Preek Witte Donderdag, ds Bert van der Linden 24-03-2016

HOE JE DE VOETWASSING NU ZOU KUNNEN TOEPASSEN

Op Witte Donderdag gedenken we de instelling van het avondmaal door Jezus. Het evangelie van Johannes vertelt niets over het avondmaal. Hij heeft het over een ander ‘sacrament’. De evangelist beschrijft als enige van de vier evangelisten de dienende Jezus, die de voeten van zijn discipelen wast. Het ‘sacrament’ van de voetwassing vertaalt zich in een dienende en gastvrije kerk.

voetwassing

Lezen: Johannes 13 : 1 – 17

‘Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen en droogde ze af met de doek die hij omgeslagen had.’

Johannes 13 : 4 en 5

Diep door het stof
Voordat de Joden aan tafel gingen voor de Paasmaaltijd moesten de handen en voeten zijn gewassen. Deze onbedekte ledematen zaten na de wandeling door de straten van een land met een heet en droog klimaat onder het stof. Vandaar. Hiërarchisch gerangschikt, waste de vrouw des huizes de voeten van haar man, de kinderen die van hun ouders, de slaaf deed het voor zijn meester en zijn gasten. Het was zulk laag werk, dat een Joodse slaaf niet eens verplicht werd neer te knielen bij een volksgenoot. Het wassen van de voeten was het werk van de minste slaaf. Als Jezus zijn bovenkleed aflegt, een linnen doek om slaat, water in de waskom giet, de voeten van zijn leerlingen wast en afdroogt met de doek, die hij omgeslagen had, gaat hij diep, diep door het stof. ‘Ik heb een voorbeeld gegeven, wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen,’ verklaart Jezus aan zijn volgelingen het waarom van deze verrassende daad.
Dat is en blijft een lastige voor ons. Bukken, buigen voor de ander, zit niet in ons bloed. Jezus, wat doe je ons aan?

Elkaar dienen.
Het wassen van de voeten is in de Bijbel niet louter een zaak van hygiëne. Nog meer symboliseert deze handeling de gastvrijheid, waarmee de gastheer of –vrouw de bezoeker verwelkomt. Daarmee hangt samen de symboliek van het dienen, aangezien de voetwassing in Bijbelse tijd vooral tot de taken van de laagste knecht behoorde. Dat moest het slaafje van jan en alleman maar doen.
Over dienen gesproken….. Nog niet zo lang geleden vond er een bijzondere trouwdienst plaats. De bruid was een Nederlandse, de bruidegom een Amerikaan. Na het jawoord gaven ze elkaar de ring als een dagelijkse herinnering aan de belofte, die ze elkaar hadden gegeven. Vervolgens zei de bruidgom: ‘Om te laten zien dat ik jou, mijn bruid, wil dienen en voor wil gaan in een leven met God, ga ik je nu je voeten wassen. De aanwezigen keken vol verbazing naar er ging gebeuren. De bruid gaat zitten en er wordt een teiltje met water binnen gebracht. Eerst was de bruidegom de voeten van haar. Vervolgens wast de bruid de voeten van haar echtgenoot. Een prachtige symboliek! In het huwelijk wil je niet heersen maar dienen. Niet op zoek naar het eigen geluk, maar naar dat van de ander.

Gastvrijheid
Letterlijk zoals het genoemde bruidspaar of de paus op Witte Donderdag de voeten van delinquenten wast, wassen wij in de Kerk aan de Haven elkaar niet de voeten. Geen punt. Belangrijker dan het ritueel op zich is het in de praktijk brengen van de betekenis ervan. Het gaat dan om dienende gastvrijheid.
We willen als gemeente als een open huis, met lage drempels zijn of anders gezegd, we willen een kerk zonder muren zijn, of een uitnodigende gemeente, een gemeente als pleisterplaats, een rondetafelkerk. De kerk als herberg is de praktisch invulling van het sacrament van de voetwassing. Dat betekent allereerst dat de gemeenteleden zich openstellen voor gasten, voor vreemdelingen, voor niet-leden. Dat kost inspanning. Vreemdelingen kunnen als bedreigend ervaren worden voor onze vanzelfsprekendheden, voor onze rust en gehechtheid aan het oude vertrouwde. Een echt gastvrije gemeente probeert die angst de overwinnen, stelt zich open op alle terreinen van het kerkenwerk en verwijdert barrières, die gasten, vreemdelingen belemmeren om mee te doen in de dienst, in de gemeenschap en in de omgang met God. De gast krijgt geen plaatsje aan de rand, maar in het centrum.

De rollen
In een kerk als herberg zijn ten tweede de leden ook te gast bij elkaar. Op basis van wederzijds vertrouwen stellen zich open voor elkaar. Wij mogen elkaar ontmoeten en gasten zijn in het levensverhaal van elkaar. Gedeelde vragen.
Gedeelde zorgen. Gedeelde vreugden. Bij elkaar te gast gebeurt in het tweegesprek op huisbezoek. Bij elkaar te gast gebeurt in het gesprek in kleine groepen. Juist aan de Tafel van Heer biedt een gastvrije, uitnodigende ruimte, waarin wij mogen ervaren, dat wij hoe verschillend we ook zijn bij elkaar horen met onze kleine en grote zorgen en vreugden. Wij zijn aan elkaar gegeven.
Een kerk als herberg weet ten derde ook dat wij als gemeenteleden niet de eigenaars van het kerkgebouw zijn, wat juristen ook mogen beweren. De eigenaar van de herberg is Jezus Christus. Op de keeper beschouwt zijn wij niet de gastheer of gastvrouw, maar net als ieder ander, gast. We zijn bij Jezus Christus te gast en worden door hemzelf aan tafel genodigd. De rollen worden omgekeerd. Nog onoverzichtelijker wordt het als de gastheer aller dienaar wordt, opstaat en zijn gasten de voeten wil gaan wassen. Het wordt in ieder geval Petrus te machtig. Hij weigert aan die omkering mee te doen. Hij grijpt terug op de bekende routines en wil de vertrouwde orde herstellen. Hij poogt grip op de situatie te houden. Uiteindelijk geeft hij zich over. Het sacrament van de voetwassing wijst ons op drie aspecten van een kerk met dienende gastvrijheid hoog in het vaandel: openheid naar vreemdelingen, bij elkaar te gast zijn en gast zijn van Jezus Christus. Een ander symbool van de gastvrije gemeente is de tafel. Die staat klaar in het koor van de kerk. Hartelijk welkom iedereen!

Geef een reactie