WAAROM ZOU IK NAAR DE KERK GAAN?

We lezen in de Kerk aan de Haven uit Openbaring 1. De profeet Johannes ontvangt op Patmos het visioen van de opgestane Heer. Wat hij in geestvervoering ziet, geeft de betekenis aan van de zondag en de kerkdienst in een tijd van onzekerheid en geweld.
Het Midden-Oosten staat in brand en locale christenen lijden daar extra onder. Dag in, dag uit voelen Armeense, Assyrische, Arabische, Syrisch-Orthodoxe christenen, wat het betekent om een minderheid te vormen. Ze worden vervolgd, bedreigd en buitengesloten. De moed zinkt hen zo langzamer hand in de schoenen.
In de dienst gedenken we hen in de gebeden. De diaconale collecte is bestemd voor ‘de versterking van christenen in het Midden-Oosten’. De zondag en de kerkdienst dreigen voor velen in het vrije weekend te verdwijnen. Wat is de zin van ‘de dag van de Heer’ en de eredienst? De kerk in verdrukking uit het laatste Bijbelboek en onze broeders en zusters in het Midden-Oosten laten het zien.

Lezen: Openbaring 1 : 9 – 20

‘Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde de rechterhand op me en sprak: ‘Wees niet bang. Ik de eerste en de laatste. Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk.’

Openbaring 1 : 17 en 18

Waarom zou ik naar de kerk gaan?
’s Zondags ging hij naar de kerk. Eerst zat hij er. Later stond hij er. Heel vanzelfsprekend. Een gewoonte. In verzet tegen de ingeslopen sleur vroeg hij zich op een gegeven moment af: Waarom ga ik eigenlijk naar de kerk? Waarom doe ik dit? Zoveel Nederlanders verdonkeren manen de zondag en de kerkdienst in het weekend.Binnen de gemeente, buiten de gemeente. Quality time, maar zonder church time erin. Waarom ga ik graag naar de kerk en anderen nooit, niet meer of traag? Vanuit zijn persoonlijke ervaringen gaf hij maar liefst 21 beargumenteerde antwoorden. Hij bundelde ze in een boek met de titel ‘Waarom zou ik naar de kerk gaan?’ De schrijver was de oud-docent van ds. Boudewijn de Graaf, prof. dr. A.A. van Ruler. De bestseller verscheen in 1967 en is inmiddels een klassieker geworden. Aan de hand van enkele argumenten uit dit boek en Openbaring 1 gaan we dieper in op de zin van de zondag en de kerkdienst.

Afstand
De Openbaring. Johannes is de schrijver. Hij was geen professor. Als profeet profeteerde hij in de kerken van West-Turkije. Geloven was in die tijd een misdaad. De overheid had hem verbannen. Hij slijt in de Openbaring zijn jaren in een Romeinse strafkolonie en verbanningsoord overzee. Patmos, een eilandje iets breder dan Schiermonnikoog, in de Egeïsche Zee voor de kust van Turkije. Zijn Robbeneiland. Het zondag. De dag van de Heer. De zee scheidt hem van zijn broeders en zusters, die op dat moment samenkomen. Hij kan niet naar de kerk. Heeft zo zijn voordelen. Want je kunt gelovig opgevoed zijn.
Altijd moest je naar de kerk. Je hebt wat jurken c.q. broeken in de kerkbanken versleten. Zonder er veel bij na te denken, onderging je alles. De preek, het gebed, het gezang. Met ‘ook Jezus ging uit gewoonte naar de synagoge in zijn geboortedorp’ hielden ze je erbij. En je zette de automatische piloot iedere zondag weer aan. Dat heet sleur. ‘Ik ben acht jaar niet naar de kerk geweest,’ vertelde een inmiddels weer trouwe kerkganger. Die periode vond ik achteraf bekeken heilzaam. Ik kon afstand nemen. Allerlei vooroordelen leerde ik loslaten en kon daarna op een frisse manier er weer in stappen. Ik snap dus prima waarom je niet zou gaan, maar ook waarom je wel zou gaan. Dat heet bewust kerken.

Doordrongen van God
Terug naar de Openbaring. Het is zondag. Op het vaste land gaat de kerk aan.
Vermoedelijk gelijktijdig krijgt de uitgerangeerde profeet op afstand zicht op een nieuwe taak, een nieuw perspectief. Zoals dat profeten overkomt, raakt hij in geestvervoering. Psychologen spreken over extase of trance.
Noem het bezieling door de Geest van God. Hij krijgt een visioen en beschrijft die overweldigende ervaring met de woorden van zijn collega Daniel. Johannes kende de oudtestamentische ‘vakliteratuur’. Achter hem klinkt een stem als een bazuin. Bekend signaal: God nadert. Tussen zeven brandende lampenstandaards verschijnt in het visioen de glorieuze gestalte van de zoon des mensen met zeven sterren in zijn hand. ‘Zijn aangezicht was gelijk de zon die schijnt in haar kracht,’ vat een prachtige Statenvertaling de performance van Jezus Christus als de opgestane Heer samen. De glorie van God schittert van Jezus af, straalt door hem heen. Hij geeft licht! Wie kan de heerlijkheid van God zien en bestaan? Niemand. Uit angst valt Johannes voor dood aan de voeten van de vorst van Pasen neer. Niet dat veel kerkgangers op een dergelijk heftig schouderklopje van God zitten te wachten. Wat niet wegneemt, dat we in de kerk zitten vanwege God en een ervaring met hem. We geloven. We hebben ontdekt, dat Hij het geheim van alles is. ‘Ik ben de laatste en de eerste,’ brengt Jezus in het visioen dit geheim van God onder woorden. De alfa en de omega. Het hart van Johannes’ roepingvisioen. De opgestane Heer vervolgt: ‘Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk, de Hades.’ We zitten in de kerk om via de figuur van Jezus meer van een God te ontdekken, die met alles begonnen is, alles draagt, alles gaat eindelijk naar hem toe. Van de geboorte van de wereld en een baby tot en met de voltooiing van de wereldgeschiedenis en de bestemming van ons mensen. ‘Uit U, door U en tot U,’ prijst Paulus in Romeinen deze God, die alles doordringt met zijn liefde, het leven en het leven na dit leven. Wij als kerkgangers proberen van dat geheim meer te weten te komen en dat ook tot ons leven door te laten dringen. ‘Het was Gods bedoeling dat we hem zouden zoeken en hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien hij van niemand van ons ver weg is. Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij,’ spreekt Paulus in Handelingen 17 zijn gehoor in Athene toe.
Waarom zouden we naar de kerk gaan? Van Ruler schrijft: ‘De hoofdzaak is dat men naar de kerk gaat, omdat men zo de kans loopt, dat het gebeurt, dat men geraakt wordt in zijn binnenste door het Woord, door de ‘toverstaf’ van de Geest. Hoe zou een mens anders christen worden?’ Reden 1. De taal is wat gedateerd, maar de inhoud behoudt haar actualiteit. We zitten in de kerk voor God en dat schouderklopje van God, ook al is het soms maar even. ‘God is zo belachelijk mooi, daar wil je meer van weten, zodat het een deel van je wordt,’ schreef iemand 40 jaar na Van Ruler in een taal die meer van onze tijd is (Reinier Sonneveld).

Leren via mensen
Terug naar Johannes op Patmos. Hij ligt ter aarde na het zien van de opgestane Heer. Hij ontwaart Jezus Christus met de witte haren van God uit Daniel 7, met vurige ogen die dwars door je heen kijken, met het kwaad vertredende voeten, die gloeien als brons in de oven. Als God spreekt, dan moet het met een donderend geraas zijn. Zo iets als het geluid van een waterval. Jezus maakt indruk met uit zijn mond het oordeel uitsprekende tweesnijdende zwaard. Kortom: hier verrijst God in al zijn majesteit! ’Wees toch niet bang!’ klinkt het evangelie in een notendop. Jezus legt een zegenende rechter hand op Johannes om hem op te richten. Daarna de nieuwe missie: ‘Schrijf een profetische brief over de film ‘The End’ met het intrigerende verhaal over het einde van een chaotische wereld vol kwaad en uiteindelijk de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde!’ Er moet een brief komen, die de tijdgeest analyseert en Gods overwinning. Dit gaat ter bemoediging naar zijn thuisgemeenten op de vaste wal. Schriftelijk zal God doordringen tot de kerkgangers. Door middel van het Woord.
We zitten in de kerk, omdat we iets willen leren van God, zodat Hij tot ons doordringt en we ons op hem kunnen afstemmen en een beetje van zijn liefde mee- en waarmaken. ‘Vrees niet!’ dat wil je af en toe in een wereld die gist van de onrust vernemen. Hoe? Mensen leren van mensen. We zitten bewust of minder bewust in onze kerk met de intentie om God tot ons door te laten dringen en zijn eeuwige liefde te ervaren. Die ook concreet te maken. Als het geloof niet erg wil vlotten, als je je geloof wil versterken, waar kun je beter leren, dan bij elkaar, sprekende, schrijvende, handelende gelovigen, kinderen van dezelfde Vader? Natuurlijk we zijn geen supergelovigen, hardleers soms, ’t gaat allemaal met vallen en opstaan, maar toch.. We leren het beste over God van mensen die al over God geleerd hebben. Of beter gezegd: ‘van mensen die van God geleerd zijn’. Buiten de kerk kun je ook wel het een en ander over God te horen krijgen. De kans is echter groter dat je leert onder mensen die er bewust naar streven. Daar heb je hem weer. In de woorden van Van Ruler: ‘We gaan naar de kerk om in de gemeenschap te worden ingelijfd. Gemeenschap met Christus, gemeenschap met de drie-enige God, gemeenschap met elkaar.’ Reden 11.

Meedoen
We nemen wat Johannes met zijn geestesoog zag weer onder de loep.Hij ziet Jezus, die hij, met het visioenen van Daniël op zijn harde schijf, herkent als ‘de zoon des mensen’. De mens Jezus. Deze Jezus van Nazareth draagt het gewaad en de gouden gordel van de hogepriester in de tempel. Er staat een de tussenpersoon tussen God en mensen voor hem, een priester. Hij is de man die namens de mensen een offer brengt aan God. Ecce homo! Het kruis. Een priester zegent de mensen namens God. Jezus raakte zieken, verschoppelingen bange mensen en kinderen zegenend aan. Hij stond zegenend tussen de mensen en offerde zichzelf in liefde voor hen op. ‘Jullie zijn door God uitgekozen, en jullie horen bij hem. Nu zijn jullie een heilig volk, een volk van priesters, schrijft Petrus aan zijn lezers. Jullie zijn priesters, dat hoor je alleen maar in de kerk!
De gekruisigde en opgestane Heer staat tussen zeven lampenstandaards.
Deze lichten verwijzen naar de tabernakel en de tempel, het huis van God.
Ze verwijzen naar de kerk. De Openbaring geeft uitleg bij de kandelaars: ‘Dit is de betekenis van de zeven sterren die je in mijn rechterhand zag en van de zeven gouden lampenstandaards; de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven standaards zijn de zeven gemeenten zelf.
Prachtig, kleine gemeenten, soms uitgerangeerd, gereduceerd, vervolgd met hebbelijkheden en onhebbelijkheden worden in de openbaring van Jezus voorgesteld als lampen en sterren. Wat een eer! ‘Jullie zijn het licht der wereld,’ zegt Jezus heel pretentieus in het evangelie. ‘Jullie zijn het licht in deze wereld. Een stad op een berg is voor iedereen zichtbaar. Niemand zet een brandende lamp onder een emmer. Je zet een lamp juist hoog. Dan schijnt het licht voor alle mensen in huis. Zo moeten ook jullie een licht zijn en schijnen voor alle mensen. Dan zien ze de goede dingen die jullie doen. En dan zullen ze jullie hemelse Vader eren.’ Christus en waar hij voor staat verschijnen in het licht, dat de lampen, dat zijn de gemeenteleden, verspreiden! Jezus heeft zeven sterren in hand. Ze symboliseren de zeven engelen, vermoedelijk een aanduiding voor de voorgangers, de dominees, de pastoors, de ouderlingen of te wel de boodschappers van God in de gemeente. Christus houdt hen letterlijk en figuurlijk vast!
Naar de kerk gaan is in dit licht niet zo’n gelukkige uitdrukking. Naar de kerk gaan klinkt verdacht veel alsof de kerk alleen bestaat uit de zondagochtend dienst. Een veel te smalle opvatting. Als je bij een huwelijk denkt dat het wel oké zit, als je samen in een huis woont, dan heb je toch een zeer beperkte blik.
Dan begint het pas (Reinier Sonneveld). Kerkdiensten zijn het beginnetje van een kerk. Daarna komt wat net zo boeiend kan zijn. Doordeweeks elkaar opzoeken, omzien naar elkaar, van elkaar leren, met elkaar eten, mooie dingen organiseren voor anderen, diaconaat, pastoraat. ‘Naar de kerk gaan is mooi,’ ‘met de kerk meedoen is nog mooier’. U had er al op gerekend. Hier komt hij.
Van Ruler. Reden 13. Dit keer in minder formele theologentaal. Gewoon direct op de man af. Waarom zou ik naar de kerk gaan? ‘Om mijn bijdrage aan de gemeente te leveren in mijn aanwezigheid en bijdragen aan activiteiten.

Lichtend licht
Waarom zou ik naar de kerk gaan? Onze broeders en zusters in het Midden-Oosten lat het zien. Kogelgaten en brokken puin. Moorden, verkrachtingen en ontvoeringen. Is er nog een sprankje licht te zien als het gaat om de terreur in Syrië? Het zout van ontelbare tranen trekt een spoor door het Midden-Oosten.
Na vijf jaar uitzichtloze burgeroorlog zijn 12 van de 18 miljoen Syriërs op drift.
De meesten van hen stranden in eigen land, ver weg van huis, of in de buurlanden Libanon, Irak en Jordanië. De kerk in deze landen blijkt een onmisbare hulpverlener. Christenen delen wat ze hebben. Miljoenen vluchtelingen, moslims en christenen, ontvangen onderdak, voedsel, scholing en psychische hulp. Kinderen worden opgevangen en kunnen naar school en naar de dokter. En krijgen de kans om soms weer even kind te zijn. De kerk als baken van hoop. Ondertussen worden kerken zélf ook zwaar getroffen: twee derde van de christenen is gevlucht. Hoeveel vluchtelingen kunnen kerken nog helpen? De rek lijkt eruit. Ze voelen zich regelmatig alleen staan. Toch houdt de kerk haar deuren open. Voor iedereen. Licht toch! Wat kunnen wij voor hen doen? Bidden. Financieel ondersteunen. Schrijven. Informatie inwinnen.
Kerk zijn met en voor hen.
Oh, ja, de preek zou ook gaan over de zin van de zondag. Kort dan. De kerkgang verwezenlijkt de zin van de zondag! Reden 15. Was getekend Van Ruler en is getekend Van der Linden.

 

Geef een reactie