Hoe vertel je het je kinderen? Preek ds. Otto Grevink 12-03-2017

Wat voor een lijsttrekker zou Jezus zijn geweest? En dan denk ik niet aan de partij Jezus leeft!, maar aan de debatten die we inmiddels dagelijks in vele vormen voorbij zien komen. De kunst van veel interviewers lijkt te zijn om de lijsttrekker een uitspraak te ontlokken die tegen hem zal werken. Ik geef toe dat dit een wat negatief beeld is, maar ik zie dat vooralsnog ook gewoon als hun taak. Hoe zorg je ervoor dat het mooie campagneverhaal ook echt iets wordt om over te discussiëren? Dat kun je alleen maar doen door de pijnpunten naar boven te halen. Al heb je ook wel eens de indruk, zeg ik me enige schroom, dat het soms iets heeft van in de val proberen te laten lopen.

Kinderen te midden van een twistgesprek

In ieder geval proberen ze dat bij Jezus. Aan de zegening van de kinderen om hem heen, gaat een twistgesprek vooraf. En dat twistgesprek lezen is nodig om te begrijpen wat Jezus nu eigenlijk zegt over geloven als een kind. Ik zal het voorlezen:

Jezus vertrok uit Kafarnaüm naar Judea en het gebied van de overkant van de Jordaan, en de mensen verzamelden zich weer in groten getale om hem heen; hij onderwees hen zoals hij gewoon was te doen. Er kwamen ook Farizeeën op hem af. Ze vroegen hem of een man zijn vrouw mag verstoten. Zo wilden ze hem op de proef stellen. Hij vroeg hun: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’ Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’ Jezus zei tegen hen: ‘Hij heeft dat voor u opgeschreven omdat u zo harteloos en koppig bent. Maar al bij het begin van de schepping heeft God de mens mannelijk en vrouwelijk gemaakt; daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden, ze zijn niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ In huis stelden de leerlingen hem hier weer vragen over. Hij zei tegen hen: ‘Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel; en als zij haar man verstoot en met een ander trouwt, pleegt zij overspel.’

Campagnetaal

Dit is niet de eerste heftige uitspraak van Jezus. Jezus is in deze hoofdstukken behoorlijk zwart-wit in zijn uitspraken. Campagnetaal zou je kunnen zeggen. Hij windt er geen doekjes om. En sommige uitspraken zijn radicaal. Maar waar gaat het hier om? In de Bijbel is het altijd belangrijk te kijken naar het geheel waarin een fragment staat. Dat zegt iets over dat fragment. Dit fragment gaat niet over het huwelijk en scheiding. Het gaat hier om iets heel anders.

Radicaal vanwege het lijden

Kijk maar eens verder terug. Aan het einde van Markus 9 vertelt Jezus: ‘De Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de mensen. Die zullen hem doden, maar na drie dagen zal hij uit de dood opstaan.’ Dat zijn leerlingen dit niet begrijpen wil niet zeggen dat het verder niet belangrijk is. Nee, hier gebeurt juist iets dat al het andere wat er gebeurt en gezegd wordt bepaalt. Jezus kondigt zijn lijden, sterven en opstaan aan. Dat zijn geen kleine dingen. Daar word je ook best radicaal van. Want dan gaat het niet meer om kleine dingen, maar om hoofdzaken. Om waar het op aan komt. En die hoofdzaken moeten we in het vervolg zoeken.

Tot de kern

Er is nog iets anders dat daarop wijst. Jezus reist op het moment van zijn lijdensaankondiging door Galilea. Het land waar ook andersgelovigen wonen, in de volksmond: heidenen. En het woord heiden komt van de heide, van het gebied ver buiten de stad, ver buiten het centrum. En naar dat centrum trekt Jezus toe aan het begin van Markus 10 dat ik net las: Hij vertrok naar Judea aan de overkant van de Jordaan. Hij gaat naar het centrum van het geloof. Hij komt zogezegd tot de kern. En daar vindt dus blijkbaar dat lijden plaats.

Leven we volgens onze eigen regels?

In die kern gaat het niet meer om wat anderen doen, maar wat zijzelf, wat wijzelf doen. Het is makkelijk om andere mensen de maat te meten aan de hand van onze eigen regels, maar hier gaat het veel dieper: in hoeverre pleiten onze eigen regels tegen ons? Lijsttrekker Jezus komt in debat met ondervragers vanuit de Farizeeërs. Of een man zijn vrouw mag verstoten? Zo’n irritante ja-nee vraag zonder nuance. Als een volleerd debater stelt Jezus een vraag terug: ‘Hoe luidt het voorschrift van Mozes?’ Hij draait hiermee de rollen om. En niet alleen die van ondervrager en ondervraagde, maar ook in de betekenis. Kijk maar.

Vraag terug

Ze zeiden: ‘Mozes heeft de man toegestaan een scheidingsbrief te schrijven en haar te verstoten.’ ‘Dat heeft hij inderdaad geschreven ja’, zei Jezus, ‘omdat jullie zo hardleers en koppig zijn.’ Ho, hier worden de rollen nog verder omgedraaid. Hier worden ze ineens op de plaats gezet van de mensen iets te verwijten vallen. Waarvan gescheiden zou mogen worden. Inderdaad, Mozes heeft dat opgeschreven, als ware het een scheidingsbrief in zichzelf. De mogelijkheid van scheiding ligt er. Maar zouden zij, Jezus’ ondervragers, zo koppig en hardleers als ze zijn, verstoten mogen worden? Dát is de vraag waar het hier om gaat. Hun eigen vraag keert zich tegen hen.

Hier komen we op een dieper niveau van het Evangelie. Jezus heeft zijn dood aangekondigd. En dan gaat hij naar Judea. Kennelijk gaat het daar gebeuren. Niet in het heidense land, nee, in zijn thuisland. Kennelijk veroorzaken zijn eigen geloofsgenoten, in het centrum van hun religie, zijn dood. Het gaat dus om het geloof. En het zijn niet simpele ja/nee vragen, maar vragen die de kern raken.

Zou God ons verstoten?

En als we dan over een huwelijk horen, dan moeten we niet denken aan het gemiddelde huwelijk waarvan eenderde springt om allerlei moeilijke en soms verwijtbare redenen, maar aan een ander huwelijk: het huwelijk van God met zijn volk. Waarin God als de bruidegom en het volk als de bruid worden voorgesteld. Als het hier dus gaat over scheiding, dan gaat het voor de Farizeeërs misschien nog over een gewone scheiding, maar Jezus gaat het om een andere scheiding: zal God, de bruidegom, zijn bruid, het volk, ons, verstoten? Omdat ze zo gruwelijk koppig en hardleers zijn. Omdat wij dat zijn.

En het antwoord daarop is nee. Dat man en vrouw één zullen worden en wat God verbindt een mens niet mag scheiden, gaat hier over het huwelijk tussen God en mens. God brengt ze onder één juk staat er letterlijk. Dat is geen bedscène, maar een harde werkelijkheid van twee mensen die naast elkaar voortploegen. En de een laat de ander niet los. Jezus, in wie we God zien, laat de mens, laat ons, niet los. Dat huwelijk blijft bestaan, hoe koppig en hardleers de bruid ook is. Tot een scheiding komt het niet.

En waar blijven de kinderen?

Maar in het gekissebis tussen mama en papa zou je haast de kinderen vergeten. Wat hebben zij verkeerd gedaan? Niets. Zij zijn meer dan spreekwoordelijk het kind van de rekening. Goed dat Jezus aandacht aan ze geeft. Maar ook dat gaat dieper dan zomaar een liefelijk tafereel en dat we natuurlijk zo puur als een kind zouden moeten en misschien willen zijn. Om te begrijpen wat hier werkelijk gebeurt hebben we het voorafgaande nodig en kijken we daarmee ook naar onze psalm.

Psalm 78 vertelt dat we onze kinderen moeten vertellen van de grote daden van God. En zo proberen we dat ook met onze kinderen. We proberen ze gevoelig te maken voor de geloofsverhalen die gaan over wat God kan betekenen in je leven. Dat is een best moeilijke taak. Maar daar houdt de psalm niet op. Want vervolgens vertelt de psalm over de grote daden van God, en hoe mensen Hem daarvoor dankten. Maar ook de mens steeds weer zijn eigen weg ging. Soms kon God zijn woede inhouden, soms niet. Maar Hij brak nooit met zijn volk.

Laat de kinderen weer ontdekken wat wij zijn vergeten

Dat werpt een heel ander licht op de eerste zinnen van de psalm. Vertel de kinderen over de grote daden van God. Want, is de toevoeging: wij laten ze keer op keer links liggen. We kennen ze zelfs niet meer. Deze psalm wordt vaak gebruikt bij avonden over geloofsopvoeding door ouders en grootouders voor hun kinderen en kleinkinderen. Maar de psalm is juist een pleidooi voor een omgekeerde geloofsopvoeding: laat de kinderen het weer ontdekken. En laat hen ons vertellen waar het ook alweer om ging.

Geloofsopvoeding: hoe doe je dat?

De geloofsopvoeding van onze kinderen en kleinkinderen brengt ons bij onze eigen verlegenheid. Hoe doe je dat? En de teksten van vandaag laten zien dat, hoe pijnlijk ook, die verlegenheid voorkomt uit ons onvermogen om het zelf waar te maken. We hebben het zelf gehoord, en we weten ervan, maar we zijn zelf hardleers en koppig. Zet de kinderen in het midden, vertel het opnieuw en laat hen aan ons vertellen hoe het ook alweer zat. Zodat wij in ons huwelijk met God niet blijven strijden en kissebissen. Niet blijven zoeken naar onze eigen vrije ruimte om van Hem af te wijken. Maar zodat we echt wat van dit huwelijk gaan maken.

Kinderen in het centrum

Gelukkig hangt het niet van ons af. Want God laat ons niet los. Jezus laat ons niet los. Jezus de mens, de zoon van de Vader, staat naast ons, onder hetzelfde juk. En is bereid dat juk in zijn eentje te dragen. Niet zonder ons, maar voor ons. En voor onze kinderen, waarover hij zegt: ‘Laat de kinderen tot mij komen, en hinder ze niet.’ Want zij weten hoe je het Koninkrijk van God binnenkomt. Zou je ze dan niet veel meer in het centrum van de kerk zetten?

Geef een reactie