Kom je op z’n feestje? Preek Kind&Kerkviering 6 maart 2016

Tekst: Lucas 15: 11-32

Jullie hebben het gehoord, de oudste zoon is behoorlijk kwaad hè? Hij heeft altijd gedaan wat zijn vader van hem vroeg. Doen jullie alles wat je vader en moeder zeggen? Ik ook niet altijd hoor, maar hij wel. Hij deed alles. Maar zijn vader gaf nooit een feestje om hem daarvoor te bedanken. Of om te laten zien hoe blij hij met hem is.

Maar die broer, die jongste zoon? Die wilde niets meer met zijn vader te maken hebben. Hij zei zelfs: geef me maar de helft van uw bezit waar ik recht op heb als u dood bent. Met andere woorden: voor mij, vader, leeft u niet meer. Voor mij bent u dood. Ik luister niet meer naar u en ik ga weg. Ik doe alles lekker zelf.

En dat heeft hij gedaan, de jongste zoon. Grote feesten heeft hij gegeven. Hij heeft al zijn geld opgemaakt. Ja, en toen was het dus op. En toen? Toen dacht de zoon: ‘Wat stom. Nu is alles op. Nu kan ik ook geen eten meer kopen. Waar moet ik nou heen? Bij mijn vader was alles goed. Misschien moet ik zeggen dat ik er spijt van heb.’

En dat doet de jongste zoon. Hij gaat terug naar zijn vader en zegt: ‘Sorry dat ik gezegd heb dat ik liever zou willen dat u er niet meer was. En dat ik mijn deel van de erfenis wilde hebben. Nu heb ik niets meer, en ben ik niets meer. Want als ik zeg dat ik geen vader meer wil hebben, dan ben ik ook geen zoon meer. Ik ben eigenlijk niemand meer. Ik heb het verprutst.’

Maar de vader is helemaal niet boos. Nee, hij is blij. ‘Ja’, zegt hij, ‘het was alsof ik geen zoon meer had, alsof mijn zoon dood is. Maar hij leeft. Ik heb hem in mijn armen.’ En hij vraagt zijn knechten om een groot feest te geven. Wat moet de jongste zoon verbaasd zijn geweest. Hij had een tijdje geleden nog gezegd dat hij liever wilde dat zijn vader dood was, en nu is zijn vader blij dat hij leeft. ‘En een feest? Voor mij?’ denkt de zoon. ‘Dat heb ik toch helemaal niet verdiend?’

‘Dat klopt’, zegt de oudste zoon. ‘Dat heeft hij helemaal niet verdiend. En ik wel. Ik heb altijd mijn best gedaan.’ Waarom doet de vader nu zoiets? Je krijgt toch alleen een feestje als je het verdient? Of in ieder geval niet als je het niet verdient? Bij God de Vader is dat anders. God de Vader weet dat het niet altijd lukt om naar hem te luisteren. Daar is Hij niet blij mee. Maar Hij weet dat we allemaal mensen zijn. En dat we wel eens ruzie hebben of ruzie maken. En dat we wel eens denken: ‘Ik doe het zelf wel, ik luister naar niemand meer.’ En Hij weet dat het niet lukt zonder Hem. Want als je wegloopt heb je op een gegeven moment geen eten meer. Geen schone kleren. Eigenlijk niet iets om trots op te zijn, als je niet meer naar God de Vader wil luisteren.

Maar Hij zal nooit zeggen dat je zijn kind niet meer bent. Jullie zijn allemaal kinderen van God. En als je wilt ben je allemaal welkom aan het feestmaal bij God de Vader. Net als de jongste zoon. Misschien begrijp je de oudste zoon ook wel. Hij heeft hard zijn best gedaan, en de jongste zoon heeft er een potje van gemaakt. Hij praat niet eens tegen zijn vader over zijn broer, maar over ‘die zoon van u’. De vader laat hem zien waar het hem om gaat. Hij spreekt tegen hem over ‘je broer’. ‘Hij is je broer’.  Ook als wij misschien meer recht op de liefde van God de Vader zouden denken te hebben omdat we meer ons best doen dan anderen: aardiger zijn, geen rottige dingen uithalen, wel luisteren; dan nog zijn die andere mensen je broers en zussen. Ook zij zijn welkom aan de tafel van God de Vader.

God de Vader heeft één hele beroemde zoon. Hoe heet hij? Ja Jezus. Hij is niet je zus, hij is je broer, Jezus. En hij nodigt iedereen bij hem aan tafel uit. Want ze zijn allemaal kinderen van God. Bij hem komen twaalf leerlingen aan tafel zitten. En dat zijn ook allemaal gewone mensen die allemaal ook wel eens wat fout doen. Er zit zelfs iemand bij die straks Jezus zal verraden. En er zit iemand bij die zal zeggen dat hij Jezus niet kent, omdat hij bang is. Jezus weet dat. Maar je hoeft niet perfect te zijn om aan de tafel van God de Vader te komen. We zijn allemaal kinderen van God. En als je iets verkeerds gedaan hebt, dan is er iets heel bijzonders aan het feestmaal met Jezus: hij maakt het voor jou en mij weer goed bij God.

En daar zitten ze dan. Met z’n allen. Een heel bijzondere maaltijd die we jullie zo gaan uitleggen. Een Joods Paasfeestmaal. En daaruit haalde Jezus brood en wijn, die hij een bijzondere betekenis gaf. Aan een tafel waar voor iedereen een plaats aan is.

Kom je op z’n feestje?

Geef een reactie