Zondag 16 augustus 2015 Marcus 7 vers 37

De manier waarop Jezus een doofstomme man behandelt lijkt als twee druppels water op de praktijken van rondreizende ‘heidense’ wonderdoeners. Zijn behandelingsmethode is een prachtig voorbeeld van een God, die zich inleeft en aanpast aan onze mogelijkheden. Het thema: ‘Aanpassing’.

Lezingen: Marcus 7: 31 – 37 en Jesaja 35: 1 – 10

Marcus 7: 37
‘De mensen waren geweldig onder de indruk en zeiden: ‘Alles was Hij doet is goed: zelfs doven laat hij horen en stommen laat hij spreken.’’

Gemeente van Jezus Christus,

1. Vreemde praktijken.
Familie brengt een zieke voor genezing bij Jezus. De mans is doof en zijn tong zit vast, staat er letterlijk. Jezus behandelt hem met een reeks technieken,
die ons het gevoel van hocus pocus geven. Poppenkast. Hij neemt de zieke apart. Steekt zijn vingers in diens oren. Raakt met speeksel zijn tong aan.
Slaat zijn blik naar de hemel. Zucht diep en zegt tegen hem ‘Effata’. Hoogst merkwaardig! De adressant is doof! De niet te horen spreuk door de aangesproken persoon, komt over als een toverspreuk. ‘Ga open.’
‘Oren ga open!’ ‘Hoor weer!’ Voor de behandeling van de doofstomme man wendt Jezus deze keer een reeks technieken aan die ‘heidens’ aandoen.
En dat klopt ook! Jezus is ‘heidens’ bezig. Preciezer geformuleerd: hij is hellenistisch, vergriekst aan de gang.

2. Heidens
Dat komt door de regio. Na een heftig conflict met de Farizeeën en Schriftgeleerden op eigen bodem passeert Jezus de grens om buiten hun bereik te komen. Mobieltje uit en in de auto. Hij duikt op in Decapolis, het multi-etnische gebied van de zogenaamde Tien Steden met een mengelmoes aan Griekse, Joodse, Romeinse en Syrische bewoners. Dat gebied ten noorden van Israël herbergt een vergriekste bevolking. Vrome Joden etiketteerden hen als een stelletje heidenen. In die regio trekken wonderdoeners rond, genezers,
die bij de behandeling van zieken gebruik maken van wat men toen geloofde effectieve middelen te zijn: aanraking en manipulatie van het aantaste orgaan,
gebruik van speeksel, waaraan men geneeskrachtige werking toeschreef,
zuchtend opkijken naar de hemel om de nodige bovennatuurlijke krachten in zich op te nemen, het uitspreken van bezweringsformules. Voor ons gevoel bijgeloof! Jezus behandelt de doofstomme op dezelfde manier. Waarom is hij op dit moment even hun collega en niet de onze? Zijn optreden in Marcus 7 heeft weinig weg van een PKN-dominee, die te doen gebruikelijk de ogen sluit
de handen vouwt en met rustige stem voorzichtig bidt eerder om kracht voor de zieke, dan om concrete genezing. Waarom zo? Goeie vraag. Een antwoord….

3. Aanpassing
Dat Jezus vergriekst, heidens te werk gaat heeft volgens mij van doen
met bekende woorden van Paulus: De apostel schrijft in de brief aan de Korintiërs: ‘Ik ben voor de Joden, een Jood geworden.’ Het vervolg in mij eigen woorden: ‘Ik ben voor de Joden een Jood geworden en voor de Grieken een Griek.’ Jezus past zich aan, aan de vergriekste leefwereld van de doofstomme man en aan zijn beperking ten dienste van de communicatie en een echte ontmoeting De dove man hoeft niet op te klimmen naar de Joodse wereld van Jezus, maar Jezus daalt af in de wereld van de dove. Hij kwam immers om te dienen. Jezus voert dit schouwspel op, waardoor hij tegemoet komt aan de behoefte van een dove: gebarentaal. ‘Meteen gingen zijn oren open,
zijn tong kwam los en hij kon normaal spreken,’ vertelt Marcus over het welslagen van de communicatie. Jezus zet hier een beeld neer van een God, die zich aanpast aan onze mogelijkheden. Calvijn heeft over de aanpassing of accommodatie van God mooie dingen geschreven. Ik haal wat gedachten naar voren

4. Accommodatie
Zich aanpassen of met het woord uit de theologie ‘accommodatie’ vormt een belangrijke eigenschap van God. Ooit was ik leraar. Vooral in het begin was lesgeven een opgave met name, omdat je voor de klas in eerste instantie
als een omgevallen boekenkast aan de gang gaat. Je doet veel te moeilijk.
Zit je boven het niveau van de leerlingen, dan hangen ze in een mum van tijd in de gordijnen van het lokaal. Afdalen! Pas als je afdaalt naar het begripsniveau van de kinderen of de jongeren kun je hen wat bij brengen. God past zich aan, aan ons begripsniveau als hij via de Bijbel met ons communiceert. Een voorbeeld. Als hij bij de huidige stand van de wetenschap aan ons zou willen vertellen, dat hij de Schepper van hemel en aarde is zou hij nu spreken over de oerknal, een uitdijend heelal, miljoenen lichtjaren en de evolutie van het leven.
Zo ziet voor ons de wereld er uit. Op dat niveau zitten we. Onder de Bijbelschrijvers zouden zich gelovige wetenschappers bevinden, stel ik mij voor.
De schepping in 6 dagen accordeert met de primitieve stand van de wetenschap van de Joden uit de tijd dat Genesis 1 op schrift werd gesteld,
eeuwen geleden. Calvijn, in wiens theologie de accommodatieleer een belangrijke rol speelt, wist het al: we moeten de Bijbel niet overal letterlijk nemen, want God heeft het soms helemaal niet zo bedoeld, zoals het er staat.
De tekst heeft zich aangepast aan de beperkte blik van de lezer van toen en daar. De letterlijk tekst dus niet verabsoluteren. Geen fundamentalisme!
God overstijgt ons menselijke voorstellingsvermogen, maar houdt in de openbaring wel rekening met ons bevattingsvermogen. Hij wil communiceren door accommodatie. Daarom maakt hij ook gebruik van aanschouwelijk onderwijs, zoals dat zo mooi heet: een boom des levens in het paradijs,
de regenboog, het manna, de sacramenten doop en avondmaal. God heeft die tekens niet nodig. Ze zijn er voor ons. Hij daalt af. Een glorieuze en heilige God,
die in een ontoegankelijk licht woont, past zich in de manier waarop hij zich aan ons voorstelt, aan ons, mensen met een beperkte horizon. Stapje voor stapje, zoals in het onderwijs, brengt hij ons verder op zijn weg van heil en zegen.
Die eerste stappen doen ons soms irritant aan: barbaarse wetten uit het Oude Testament, heilige oorlogen. Met Christus komt God uiteindelijk maximaal dichtbij en bereikt de accommodatie haar absolute hoogte punt. God daalt in Jezus Christus af naar de wereld. Hij is zoals Hij zich in Jezus Christus laat zien.
Jezus is de toegang tot het licht van God. Daar ligt de zekerheid. Ik zie een dienende Jezus gebarend voor de dove staan, zich aanpassend aan iemand
bij wie zijn gehoor is weggevallen, zich accommoderend aan zijn culturele achtergrond. Marcus 7 geeft een treffend beeld van de accommodatie van God, die ons opzoekt in de situatie waarin we ons bevinden. Hij kent ons.
Hij weet wie we zijn. Wat we nodig hebben. Wat we aankunnen. God heeft niet op onze beperktheid als mensen neergekeken. In Christus, als één van ons, en niet in een engel, is hij in onze werkelijkheid gekomen, tot in het graf toe.
Dichterbij kan niet. Tot zover enkele gedachten over God die zich aanpast aan het menselijk niveau.

5. Dienend pastoraat
Voor de Joden een Jood en voor de Grieken een Griek, zich aanpassend, accommoderend, hoe we de dienende instelling van God ook willen noemen,
het heeft consequenties voor een pastoraat in zijn Geest, met name voor het ziekenpastoraat. Ik probeer wat lijnen uit Jezus’ omgang met de doofstomme man door te trekken naar nu. Of te wel hier komt de toepassing.
Marcus vertelt dat zijn omgeving een zieke op sleeptouw neemt naar Jezus.
Zelf hoeft de doofstomme man de hulpvraag niet te stellen. Vol compassie doen anderen dat voor hem. ‘Jezus, legt hem te handen op!’ Een metafoor voor ‘genezen’. Mensen die zich inzetten voor mensen in de knel, het is een beeld voor de gemeente. Hoe gaat Jezus in zijn ziekenpastoraat te werk?
1. Jezus neemt de zieke apart. Wat er tussen een mens en zijn Heer gebeurt, is iets tussen hen, van hen. ‘Ga in je binnenkamer en sluit de deur,’ zegt Jezus tegen bidders. Pastorale communicatie tussen jou en mij is sowieso geen theater, maar mag vrij zijn van nieuwsgierige blikken van de ander. Privacy en focus. Echt ongestoord aandacht voor elkaar kunnen hebben.
2. Jezus steekt zijn vingers in de oren van de man. Met andere woorden: hij legt de vinger op de zere plek. Daar, daar schort het aan. Daar gaat het fout. Zo letterlijk op je beperking te worden gewezen, kan hard aankomen, maar concreetheid en duidelijkheid werken vaak heilzaam. Om de hete brei heen draaien schiet meestal niet op.
3. Jezus spuugt. Hij raakt met speeksel de tong aan, die niet goed functioneert.
Opnieuw: leg de vinger op de zere plek!
4. Richt zijn blik naar de hemel. ‘Ik hef mijn ogen op naar de hemel, vanwaar zal mijn hulp komen?’ Psalm 121. Niet van speeksel dus. ‘Mijn hulp is van de HEER die hemel en aarde gemaakt heeft,’ belijdt Psalm 121. God helpt!
5. Jezus zucht diep. Een zucht naar God. De essentie van een gebed om ontferming. Uit de zucht spreekt diepe bewogenheid. Jezus is bewogen om de nood in de schepping, bewogen met de nood van deze ene mens. In zijn zuchten, zucht de hele schepping. Hier wordt gebeden om de heelheid van de schepping. Hier wordt gebeden om de heelheid van een mens.
6. Zegt dan tegen de dove man en de hemel: ‘Effatha!’ ‘Ga open!’ Dat klinkt als: ‘Er zij licht’, een woord van God. Jezus spreekt het verlossende woord in de taal van thuis. Effatha!, een Aramees woord. Het Nieuwe Testament is in het Grieks geschreven, maar zo af en toe bezigt Jezus het Aramees. Andere uitspraken van Jezus in deze taal zijn: ‘Talita koem!’ ‘Meisje sta op!’ beveelt Jezus het overleden dochtertje van Jaïrus. ‘Eli, Eli, lema sabachtani!’ Het kruiswoord ‘mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Aramees, zijn moederstaal. Hier gebeurt iets waarbij hij tot in zijn ziel betrokken is. Hij spreekt in een taal, die heel erg bij Hemzelf past en inkleuring geeft aan zijn intense emoties. Het is geen geleerd lesje. Het pastoraat komt diep van binnenuit.

In het dienend pastoraat en met name om het ziekenpastoraat draait het samenvattend om: Hij nam hem apart: privacy en focus, hij raakte oren en tong aan: het benoemen van wat knelt, hij slaat zijn blik naar de hemel: gericht zijn op God, hij zucht: gebed, hij spreekt ‘Effata’!: een woord van God krijgt een plaats, waaruit persoonlijke betrokkenheid spreekt.

7. De bron
Als we nadenken over de vraag hoe we als kerk omgaan met mensen en hun ziekte of beperkingen, doen we er goed aan ons te laten leiden door Jezus.
De evangeliën hebben ons een rijke schat aan verhalen nagelaten, waarin Jezus een ziek mensenkind ontmoet. Elk verhaal heeft zijn eigen kracht en les. Deze keer ging het over de genezing van een doofstomme man. Dit verhaal draait om inleving en de situatie van de zieke en om aanpassing aan zijn achtergrond en mogelijkheden ten dienste van de communicatie van het evangelie.
Amen.

Geef een reactie