VOOR GOD ZIJN WE MENSEN OP WIE GEWACHT WORDT

De boodschap van het evangelie is dat wij het in Gods ogen waard zijn om vergeven te worden. Wij zijn voor Hem mensen op wie gewacht wordt, welke wegen wij ook gaan. Ook al lijkt dat voor ons onvoorstelbaar, bij God is altijd een nieuw begin mogelijk. Het thema van de preek is ‘Verzoening’.
Dat Jezus aan het kruis stierf tot verzoening van onze zonden is voor de één een heilig huisje en voor de ander een steen des aanstoots. Dit hete hangijzer veroorzaakte in loop der eeuwen ruzie op ruzie in de kerk. Iedereen begrijpt dat God een andere reactie op zijn uitgestoken hand verwacht. Welke?

Lezen: 2 Korintiërs 5 : 14 – 21

‘Het is God die door Christus de wereld met zich heeft verzoend: hij heeft de wereld haar overtredingen niet aangerekend. En ons heeft hij de verkondiging van de verzoening toevertrouwd.’

2 Korintiërs 5:19

In conflict
Heel idealistisch -zo zijn we in de kerk- dachten we vroeger misschien, dat wij elke vorm van conflict, van vijandschap, met wie dan ook, zouden kunnen vermijden. Dus niet! Zo lang als we maar oprecht en met goede bedoelingen in het leven stonden -met liefde, heette het- dachten we, zouden we kunnen voorkomen, dat er ook maar één iemand zou opduiken, die een afkeer van ons zou krijgen. Maar helaas op een goede dag worden we vast en zeker wakker uit deze te mooie droom. Mensen, zo volmaakt ziet de echte wereld niet in elkaar.
Na verloop van tijd blijkt, dat we al een aardig lijstje bezitten, met namen van mensen, met wie we ooit contact hadden, goed contact zelfs, maar die we nu absoluut nooit meer willen zien of spreken. Als we deze uit de gratie gevallen persoon toevallig toch tegenkomen in een supermarkt of op straat, in de kerk, weten we niet goed raad met de ongemakkelijke situatie. We zwijgen. Kijken ijskoud langs hem of haar heen. We vervolgen zo snel mogelijk onze weg. Dat die afkeer, die vijandschap ontstaan is, doet zeer, want we zijn als christenen mensen van goede wil. We hadden nooit gedacht en gewild, dat er een kloof zou ontstaan tussen ons en die ander. Die verwijdering had nooit gemogen.
We deden ons best om geen vijandschap te creëren. Het is toch gebeurd! Zonde. God, wat moet u met ons soort mensen aan?

Paulus en Korinte
Het overkwam Paulus. U weet wel de apostel uit de Bijbel. Die van de Korinte-brief. Paulus wist hoe het voelde: nooit gedacht, toch kregen: vijanden. Zij eerste ervaringen met Korinte waren veelbelovend. De kerk, die hij geplant had, had zijn hart en iedere dag, zo schrijft hij in zijn correspondentie met deze lieve mensen, bidt hij voor hen. Geen vuiltje aan de lucht. Het moet hem diep, diep, diep geraakt hebben, toen hij hoorde, dat onverlaten zijn reputatie als apostel in de kerk aan gruzelementen aan het gooien waren. Wat een pijn!
Dit wil ik niet! Wat heb ik verkeerd gedaan? Waar heb ik het aan verdiend?
Na zijn vertrek maakten concurrerende predikers hem zwart. Ze betwistten zijn geloofwaardigheid. ‘Die Paulus van jullie zou zich geen apostel moeten noemen.’ ‘Hij is een geldwolf, een charlatan, die een nep-evangelie predikt.’
‘De man kraamt volslagen onzin uit.’ ‘Een ketter!’ En meer van dat fraais. Alle goede intenties ten spijt, het was Paulus niet gelukt geen vijanden te maken.
Hoe ga je daarmee om? God, hoe moet je verder met hen en met de pijn in je zelf?

Verzoening
Paulus reageert schriftelijk op zijn tegenstanders en op wie ze meesleepten in hun haatgevoelens. Hij schrijft brieven aan de Korintiërs. Hij reageert met een tranenbrief. ‘Dit doet me verdriet!’ Hij verdedigt zijn apostelschap in een brief op hoge poten. Stoom afblazen. In hoofdstuk vijf van de Tweede Brief aan de Korintiërs rondt hij een eerste keer zijn poging af om zijn naam te zuiveren en zijn opponenten de oren te wassen met een samenvatting van zijn boodschap.
De kern. Hij schrijft een krachtige passage over ‘verzoening’. Zo eindigt Paulus en begint hij weer opnieuw. Door genade en vanwege het lijden en sterven van Jezus, heeft God zich verzoend met ons. Door de kruisdood van Jezus Christus is er definitief iets veranderd in de relatie tussen hemel en aarde, tussen God en christenen, mensen die vroeger nota bene op voet van oorlog met God leefden. De hemel scheldt de volgelingen van Jezus hun schuld kwijt, een schuld die een goede verstandhouding tussen beiden in de weg stond. Het resultaat van deze kosmische verzoening is fenomenaal. Het geeft een andere kijk op alles. ‘Je bent als nieuw,’ schrijft Paulus. Met wie God zich verzoent heeft, die persoon kijkt naar alles en iedereen door de lens van verzoening.
Ambassadeurs van de verzoening mogen ze zichzelf noemen. De verzoening vormt de spil, waaromheen de christelijke geloofsverkondiging draait.
Aan het kruis, aan de tekens van verbroken brood en vergoten wijn lezen we af dat de betrekkingen tussen God en mens hersteld zijn. Maar niet als een automatisme. De nieuwe relatie van liefde houdt een opdracht in, ‘een bediening der verzoening’. Voor de inhoud van de opdracht daarvan leg ik een zin uit een brief van een andere apostel, naast die van Paulus. Die ander, Johannes, de apostel van de liefde, schrijft als consequentie van de kruisdood van Jezus: ‘Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeder en zusters ons leven in te zetten.’
Ons leven inzetten voor onze broeders en zusters. Gaat dat lukken? Dat is nogal wat. Je leven inzetten voor de ander. De bemoedigende strekking van de woorden van Paulus in 2 Kor. 5 is: God laat zich verzoenen, door Christus.
Zo gaat het oude voorbij en komt het nieuwe. De boodschap van het evangelie is, dat wij in Gods ogen waard zijn om vergeven te worden. Wij zijn voor Hem mensen op wie gewacht wordt, welke wegen we ook gaan. Hij blijft op ons vertrouwen, in ons geloven.

Geef een reactie