OP ZOEK NAAR RUIGHEID EN OORSPRONKELIJKHEID…

Voor wie op zoek is naar inspiratie is de brief van Paulus aan de Galaten een aanrader. In het hartstochtelijke pleidooi om te geloven in Jezus Christus vallen de frisheid, de ruige oorspronkelijkheid en de kracht van de eerste uitingen van het geloof te ontdekken. Paulus beweert op de markt van geloven, dat het evangelie dat hij verkondigt, de enige ware blijde boodschap is. Hij gelooft in de absolute waarheid. Hij ‘vloekt’ en vecht ervoor. Geen wonder, want de eenheid van de geloofsgemeenschap staat op het spel. Laat een relativerend en twijfelend geloof eens de vaste overtuiging achter Paulus’ brief aan de Galaten voelen! Het thema: ‘De eerste liefde’ (Openbaring 2 : 4). De preek wil naast nieuw elan, ook een bijdrage leveren aan de eenheid onder christenen.

Lezen: Galaten 1 : 1 – 12

Er is geen ander evangelie, er zijn alleen maar mensen die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.
Galaten1v7dienst

Ongelukkig met Paulus
De predikant gaat weg. Er moet beroepen worden. Nou weet ik niet of er op dit moment een gemeente in Nederland te vinden is, die Paulus als predikant zou willen beroepen, ook al mag hij dan de strepen van een apostel dragen. Er zal de nodige terughoudendheid zijn om met hem in zee te gaan. De toon en de inhoud van zijn brief aan de Galaten roepen namelijk aversie op. Een man die het volgende schrijft willen we niet als predikant:

1. Heeft ds. Paulus het niet te hoog in zijn bol als hij beweert dat Jezus Christus en God zelf zijn directe werkgevers zijn? Ik citeer uit zijn brief: ‘Ik ben niet door mensen aangesteld, maar door Jezus Christus en God zelf.’ (Bijbel in Gewone Taal) Kapsones heet dat bij ons!
2. Heeft hij wel een pastoraal hart? Er kan bij hem geen positief woordje af aan het adres van mensen, die toch maar mooi geloven en trouw naar de kerk gaan ondanks de weerstand die zij ondervinden van hun omgeving. In vergelijking met andere brieven aan andere kerken, kan er slechts een koele groet vanaf!
3. Hij claimt de absolute waarheid in pacht te hebben. ‘Wat ik vertel, is de waarheid,’ beweert hij zwart op wit. Dé waarheid bestaat toch niet?
4. Hij ligt overhoop met zijn medevoorgangers met een andere mening en lijkt in het conflict alle fatsoen overboord te hebben gegooid. ‘Er zijn predikers die jullie in de war brengen. Zij willen van alles veranderen aan het goede nieuws over Christus.’ ‘Ze zijn daarom vervloekt!’ vaart hij uit. ‘God verdoeme hen!’
5. En wat moeten we aan met zijn zwarte humor? ‘Mensen die zo graag over besnijdenis praten, moeten alles er maar af snijden.’ Tjonge!
6. De geadresseerden worden ongenadig de oren gewassen. ‘Wat zijn jullie stom om de fout in te gaan! Wat is er met jullie gebeurd?’ klinkt het verwijtend.
Nog één negatief puntje en dan houden we op.
7. Van opmerkingen op zijn botte en eigenzinnige functioneren trekt Paulus zich weinig aan. ‘Misschien vinden de mensen het niet prettig wat ik zeg. Maar dat maakt me niets uit,’ noteert hij onverschillig. ‘Ik doe alleen wat God wil.’

Na deze kleine impressie van paulinische ongerechtigheden, zal het u niet verbazen, dat Paulus als Bijbelschrijver bij nogal wat moderne lezers laag aangeschreven staat en dat er kerkgangers zijn, die met de apostel in hun maag zitten. De meest kritische van allen parkeren hem in de hoek van fundamentalistische gelovigen uit het Midden-Oosten. Liever een andere voorganger in onze kerk! Wat is er aan de hand met de apostel? Het is een lang verhaal over, maar ik zal het kort vertellen.

Een dreun
Zijn verhaal. Een Bijbelverhaal. Gods verhaal dus. Het begint met een Paulus, die claimt dat niemand minder dan de Vader en de Zoon zijn werkgevers zijn.
‘Ik ben niet door mensen aangesteld als apostel, maar door Jezus Christus.
Hij en God de Vader hebben mij uitgekozen om apostel te zijn,’ staat er in zijn Galatenbrief. Maakt hij zichzelf niet te close met God? Nee, het is andersom, blijkt uit zijn levensgeschiedenis. God wordt close met hem. Zijn boodschap komt, volgens de apostel, rechtstreeks uit de hemel. Hij schrijft: ‘Vrienden, het goede nieuws dat ik jullie verteld heb, is niet door mensen bedacht. Dat moeten jullie goed begrijpen. Ik heb het ook niet van mensen gehoord of geleerd. Ik heb het van Jezus Christus.’ Heeft dan hij soms een stem uit de hemel gehoord? ‘Jazeker,’ vertelt Lucas zijn biograaf in het boek Handelingen.
Zelfs meer dan een stem! Paulus heeft een combinatie van beeld en geluid uit de hemel ontvangen of te wel een visioen. Op grond daarvan preekt en schrijft hij nu met goddelijk gezag.
Wie zou net als hij geen visioen uit de hemel willen ontvangen? Kijk, je kunt mee hobbelen in de kerk op grond van het kerkelijke gezag. Je houdt je aan de regels. Je gelooft, omdat je het zo geleerd hebt. Omdat het zo hoort. Is die reden om te geloven niet aan het webebben bij veel mensen? Kerkbanken raken leger. Je spreekt een bepaalde kerkleer na of je draait mee in het kerkelijke patroon. Wat niet wil zeggen, dat dit niet waardevol kan zijn. Maar steeds belangrijker als benzine in de tank van het geloof is de beleving, de ervaring aan het worden. Een visioen. Een indringende stem. Een bemoedigend woord. Een veelzeggend teken. Een intense ontmoeting. Een fijn gevoel. Een inspirerend lied. Schouderklopjes van God!
God komt zo dicht bij Paulus, zo close, dat de impact van deze aanraking uit de hemel zijn verdere leven lang nadreunt. Toen God hem aanraakte werd hij compleet van zijn stuk gebracht. Zijn leven veranderde op slag van richting.

De ontmoeting met Jezus
Wat zag Paulus? Liever gezegd: Wie zag hij? Het laat zich raden. Jezus Christus!
9 keer komt die naam alleen al in de eerste alinea’s van de Galatenbrief voor.
Paulus kreeg Jezus Christus te zien en de Zoon van God staat voortaan op zijn netvlies gebrand. Welke Jezus? Er zijn er zoveel. ‘Jezus, die de Vader heeft opgewekt uit de dood,’ schrijft hij. ‘Ik dacht dat hij dood was.’ ‘Maar hij leeft! Ik heb het nu zelf gezien!’ Welke Jezus? ‘Jezus, die zijn leven voor ons heeft gegeven. Daarom zijn onze zonden vergeven en zijn we bevrijd uit deze slechte wereld,’ schrijft hij. Het gaat om die Jezus, die hem tot apostel geroepen heeft.
Jezus, die Paulus voortaan als het goede nieuws verkondigt tot in Galatië, Turkije, toe.
‘God was goed voor mij,’ schrijft Paulus. ‘Speciaal voor mij heeft hij laten weten wie zijn Zoon is. God wilde namelijk dat ik het goede nieuws over Christus aan iedereen zou gaan vertellen.’ En hij op zendingsreis.
Dietrich Bonhoeffer,de verzetsdominee uit Nazi-Duitsland, hij die de ontkerkelijking lang te voren zag aankomen, al zijn gedachten kruisten om de persoon van Jezus Christus. Met kerkelijke statistieken over de terugloop van de kerkgang bemoeide hij zich niet. Onophoudelijk was hij met één vraag bezig, de belangrijkste van allemaal: ‘Wie is Christus vandaag voor ons? Als je iets van Bonhoeffer kunt leren, trouwens ook van Paulus, dan is het dit wel: het leven van een christen is een leven waarin Christus in het midden staat. Het gaat maar niet om het erop nahouden van christelijke theorieën of opvattingen, kerkelijke patronen of kerkordes. Nee, het gaat om de concrete betekenis van de persoon van Jezus Christus. Je hebt hem voortdurend op het netvlies. Hij bepaalt ons denken, doen en laten in de wereld.

Het geheim van God
Paulus zag Jezus. Eerst was de man van Nazareth de ‘duivel’ voor hem. Paulus was een Jood, een vrome Jood zonder geloof in Jezus. ‘Ik was een Jood met oogkleppen voor,’ schrijft hij. ‘Ik dacht dat God de privégod van Israël was.’
‘Onze God!’ Plots het visioen. De openbaring van Jezus Christus. ‘Maar op de tijd, die God bepaald had, stuurde hij zijn Zoon Jezus om dit eeuwenoude, vastgeroeste idee uit haar voegen te lichten,’ schrijft hij. Hij raakte ervan overtuigd dat zowel Joden als Grieken, ja de hele wereld, in de genade van Christus mag delen. Zijn oogkleppen vielen af. Hij geloofde. Niet alleen de Joden. Alle mensen heeft God op het oog. Ineens doorgrondde hij het geheim van God. ‘God is goed voor mij, want hij heeft aan mij zijn geheim bekend gemaakt,’ schrijft hij in de brief aan de christenen in Efeze. ‘Nu begrijp ik Gods plan met Christus pas.’ ‘Dat plan was eeuwenlang voor mensen verborgen, maar nu weten we, dat Joden en niet Joden samen één christelijke kerk vormen. En dat de beloftes van God aan Israël nu gelden voor iedereen.
Jezus Christus heeft dit allemaal mogelijk gemaakt! Dat is het goede nieuws waarin christenen geloven.’ God heeft in Jezus Christus de toegang tot hem voor alle mensen geopend! Het aanbod van het heil van God is universeel geworden. Voor Jood en Griek. Voor man en vrouw. Voor slaaf en vrije. Voor rijk en arm. Voor oud en jong. En nou maar hopen dat de hele wereld wil komen! Overigens, dat valt nogal eens tegen…
Opmerkelijk is dat er de laatste jaren een warme belangstelling aan het ontstaan is voor een doorgaans onsympathiek, dogmatische en autoritair gehouden Paulus. Men is de laatste tijd gelukkig met hem en met zijn boodschap van universalisme, het omarmen van iedereen. Zijn boodschap– doorbreekt bewust alle politieke en sociale grenzen. De barrières tussen de volkeren slecht hij. De scheidingsmuren in de kerk vallen, omdat hij alle mensen op het oog heeft, die hij dan ook kennelijk zonder uitzondering aan elkaar gelijkwaardig acht. Opmerkelijk de belangstelling voor een grenzenoverschrijdende Paulus vandaag? Eigenlijk helemaal niet. Het populisme in de samenleving met slogans als ‘Eigen volk eerst!’ en het populisme in de kerk met slogans als ‘Eigen kerk eerst!’ roepen discussie en vragen op. Paulus discussieert graag stevig mee en hij heeft zijn antwoord klaar.

Een heftige discussie
Met Paulus in discussie… Dat zul je weten. In discussie met andersdenkenden, die een wereldwijde zuster- en broederschap door het geloof in Jezus Christus aanvallen, zijn ontdekking, zijn geloof, zijn bezieling, zijn kindje, zijn levenswerk, zijn roeping, Gods plan, in een discussie hierover gaat een emotionele Paulus door roeien en ruiten. ‘Er zijn dwaallichten die aan komen zetten met de Joodse wetten, koosjer eten, besnijdenis, rituelen en zo.’ Die willen ze per se aan iedereen opleggen. Ze zeggen: ‘Je gelooft in Jezus, hij was een Jood, dus moet je als volgeling van Jezus ook Joods leven, met alle geboden en verboden.’ Wie de ander de last en het juk van zijn religieuze wetboek wil opleggen vervreemdt de ander van zich. ‘Jij moet ook net als ik zijn…..’ Die ander schrikt terug. Wetticisme drijft mensen uit elkaar. Stoot af. Alleen de Geest van Jezus Christus brengt mensen bij elkaar, weet Paulus. Hij schrijft: ‘Mensen, die zich laten leiden door die Geest, een heilige Geest, leven heel anders. Zij houden van elkaar. Ze zijn blij en leven in vrede. Ze hebben geduld en zijn goed voor elkaar. Ze geloven in Christus. Ze zijn vriendelijk en gedragen zich goed.’ Niet de wet, de regeltjes, maar de Geest van Jezus Christus verbindt, gelooft Paulus.
Smekend, schamper uitvallend, vloekend, bezorgd, zuchtend, struikelend over zijn woorden, vermanend en met zwart humor voert Paulus een hartstochtelijk pleidooi voor de Geest van Jezus Christus, die christenen samen brengt en bij elkaar houdt. Niet de regeltjes. In het vuur van zijn passie voor de waarheid van zijn evangelie vervloekt hij zijn tegenstanders en noemt hij degenen, die in een ander evangelie dan het zijne dreigen trappen, verbazingwekkend stom. En het kan hem niets schelen wat de mensen van zijn ongepolijste reactie vinden. Het evangelie is in het geding! Het gaat hem de eenheid van allen in Christus. Tot zover het verhaal achter de brief van Paulus aan de Galaten. Wat nemen we eruit mee? Terug naar ‘onze eerste liefde’, zou ik willen voorstellen

De eerste liefde
Er waren eens christenen, de eerste. Lang geleden. Rond het jaar 50. Eentje heette Paulus. Deze eerste christenen stonden in vuur en vlam voor een Jood genaamd Jezus. Ze geloofden in hem als de Zoon van God. Hij leefde voor hen.
Hun bestaan stond radicaal in het teken van zijn leven, dood en opstanding, zijn onderwijs en voorbeeld. In de kracht van zijn Geest probeerden zij voor God en hun medemens te leven. Van ingevingen leefden ze. Spontaan. Ze straalden geloof, hoop en liefde uit. Natuurlijk, ook die volgelingen van Jezus waren mensen met fouten en gebreken. Er deden zich soms hooglopende ruzies voor over wat de waarheid zou moeten zijn. Er vielen woorden. Er vielen rake klappen. Geloofsgemeenschappen scheurden. Maar toch dit christendom in de kinderschoenen elektrificeerde met zijn enthousiasme de omgeving.
Het geloof leefde. Na verloop van tijd, na verloop van eeuwen, stolde deze vurige, soepele, ongecontroleerde massa tot een georganiseerde kerk met een kerkorde, de ambten, een omlijnde theologie en een mooie liturgie.
Het bruisende water van de begintijd werd gekanaliseerd in een bedaarde en duurzame stroom. Zo overleefde de kerk. De vurige brief van Paulus aan Galaten oefent aantrekkingskracht uit op leden van de kerk der eeuwen, die voor nieuwe inspiratie op zoek zijn naar de frisheid en ruige oorspronkelijkheid van de eerste indrukken van Jezus Christus, de uitingen van de eerste liefde, bruisende liefde.

Geef een reactie