Hoe houden we het uit in de dreiging en de angst? Preek Witte Donderdag 24-03-16

Tekst: Exodus 12: 15-20; Lucas 22: 14-34 ; Johannes 14: 15-31

preek 16 03 24Op Witte Donderdag lezen we het verhaal, waarin Jezus tijdens het Joodse Paasmaal brood en wijn neemt en ons oproept dat te blijven doen. Ook als hij er niet meer is. Kennelijk vindt hij het heel belangrijk dat zijn leerlingen, en dat wij dat blijven doen. Waarom vindt Jezus die maaltijd zo belangrijk? Zo belangrijk dat het misschien wel het allereerste is waar je aan moet denken als het om een geloofsgemeenschap gaat: een maaltijd houden?

Zie het volgende even voor je: Jezus voelt de dreiging op hem afkomen. Hij voelt de vijandigheid van de religieuze leiders in Jeruzalem. En hij voorvoelt het verraad van Judas. Hij voelt: het gaat mis. En wat gaat er dan mis? Niet alleen zijn eigen leven, maar ook de beweging die hij op gang heeft gebracht. Die beweging wordt bedreigd en dreigt uit elkaar geslagen te worden. Alles lijkt voor niets als je het zo beschouwt.

Jezus slaat niet terug maar zoekt gemeenschap

Maar Jezus kiest er niet voor om terug te gaan slaan en zich af te weren. Dat had je je best kunnen voorstellen.
Hij had best teleurgesteld kunnen zijn. Boos misschien ook. Hij had het goede voor met de mensen. En dan reageren ze vijandig tegen hem. Ik zou me best kunnen voorstellen dat hij dan om zich heen had willen slaan.

Maar dat doet hij niet. Hij kiest ervoor om niet geweld met geweld te beantwoorden, maar zijn eigen passie te blijven volgen. Zijn goddelijke missie. En die missie is om in alle dreiging te blijven vieren. Zich niet van de wijs te laten brengen, maar te blijven vieren. Hoe dan ook. Hoe dreigend de wereld er ook uit ziet. Hoezeer terroristen ook angst proberen te zaaien. We blijven vieren. En juist dat Paasmaal. Een maaltijd van de verlossing uit het Angstland Egypte. Het land waar je niemand bent. Jezus laat zich niet van de wijs brengen door de heilloze spiraal van geweld. Hij bleef trouw aan zichzelf en aan God. Het is dus beslist geen galgenmaal dat Jezus hier houdt. Hoe groot de dreiging ook is. Hij viert. En zo vieren wij. Tegen de terror, tegen de angst in.

Waarom zoekt Jezus gemeenschap in een maaltijd?

Maar waarom een maaltijd? In het Evangelie van Lucas keert de maaltijd steeds terug. Hier bij het Laatste Avondmaal is het de zevende maaltijd die Lucas beschrijft. De climax. De maaltijd der maaltijden. En in de maaltijd draait het om de gemeenschap. Die gemeenschap is als het ware het wapen dat Jezus heeft en dat wij hebben tegen de angst, tegen het geweld, tegen alles wat Jezus’ idealen bedreigt.

Die gemeenschap wijst vooruit naar het Koninkrijk van God. Daaraan zie je ook dat het geen galgenmaal is. Jezus stopt niet als hij zegt: ‘Vanaf nu zal ik niet meer drinken van de wijkstok.’ Hij zegt erachter aan: ‘tot het koninkrijk van God gekomen is.’ Het houdt hier niet op. Door zijn aanstaande lijden en dood heen ziet hij de vervulling van alle beloften en verlangens in het Koninkrijk van God. Dus hij kijkt over het angstige moment en over de concrete dreiging die bewaarheid zal worden heen.

Waarom is die gemeenschap nodig om het Koninkrijk van God te bereiken?

Maar om dat te verwezenlijken is die gemeenschap nodig. Het is niet iets van Jezus alleen, of van enkelingen, maar van de gemeenschap. En dat laat Jezus zien tijdens de maaltijd. Je zou er bijna overheen lezen, maar misschien is het je opgevallen dat Jezus twee keer de beker deelt. Hij begint ermee. En daarna geeft hij pas een nieuwe betekenis aan brood en wijn, waarbij hij de beker weer pakt. Hij pakt als eerste de beker en hij zegt: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door.’ Normaal zou iedereen uit zijn eigen beker hebben gedronken. Nu niet. Dit is het moment van dankzegging. En in dat moment van dankzegging geeft Jezus zijn beker door. Het is een zegen die hij doorgeeft en de vreugde van de dankbaarheid die hij deelt over het naderende Koninkrijk van God.

Bij het delen van het brood roept hij op dat de blijven doen om hem te gedenken. Gedenken is niet zomaar je herinneren. Gedenken is de herinnering actueel maken. Jezus zegt: ‘Dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt.’ Hij deelt zijn leven uit. En dat gedenken betekent dat je je in je leven blijvend laten inspireren door Jezus. Je steeds zijn woorden herinnert. En je leven erdoor laat bepalen.

En in die beker is de nieuwe verbintenis tussen God en mensen door het bloed van Jezus. In het bloed zit in de beelden van die tijd de ziel verborgen. In de bezieling door Jezus ligt een nieuwe verbintenis tussen God en mensen. Blijf die bezieling zoeken, dan hoef je niet bang te zijn.

De gemeenschap is dus cruciaal om Jezus’ inspiratie en bezieling levend te houden. Om niet in angst te vervallen, toe te geven aan de dreiging. Die maaltijd is dus ook niet het einde van de gemeenschap door wat er gebeuren gaat met Jezus. Juist niet! Hier wordt het fundament gelegd om Jezus’ inspiratie en bezieling, om de weg naar het Koninkrijk van God levend te houden.

Jezus verziet verraad; is het zo van onze ogen af te lezen?

Maar makkelijk is dat niet. Eerder in het hoofdstuk lezen we dat Satan bezit nam van Judas, bijgenaamd Iskariot, een van de twaalf. Het staat er nadrukkelijk bij: een van de twaalf. Een van ons. Het zit in onszelf. Mooi gezegd om in de dreiging te blijven vieren. Mooi gezegd om in alle angst en in al het lijden dat je overkomt te blijven vieren. Het zit in ons om te zeggen: nu maar even niet, ík heb er geen zin. Daarom voelen alle leerlingen zich ook een beetje betrapt als Jezus zegt dat degene die hem zal uitleveren samen met Hem aan tafel ligt. Is het zo van mijn gezicht af te lezen dat ik mij niet helemaal kan geven? Is de angst van mijn gezicht af te lezen? Mijn twijfel of ik sterk genoeg ben vol te houden? En niet te vervallen in geweld tegen geweld, afweren en wegblijven?

Dreiging van verraad ontlokt competitie en conflict om dat te bedekken

Maar hoezo zie jíj het even niet zitten? Jezus ziet het zitten, dus waarom jij niet? Wat is dat nou, dat jij er even geen zin in hebt? Jezus heeft zich gegeven, waarom neem je dat niet aan en vorm je de gemeenschap niet mee? De leerlingen missen die zelfreflectie, gaan niet ernstig en eerlijk bij zichzelf onderzoeken hoe ze erin staan. Maar ze vervallen in competitie en conflict. Zoals vaker gebeurt. Het ligt altijd aan een ander, en wat ik vind is belangrijker. Dus ontstond er onder hen een conflict over wie de belangrijkste was.

Zo zien we twee kanten van dezelfde medaille. Je terugtrekken bij dreiging, omdat jij er even geen zin in hebt. En strijden om wie de belangrijkste is. Maar zo bouw je geen Koninkrijk van God, en zo ben je geen kerk. Wil je blijvend geïnspireerd worden door Jezus dan ligt de sleutel in die gemeenschap. In gedenken van het delen van het leven van Jezus, daaruit leven. En in de houding naar elkaar. ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar ik ben in jullie midden als iemand de dient.’ Jezus keert de rollen om. Het gaat er niet om in de wereld belangrijk te zijn als een weldoener, zoals machtige mensen zich indertijd ook al lieten noemen. De belangrijkste vraag is: waarmee dien je? En waarmee die je Gods gemeente, waarin Jezus’ inspiratie en bezieling levend gehouden wordt.

In de maaltijd gaat het niet om onze eigen koninkrijkjes, maar om het dienen

De maaltijd is gemeenschap. En die gemeenschap is het fundament onder het Koninkrijk van God. Dat bestaat niet uit onze eigen koninkrijkjes, maar uit het ene koninkrijk van Jezus, waarvoor hij zijn leven geeft en deelt. In de gemeenschap met elkaar. Tegen de angst, tegen de verdeeldheid. Om te leven van uit Jezus’ inspiratie en bezieling.

Waarmee dien jij Gods gemeente?

Het gaat er niet om of wij daar nu wel of geen zin in hebben, maar hoe we dat Koninkrijk dienen. En dat Koninkrijk wordt bedreigd. Door wat er in onszelf leeft. Laten we onszelf en alles wat we doen niet belangrijker maken dan het is en kijken waarin we elkaar en God kunnen dienen. Dan komen we bij dat Koninkrijk van God uit, waarvoor Jezus zich gegeven heeft.

Geef een reactie