Waarom zou ik mijn geloof willen uitdragen?

Tekst: Lucas 10: 1-9 en 17-20

Wat heeft de tijd met ons geloof gedaan? Wat de tijd met de kerk heeft gedaan is duidelijk. De kerk is een minderheid geworden. Een kleine groep in de samenleving. En we merken dat aan den lijve als onze kinderen er niet meer voor kiezen om bij een kerk te horen of zelfs te geloven, of ‘op hun manier’ dat nog wel voortzetten. We merken het aan het kerkbezoek en aan de verzilvering, dat vind ik mooier klinken dan vergrijzing, van de leden van de kerk.

En wat heeft de tijd met ons geloof gedaan? Wat ik in reacties van gemeenteleden op #themakeofthepreek breder herken is dat we in ons geloof bescheidener zijn geworden. Er is veel gebeurd in het verleden van de kerk, waarin zij haar macht misbruikte. En veel mensen zitten niet meer te wachten op de kerk. Het roept zelfs irritaties op. Althans, dat verwachten we. En merken we vast ook aan den lijve. De tijd, en de vijandigheid die we kunnen ervaren, doet wat met ons. En het maakt ons bescheiden. Misschien wel erg bescheiden. Geloven we er nog wel in?

Wie zijn die 72?

En dan zien we Jezus 72 leerlingen uitzenden. Niet zijn naaste leerlingen, niet de twaalf. Nee, een veel grotere groep. Die in zijn aantal ook staat voor de volheid van Israël; zoveel nakomelingen als Jakob kreeg. Maar het getal staat ook voor het aantal volken in de wereld, en het symbolisch aantal talen dat er gesproken wordt. En die 72 worden uitgezonden, twee aan twee. Want het is beter om met zijn tweeën te zijn dan alleen. Maar ook: dan is er altijd een getuige bij. Nog anders gezegd: het staat voor waarachtigheid als je met zijn tweeën komt. Je bent niet zomaar een loslopende gek. Organisatorisch gezegd: Jezus werkt altijd met teams.

Dit uitzenden van 72 anderen komt ons dichtbij. Die apostelen kunnen we nog wel hebben. Dat zijn die twaalf die Jezus persoonlijk heeft uitgekozen. Maar dit zijn 72 anderen. En we voelen het appèl. Dit kunnen wij ook zijn. Een van die 72. Jezus bedoelt ook ons erop uit te zenden. En in kerkelijke termen gesproken: niet alleen de kerkenraad, die het wel voor ons opknapt, ook de andere gemeenteleden. Jij, jij en jij. Jezus doet hier een appèl op óns!

Weerstand verwachten als je met je geloof te koop gaat lopen

Maar gaan we zomaar naar buiten om met ons geloof te koop te lopen? We voelen ons er niet prettig bij als we het zo omschrijven. We verwachten weerstand. Maar dat niet alleen. We hebben ook geleerd bescheiden te zijn. En kijk nou eens naar David Maasbach. Een leider van een kerk die veel op televisie is. En die deze week in het nieuws is gekomen omdat hij zijn leden oproept met hun familie te breken. Kijk eens wat een ellende er in en door een kerk kan gebeuren? Maar wat hebben wij daarmee te maken? Natuurlijk moeten we onze plaats kennen als er zoveel negatiefs vanuit kerken gebeurt en is gebeurd. Maar wat hebben wij er verder mee te maken? Het gaat toch niet om ons?

Wees bescheiden maar voel je niet minderwaardig

Laat jezelf geen minderwaardigheidsgevoel aanpraten. Er zijn tal van redenen om bescheiden te zijn. In de eerste plaats al in onszelf. Maar ook door de reacties van anderen. Maar vergeet niet: het gaat niet om ons. We gaan misschien wel iets teveel van onszelf uit. Van ons eigen geloof, en of we dat wel kunnen uitdragen. Maar ook, of we er wel zin in hebben om al die negatieve reacties te ontvangen. Hoed je voor valse bescheidenheid. Het gaat niet om ons.

Gelukkig ook maar. Want het gaat om iets heel anders. ‘De oogst is groot, maar arbeiders zijn er weinig; vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’

Geloof je er nog in?

In hoeverre is dat nog reëel? Dat de oogst groot is? Dat hangt er vanaf of je erin gelooft. Dit is geen sociologisch verhaal. Van of er werk voldoende is en we dus aan de slag kunnen. Nee, het is een geloofsverhaal. De oogst is groot ja, ik geloof erin. Maar niet omdat ik dat zelf kan bereiken, maar omdat er een eigenaar van die oogst is. God.

En lieve mensen, ik ben in die oogst gaan geloven. Niet omdat ik het allemaal precies weet hoe we die oogst binnen moeten gaan halen. Ook niet hoe ik andere mensen moet overtuigen. Ik geloof in die oogst, omdat Jezus het zegt. Althans, dat probeer ik. Want ik voel natuurlijk ook de tegenslag, de negatieve reacties, de dichte deuren. Maar dat leert me vooral één ding over mezelf: dat de antwoorden niet uit mij moeten komen. Wel dat ik mezelf beschikbaar moet stellen om iets te kunnen laten gebeuren. Want als we achterover leunen gebeurt er inderdaad niets. Maar dan moeten we niet wijzen en zeggen: zie je wel? Want als we met één vinger wijzen, wijzen er altijd nog vier naar onszelf.

In het diepe gegooid om je beschikbaar te stellen

En dat is wat Jezus van de arbeiders vraagt. Er staat heel mooi letterlijk dat de eigenaar van oogst mensen niet zozeer wil sturen, maar wil uitdrijven, uitwerpen letterlijk. Dat heeft iets van in het diepe gegooid worden. En daar houden we doorgaans niet zo van. Want we willen weten waar we aan toe zijn en wat we gaan doen. Maar Jezus heeft eigenlijk geen plan, sorry. Ja, de oogst moet worden binnengehaald. Maar hoe en wat is niet van te voren te voorspellen.

En zo werkt het met missionair werk buiten de bestaande kerk ook. Dat is vooral je beschikbaar stellen. En in zekere zin ook zien wat er gebeurt. En daarin op zoek gaan wat geloof kan betekenen. Niet omdat jij dat wil, maar omdat de eigenaar van de oogst dat wil. Ga maar zoeken. Ook al weet je niet hoe het eruit ziet wat je zoekt. Ga maar zoeken.

Niet achterover leunen

En niet achterover leunen. Want dat doen we in de kerk teveel. We denken dat onze antwoorden en onze vormen en instituten toch voor zich spreken. Is dat zo? Hoe zouden wij achterover kunnen leunen, als mensen buiten de kerk steeds opnieuw moeten zoeken naar hoe ze hun leven kunnen leven? Blijven wij dan stilstaan? Of slechts wat vormen aanpassen?

Van Randwijk schreef een aangrijpend gedicht:

Wij, zonder geld op reis gegaan
en zonder buidel uitgezonden
om te genezen waar wij konden,
te zegenen waar and’ren slaan,
te vroeg vertraagde onze voet,
wij hebben ons te warm genesteld
en een weerbarstig fort gemetseld
rondom een volk dat trekken moet.

Daarom moeten wij erop uit. Niet omdat we het allemaal beter weten. Maar omdat we mee moeten trekken met mensen die ook moeten trekken. Hun leven door, elke dag opnieuw, zoekend naar hoe ze moeten leven. En dan is Jezus opdracht een belofte: de velden zijn wit om te oogsten. Niet iets wat we ook nog moeten doen, een hele grote klus. Nee, een belofte.

Niet zonder slag of stoot, maar wel met vreugde

Ja, dat zal niet zonder slag of stoot gaan. Maar als we de vreugde horen van de 72 als ze terugkomen, dan is die vreugde geen arbeidsvreugde omdat ze zo hard gewerkt hebben. Ze zeiden: ‘Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam’. Laat je niet afleiden door wat ze zeggen over demonen. Voor hen is dat taal om te laten zien dat blokkades bij mensen zijn doorbroken. Dat ze niet meer in bezit genomen worden door wat ons onmenselijk kan maken. Belangrijker is dat dat gebeurt bij het horen van Jezus’ naam. Dat betekent geen abacadabra, als een soort toverspreuk. Nee, het is dus Jezus’ naam die de doorslag geeft. Niet wat wij doen en verzinnen. Maar Jezus’ naam. Niets meer en niets minder.

Omdat Jezus het zegt. Punt

Ik geloof dat de velden wit zijn om te oogsten. Omdat Jezus dat zegt. Een belofte doet. Laat je niet weerhouden door negatieve reacties, die er ongetwijfeld zullen zijn. Maar daar voorziet Jezus ook in: sla dan het stof van je voeten. Jammer dan. Natuurlijk laten we iedereen in zijn waarde, maar doe dat dan ook. Er zitten namelijk ook mensen wel te wachten op dat verhaal van Jezus. En niet omdat jij dat nou zo goed kan vertellen of precies allemaal weet, maar gewoon: omdat je beschikbaar bent. Wees beschikbaar. Nee, je hoeft er niet mee te koop te lopen, maar hou het ook niet voor je. Wees beschikbaar. Niet omdat je dan weer wat moet doen, maar omdat je niet achterover wil leunen. Wees beschikbaar. En de oogst zal groot zijn.

Geef een reactie