Samenwerken met Moslims?

We leven in ons land samen met moslims. Als gemeente zoeken we een weg in multireligieus Nederland. Vragen te over. Komen christendom en islam uiteindelijk op hetzelfde neer? Wat verbindt ons? Wat is het grote verschil? oorlogen en terrorisme kleuren onze kijk op de islam. Wat zijn de kansen op samenwerking? Op 24 juni werd er samengewerkt. Een imam sprak na het amen van een afscheidsdienst een Arabisch smeekgebed uit in de Kerk aan de Haven. De preek legt deze ontmoeting tussen twee godsdiensten naast die van de apostel Paulus en aanhangers van het geloof in Griekse goden. Dat laatste gebeurde in Athene. Lucas schrijft erover in Handelingen 17. Worden we van de Bijbel wijzer? Absoluut! Vooral van Jezus.

Lezingen: Psalm 96 en Handelingen 17 : 16

Handelingen17v27

‘Het was God bedoeling dat ze hem zouden zoeken en hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien hij van niemand van ons ver weg is.’

 Een imam in de kerk?

Op zaterdag 24 juni vond er een bijzondere afscheidsdienst plaats in het koor van de Kerk aan de Haven. Voor het eerst in de geschiedenis van onze gemeente verzorgde een imam een klein gedeelte van het afscheid. U hoort het goed: een imam in de kerk.

Dit historische momentje geeft aan, dat we als christelijke geloofsgemeenschap een weg aan het zoeken zijn in een multireligieuze samenleving. We leggen de ontmoeting tussen ons eigen geloof en islam naast de ontmoeting van het christendom met het antieke geloof in de Griekse goden. Lucas schrijft erover in Handelingen 17.

Worden we van de Bijbel wijzer? Absoluut! Vooral van Jezus, die het hart van Bijbel is. De preek gaat over een bevangen of vooringenomen kijk op andere geloven, over Jezus als het springende punt en over sporen van God in de islam. Eerst nu dus over bevangenheid, vooringenomenheid, de gekleurde bril waarmee wij naar anders gelovigen kijken.

Een gemengd gezelschap

Op zaterdag 24 juni om 11.00 uur vond er in het koor van deze kerk zoals gezegd een bijzonder afscheid plaats. Net voor de aanvang van de dienst verzamelde zich een gemêleerd gezelschap voor de kerk. De overleden man, een Nederlander, was indertijd getrouwd geweest met een Marokkaanse vrouw uit Tilburg. Vandaar dat er zich onder de kerkgangers moslims bevonden. De weduwe was aanwezig, de kinderen waren er en hun verwanten. Een aantal moslima’s had zich naar islamitische zeden, in een zwarte chador gestoken die hoofd en lichaam bedekte. Onder de genodigden ook de imam van Eindhoven. Niet op de hoogte van de gang van zaken rond een kerkdienst talmde het gezelschap om naar binnen te gaan. Na hen nadrukkelijk daartoe te hebben uitgenodigd betraden zij aarzelend het gebouw.

In een halve cirkel achter in de kerk stonden de familie en hun meelevende vrienden onwennig te wachten op wat komen zou. Het was lastig merkte ik bij mijzelf om deze aanhangers van een geloof als de islam onbevangen tegemoet te treden en hen van harte welkom te heten, zoals je broeders en zusters van hetzelfde huis ten deel zou laten vallen. Het gaat om ander geloof, en vooral de gewelddadige politieke en wereldwijde religieuze botsingen, terroristische  aanslagen, frustraties en angst kleuren onze bril waarmee wij naar moslims kijken. Zijn ze wel koosjer? Of te wel ‘halal’.

Inkleuring

Van Waalwijk nu eerst naar de Bijbel, naar Athene. In de Bijbel komen we de inkleuring van de kijk op de aanhangers van een ander geloof natuurlijk ook tegen.Paulus vertegenwoordigt in Handelingen 17  het vroege christendom.

Hij komt in het Mekka van de Griekse cultuur, Athene, in aanraking met de Griekse goden.

Als drager van een Joods bril, strikt opgevoed met het gebod, ‘Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben,’ stoort Paulus zich uitermate aan het grote aantal tempels, altaren en afgodsbeelden in de stad. De overdaad aan afgoderij prikkelt hem tot woede, schrijft Lucas over Paulus’ emotie. ‘Stelletje heidenen!’ kan de apostel best wel eens gedacht hebben. Zo staat hij erin.

Lucas, de schrijver van Handelingen, treedt het heidense Athene net als Paulus allerminst onbevangen tegemoet. Hij geeft lucht aan een lage dunk voor de inwoners van de stad, als hij schrijft, dat zij, hun filosofen incluis, niet meer dan oppervlakkige nieuwtjesjagers zijn: ‘Alle Atheners en de vreemdelingen die er wonen hebben immers voor haast niets anders tijd dan voor het uitwisselen van de nieuwste ideeën.’ Ook Lucas draagt een behoorlijk ingekleurde bril.

De grondhouding

Van Waalwijk en Athene nu naar Jezus. Een inkleuring  met de liefde voor onze kijk op onze naaste vinden we bij Jezus. Hij is de weg, de waarheid en het leven, getuigt het evangelie van Johannes. Hij wordt gepresenteerd als de ware levensweg. Met andere woorden: zoals hij onder de mensen was, zoals hij zichzelf gegeven heeft, zo wil God dat mensen leven, in liefde voor Hem en voor elkaar. Buiten deze levensweg van de liefde is geen leven mogelijk. Alleen in de weg van liefde, vergeving en genade komen we tot de Vader. Of beter gezegd: alleen over deze weg komt God door het leven en sterven van zijn Zoon tot ons. Zijn levensweg van liefde vertalen zich in een grondhouding van respect, uiterste aandacht en voorkomendheid voor alle mensen, gelovig, anders gelovig, niet gelovig. Die grondhouding, daar gaat het om. Allerminst onbevangen, maar bevangen door het onderwijs van Jezus, willen wij aanhangers van welk geloof dan ook ontmoeten.

Tot zover het eerste punt van de preek: de bevangenheid of inkleuring door de liefde, waarin Jezus ons voorging.

Het kruis

Nu voor het tweede punt weer terug naar Waalwijk en de afscheidsdienst van zaterdag 24 juni.

Na even schakelen,hebben we als volgelingen van Jezus Christus, die zijn onderwijs in praktijk proberen te brengen, alle nabestaanden van het overleden gemeentelid, zo gastvrij mogelijk ontvangen in onze kerk, met alle egards de weg gewezen naar het koor van de kerk en hen hartelijk welkom geheten in de dienst. Als godsdienstige mensen zijn we toch ook nog eens allemaal familie van elkaar. Ook al zijn we het niet overal over eens, we behoren tot de wereldwijde familie van gelovigen. De dienst begon. De kist stond in de lengte op de oranje loper met het opvallende paarse kruis erop. Uitgesproken teken van het christelijk geloof, de icoon van Jezus. De familie en meelevende vrienden en kennissen zaten aan weerszijden met zicht op kist en kruis. ‘Was het niet beter geweest de loper op te rollen, zodat het voor moslims aanstootgevende  kruis niet zichtbaar was geweest?’ ging er door mij heen. Het kruis is immers voor moslims een ergernis.

Het bestaat niet is hun overtuiging, dat een geweldige profeet als Jezus, op Mohammed na de belangrijkste boodschapper van God, een lijdensweg met de dood aan een kruis als verschrikkelijk levenseinde zou hebben moeten ondergaan. Dat zou Allah zijn gunsteling nooit hebben aangedaan. Zo is onbarmhartig Allah niet. Jezus is in de islam nooit gekruisigd. Er is geen kruis.

Dus weg ermee? Voor de aanwezige Marokkaanse familie was dat niet nodig. Nee, ze hadden er totaal geen probleem mee om als moskeebezoekers aanwezig te zijn

in een kerk en een dienst waar het kruis van Christus domineert, ook letterlijk als voorstelling in een oranje loper in het koor. Het kruis en Jezus was voor hen geen breekpunt. ‘Als ik het moeilijk heb, bezoek ik in Tilburg een katholieke kerk,’ bekende de weduwe. Al redelijk thuis in een samenleving die doortrokken is van het christendom vond zij ook in een kerk met crucifix sporen van God. Het kan ook anders. Het kruis of liever gezegd de man aan het kruis kan een steen des aanstoots en volslagen dwaasheid zijn.

Kritisch op het kruis

Van het kruis op de grond in het koor van de kerk in Waalwijk naar wat een kruis voor de inwoners van Athene blijkt te zijn.

Voor verre weg  de meeste van de zelfbewuste en zogenaamd ruimdenkende Atheners uit Handelingen 17 was Jezus Christus wel een ware steen des aanstoots. Uiterst kritisch stonden de buitengewoon godsdienstige Grieken en hun filosofen tegenover het evangelie dat Paulus in hun steden verkondigde.

Ze serveerden hem af als een verachtelijke praatjesmaker. In het gunstigste geval eiste men nadere uitleg over de onbekende uitheemse god die hij als concurrent van hun goden op de markt van geloven uitstalde. Ze namen Paulus mee naar de rechtbank op de Areopagus voor een informatief nader onderzoek. Hij kreeg spreektijd … totdat hij Jezus Christus ter sprake bracht.

Als hij komt waar hij wezen wil: ‘Er komt een dag dat God de wereld voor de rechtbank zal brengen. Hij heeft een man uitgekozen om namens hem recht te spreken. Iedereen kan weten dat dit echt gaat gebeuren. Want God heeft die man uit de dood opgewekt.’ vangt hij bot. Zijn gehoor loopt  spottend of wat fatsoenlijker met een smoes bij hem weg. Opstanding van een dode is zotteklap. Maar twee mensen laten Jezus niet meer los. Nota bene één van de rechters, Dionysius, de Areopagiet en een onbekende vrouw, Damaris.

Het lastig voor anders gelovigen dat het christelijk geloof een mens aan wijst als plaats waar God zich ten diepste uitspreekt en definitief handelt. Jezus Christus kan een breekpunt zijn, het springende punt. De concentratie op Jezus Christus als die ene Brug tussen God en mensen is voor veel bestaande tradities en geloven aanstootgevend. Voor ons is hij je van het!

Hij mag er zijn!

In het koor van de kerk was een afscheidsdienst aan de gang met moslims onder het gehoor. De loper met kruis was die zaterdagmorgen om praktische redenen niet opgerold. Achteraf gezien maar goed ook. Als kerk staan we ergens voor. In de kerk belijden we dat noch Mozes, noch Boeddha, noch Mohammed of welke religieuze leider het diepste over God heeft gezegd.

Die eer viel Jezus Christus te beurt. In het Oude Testament staat dat God zichzelf aan mensen openbaarde, in het bijzonder aan Israël. In de brief aan de Hebreeën staat hierover het volgende: ‘Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten.’ en vervolgens: ‘Maar nu de tijd ten einde loopt heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon.’ Het hoogtepunt van het spreken van God is te vinden in Jezus. Het klinkt politiek incorrect, zelfs arrogant als we ons geloof belijden: Jezus Christus is de Weg naar God, Hij is de Waarheid en het Leven.

Maar dat is hij in die zin zoals je liefhebbende man of vrouw de ware is. Natuurlijk lopen er meer interessante mannen en vrouwen rond, maar die ene, die heeft je hart. Jezus Christus heeft ons diep geraakt. We zouden hem die ons bezielt en we zouden onszelf die leven in zijn Geest niet serieus nemen als we de gekruisigde en opgestane Jezus Christus weghielden van anders gelovigen en anders denkenden. Hij mag er zijn! Hij is de bron van het leven.

Tot zover het tweede punt, dat over Jezus als het hart van ons geloof.

Imam

Ten slotte het derde punt, over spoorzoeken naar God.

Na het amen van de afscheiddienst in het koor van de kerk maakte de predikant achter de lezenaar -mijn persoon- plaats voor de imam uit Eindhoven. De Marokkaanse familie had ‘oom’  de moslimgeestelijke uitgenodigd om een smeekgebed in het Arabisch bij het afscheid van de overledene uit te spreken. Graag voldeed hij als hun pastor aan hun wens. De geestelijke van de Marokkaanse gemeenschap droeg een versierd hoofddeksel zoals een biddende iman betaamt. Verder zag hij er Westers uit. Overhemd. Spijkerbroek. Hij sprak ons zacht toe over wat ons als aanhangers van verschillende geloven verbindt, hoopte op het paradijs voor de overledene en ging tenslotte voor in een voornamelijk stil verwoord smeekgebed enkele malen onderbroken door de woorden Al Akbar, ‘God is de grootste’. Natuurlijk had de moslimfamilie netjes gevraagd of zijn aandeel bij het christelijke afscheid was toegestaan. De pastorale werkgroep en predikant hadden zich ondermeer om pastorale redenen kunnen vinden in hun wens.

Op zoek

Van Waalwijk voor de laatste keer naar Athene.

In Handelingen 17 laat Paulus midden in zijn toespraak op de Areopagus een ander geloof en een anders gelovige aan het woord. De apostel citeert namelijk de Griekse dichter Aratus. De dichtregel luidt: ‘Uit hem komen wij ook voort.’ Paulus onderstreept ermee zijn overtuiging, dat alle mensen een intieme relatie hebben met hun Schepper. Niemand staat los van hem. Er is absoluut geen verband tussen de Schepper en tempels van goud, zilver of steen, betoogt hij. Er is een verband tussen God en zijn schepselen. Zij zijn close, want  ons hele bestaan wordt omsloten en gedragen door hem. Door de Schepper hebben wij het leven, de capaciteit om ons te bewegen, door hem zijn we wie we zijn. Het geheimenis van God de schepper omringt ons en daagt ons uit meer over onze Schepper te weten te komen.

Met wie hebben we van doen? Zoekend en tastend proberen alle godsdiensten op aarde een naam te geven aan de onbekende god voor wie de Atheners een altaar hadden opgericht. Alle geloven ter wereld hebben zich, zegt Paulus op de Areopagus, ontwikkeld onder het geduld van de Schepper. Ook de islam is op zoek gegaan en heeft sporen van de Schepper gevonden en vertaald naar de vormen en inhouden van hun godsdienst. Met hen zijn wij spoorzoekers naar God. Die ontdekkingsreis delen we met hen. Het verbindt ons.

 Sporen van God

Tenslotte van Waalwijk en Athene naar Jezus.

Op die zaterdagmorgen hebben wij als volgelingen van Jezus Sporen van God gezien die de aanwezige moslims hadden ontdekt. We zagen trekken van God in de spontane uitdrukkingen die morgen van  vertrouwen, hulp en begrip zoals met name een bescheiden imam in zijn omgang met de weduwe liet zien. Het deed aan Jezus denken. En dan weet je het. Samenwerken moet meer zijn dan voorkomen, dat je gewelddadig tegenover elkaar staat. Samenwerken kan bijvoorbeeld bestaan in het doen van het zevende werk van barmhartigheid, dat is het piëteitsvol begraven van de doden. Zodoende samen sporen van een barmhartige God achter te laten.

Geef een reactie