sterker nog: meer dan ooit tevoren. Want wie leeft vanuit wat Jezus ons wil leren, vermenigvuldigt als hij deelt.

Geef een reactie