Kun je er nog wel in geloven?

Tekst: Lucas 1: 5-25

preek 15 11 29Afgelopen vrijdag bladerden diaken Anton van Diessen van de parochie en ik door de gebedenboeken die in de Sint Jan en de Antoniuskerk hebben gelegen na de aanslagen in Parijs. Vanuit die gebeden en opmerkingen hadden we de wake voor de slachtoffers van terreur vormgegeven anderhalve week terug. Een journaliste van Omroep Brabant Radio vroeg ons wat ons het meest trof van wat mensen hadden opgeschreven. Mij viel de roep op dat er een einde komt aan het geweld. Dat er vrede komt. Een noodkreet: Heer, stop het geweld! Mooi gezegd. En we voelen het allemaal ook wel ergens: als dat eens waar kon zijn… Tegelijkertijd voelen we ook dat het een mooi ideaal is, maar dat het er niet snel van zal komen. Zo is de wereld nu eenmaal. De dreiging voelen we soms erg dichtbij. Maar het leven gaat ook gewoon door. Wat, als het er eens echt van zou komen? Zouden we het dan geloven?

We leven in ons leven met veel dingen waar we hard aan werken en die ons lukken. Een eigen bedrijf, een schooldiploma, dingen creëren of ontwikkelen met je talenten, in het werk met projecten of met mensen, kinderen, en in het contact met mensen, of de zorg voor onze naasten. Daarin lukken dingen. En soms lukt het zelfs om het verschil te maken. En tegelijkertijd leven we ook met veel dingen die niet lukken. Omdat we er niets aan kunnen doen, bijvoorbeeld aan oorlogen ver weg, of dat onze naasten ziek zijn. En ook dingen waarvan we het gevoel hebben dat we daar onvoldoende in kunnen betekenen. Neem het milieu, waarin je keuzen kunt maken in wat je aanschaft en verbruikt, in het afval dat je scheidt en de auto die je rijdt of de energie die je verbruikt. Maar het resultaat lijkt soms te verwaarlozen. Er lukken veel dingen niet, en andere dingen lukken ons onvoldoende om daar werkelijk een ommekeer in aan te brengen. Er zijn ook dingen die door onze schuld misgaan, of door ons nalaten. Het lukt ons niet altijd om goed met elkaar om te gaan. Zelfs als dat minimaal ook de schuld is van de ander, het is wel iets dat ons leven tekent.

Verlangen en verwachtingen

Waarin zou jij willen dat er een ommekeer zou komen? Wat zou jij willen dat er radicaal anders ging, in de wereld, in jouw leven? Wat zou je willen dat stopt, dat anders wordt? Welke droom zou je willen laten uitkomen, die nu zo irrealistisch lijkt? Uit deze verlangens worden toekomstverwachtingen geboren. Toekomstverwachtingen die we blijven vertellen aan elkaar. Zal er ooit een dag van vrede zijn? We geven de moed niet op. Ooit een dag zonder pijn, zonder verdriet? Hoe moeilijk ook, als de een het niet meer kan hopen, houdt de ander de hoop levend. Ooit een dag zonder strijd, ook met en in mezelf? We houden er ons al sorry zeggend aan vast. Zulke toekomstverwachtingen worden gevoed uit ons geloof. We leven in de hoop op een nieuwe wereld. Waarin geen dood meer is, geen armoede en geen pijn. En alles wat je in je leven kwelt of moeilijk maakt. Ouder worden, gemis, ziekte, verdriet, gebrokenheid, de zorgen om de wereld. En vrij van onze schuld. Waarin we werkelijk genade vinden voor wat ons niet lukt.

Advent is verwachten

Zo leven we in geloof vanuit een toekomstverwachting, die allerlei andere kanten van de medaille schetst van het leven in deze wereld. De tijd van Advent is een tijd die deze toekomstverwachting extra aanwakkert. We verwachten niet alleen het kerstkind waarvan we weten dat dat toch al geboren is. We verwachten dat de geboorte van dat kind ook daadwerkelijk een verandering zal aanbrengen in de wereld. De komst van Jezus gaat niet alleen over het kerstkind, maar ook over de wederkomst van Jezus, die een nieuwe tijd inluidt. De geboorte van het kerstkind is een voorbeschouwing op hoe God een ommekeer wil brengen in ons leven. De vraag is alleen: wat doe je als die ommekeer daadwerkelijk voor de deur staat? Geloof je het dan ook? Of is het vooral een mooi verhaal, een mooie droom?

Mooie praatjes, geen verwachting meer

Lukas begint zijn verhaal over Jezus met die verwachting. Nou ja, verwachting. Eigenlijk is er weinig meer van de verwachting over. Een mooi verhaal ja, een mooie droom. Maar in het leven van Zacharias en Elizabeth leeft er geen verwachting meer. En in de meest concrete zin is dat zichtbaar en intens voelbaar. Elizabeth is onvruchtbaar en zal nooit een kind krijgen. Hoe vroom en gelovig ze ook zijn, en hoe strikt ze zich ook houden aan alle geboden en wetten van God, zoals het er staat; ze hadden geen kinderen en zullen ze nooit krijgen. Je voelt de aanvechting. Met alle vrome uitspraken die de priester Zacharias paraat zal hebben, zal er toch ook verbittering zijn. God is ons vergeten. Mooie praatjes allemaal over de toekomst, maar aan ons gaat die toekomst voorbij. Wij blijven in het verleden. Hier stopt het. Het zal vast ooit goed komen, maar niet met ons.

Zacharias en Elizabeth zullen net als ieder gedwongen kinderloos echtpaar er het beste van hebben gemaakt. En ook hun aandacht op andere zaken hebben gericht. Zacharias zal zich als priester hebben gewijd aan zijn dienst in het geloof; Elizabeth zal, wie weet, zich nog gewijd hebben aan de zorg voor anderen, misschien zelfs kinderen. In een traditioneel rollenpatroon zoals dat er toen was. Maar ergens zal het zijn blijven knagen. Of misschien zelfs dat niet meer. En zal het een hooguit weemoedig terugverlangen zijn naar de hoop en de verwachting die ze ooit hadden. En geloofden ze er niet meer in. Een mooi verhaal, een mooie droom.

Meer dan een kind, geen hoop meer

We mogen ze aan hun namen herinneren, Zacharias en Elisabeth. De man heet dat God gedenkt. En de vrouw dat God een belofte heeft gedaan. Dus samen heten ze dat God zijn belofte gedenkt. En in de Bijbel is iemand zoals hij heet. Ja, een mooi verhaal, een mooie droom.

Maar het kan toch ook goed komen zonder kind? Ach, het leven kan zoveel brengen, maar juist hier treft het Zacharias en Elisabeth als vrome gelovigen van Israël diep in het hart. Want, het gaat niet alleen om hen. Zij kunnen hun persoonlijke verdriet best verwerken en ombuigen in iets anders, maar als vrome gelovigen leven ze in het besef dat de echte oplossing, de echte verlossing, van alles wat er in dit leven niet lukt, niet komt door wat de mens ervan maakt, door wat wij ervan maken. En we doen ons best, hooguit. De echte verlossing komt van God. Daar werk je zelf niet aan. Die wordt je in de schoot geworpen.

Israël leeft in het diepe besef dat kinderen niet alleen een persoonlijke vervulling zijn van je leven, of in die tijden ook je oudedagsvoorziening. Bij de geboorte van ieder kind komt de komst van de Messias dichterbij. En daarom is de onvruchtbaarheid van Elisabeth voor haar en Zacharias zo’n aanvechting. De belofte van God, die stopt bij hen. Als er geen kinderen meer worden geboren, is de hoop verloren.

Natuurlijk, ook zij zullen het breder hebben gezien; er worden andere kinderen geboren. Maar begrijp hierdoor hoe diep het hen raakt in hun geloof. Wij hoeven er niet meer over in te zitten, want de Messias is al geboren. Maar voor hen was het nog verwachting. Of ijdele hoop, misschien?

En toch…

In ieder geval hadden Zacharias en Elisabeth het niet meer verwacht. Vast ook niet dat Zacharias door het lot werd aangewezen om naar de tempel van Jeruzalem te gaan en daar het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer, zoals er staat. Zacharias zal zo vaak niet uitgekozen zijn. Waarom nu wel? Maar hij wordt door het lot aangewezen. En bij dat lot klinkt altijd God mee. Maar bij Zacharias, die heet dat God gedenkt, gaat geen lampje branden. Bij ons nu wel. Zou het dan toch?

In de tempel schrikt Zacharias hevig bij het zien van een engel van de Heer. Hoeveel je er ook over zegt, en hoeveel wij er nu ook over zingen in de Adventstijd: wat zou je doen als er één voor je staat? En daarmee bedoel ik de meest prangende vraag: zou je het geloven?

Zou je het geloven?

En zou je hem geloven als zo’n engel voorspelt dat alles gaat gebeuren wat je in je dromen droomde? Dromen die je door alle levenswijsheid niet meer reëel vindt. Mooie verhalen, mooie dromen. Zou je het geloven als daadwerkelijk de wereld nieuw zal worden? Dat je pijn, je verdriet, je schuld, je onmacht, je wanhoop, je angst, je zorgen verdwijnen?

‘Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.’ Geloof je dat nog, als je zoveel van het leven hebt gezien? Zacharias vraagt het maar: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.’ Dat is niet alleen maar iets over de biologische klok. Dan zou hij kunnen volstaan met alleen een opmerking over zijn vrouw. Nee, zij zijn samen oud. Ze hebben het leven al samen afgesloten, en wachten op wat noodzakelijkerwijs komt; het einde van hun leven.

Hou maar even je mond

Maar de engel antwoordt: ‘Ik ben Gabriël.’ Nog zo’n naam. De gabber van God, heet hij. Die altijd in Gods nabijheid is. Hij is het, de eeuwige zelf, die deze nieuwe tijding aankondigt. Die doorgaat bij wat er niet in ons leven lukt. Die doorgaat bij waar het in ons leven lijkt op te houden. Die doorgaat… ook als wij er niet meer in geloven. Dat het zin zou hebben er nog in te geloven. Hij die doorgaat, die opnieuw begint, zegt dan nu: hou maar even je mond. Je hebt genoeg je dromen weggeredeneerd. Eenieder die nog gelooft tot rede gebracht. De verwachtingen getemperd. Zelf er teveel maar het beste van gemaakt. Niet meer willen geloven dat een echt nieuw begin van God komt.

God trekt zich ons lot aan. Ook als wij er niet meer in geloven. Misschien moeten wij ook maar eens even onze mond houden… En zien wat er komt…

Geef een reactie