JIJ BENT DAN WEL VRIJ, MAAR…….

Jongeren van de jeugdkerk hebben afgelopen zaterdag een bezoek gebracht aan het Achterhuis in Amsterdam. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zat de Joodse Anne Frank daar met haar gezin ondergedoken en schreef zij haar dagboek. Na ruim twee jaar begon de natuur en haar verlangen naar vrijheid een steeds grotere rol te spelen. Vanuit het niet geblindeerde zolderraam kon Anne de lucht, de vogels en de kastanjeboom zien. In haar dagboek schrijft ze drie keer over de boom, de laatste keer op 13 mei 1944: ‘Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is vol met bladeren en veel mooier dan verleden jaar.’ Nog altijd zijn er zoveel mensen die uitkijken naar bevrijding en vrijheid.
Marjolein Leeuwenburgh, Marnix Rijken, Sander van Beek en Veerle Kuijsten nemen aanstaande zondag afscheid van de jeugdkerk. Zij kozen als thema ‘Vrijheid’ en als Bijbelgedeelte de roeping van Mozes, voor de Joden de grootste bevrijder aller tijden, natuurlijk op de Heer, de God van Israël, na. God vraagt: ‘Ku

n je wel echt vrij zijn als er nog zoveel onderdrukking is?’

Lezen: Exodus 3 : 1 – 10

Daarom stuur ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.

Exodus 3 : 10

Mozes

Mozes, op God na, de grootste bevrijder die er ooit op aarde heeft rond gelopen, volgens gelovig Israël en het Oude Testament. Deze kampioen van Israël werd 3497 jaar geleden geboren. -Maar we kijken niet op een jaartje.-

In Gosen, een provincie in het Egypte van de farao’s. Zijn ouders legden hem te vondeling met het oog op de toekomst, een betere dan hij ooit bij hen zou kunnen krijgen. Het leek een sprookje te gaan worden voor dit kleine mannetje. Een heuse prinses adopteerde hem en hij groeide in weelde op aan het Egyptische hof. Toen keerde zijn lot. Of zat God erachter? God! Op zijn veertigste kwam hij erachter, dat hij geen Egyptische prins was maar een kind van een slaaf. ‘Ik ben een Jood!’ Nieuwsgierig naar zijn wortels reisde hij af naar zijn geboorteplaats, waar hij een ijskoude douche over zich heen kreeg. Daar zag hij hoe Egyptische slavendrijvers zijn volk meedogenloos slavenarbeid lieten verrichten. Totaal buiten zinnen van woede sloeg hij zo’n slavendrijver,

die zijn broeder ongenadig aan het afranselen was, dood. In het geheim stopte hij de Egyptenaar eigenhandig onder de grond. De moord kwam uit en hij moest vluchten voor justitie. Bij het volk van de priester Jethro in de woestijn van Midjan vindt hij asiel. Hij wordt schaapherder, trouwt en krijgt twee lieve kindjes. Tussen de schaapjes, buiten bereik van de politie en ver weg van de ellende van eigen volk, leidt hij jaren aan een stuk hij een vrij leventje heerlijk in de open lucht.

Vrij

Ze bestonden toen niet, maar als er parapentespringen had bestaan, dan zou Mozes hebben gezegd: ‘Ik voel me als een parapentespringer.
Hoog in de lucht, zwevend boven de aarde, tussen de wolken en met alle beslommeringen en narigheid diep beneden je. Ook nog eens met een ongekend uitzicht. De ultieme vrijheid. Hoe lang zou die vlucht duren?
Niet zo lang meer, als het aan God ligt! ‘Jij bent wel vrij, maar er zijn nog zoveel anderen niet vrij!’

Vuur

Mozes vond zijn vrijheid belangrijk. Wij vinden onze vrijheid belangrijk om niet te zeggen heilig. Die is van ons, niemand mag die beperken. God trekt zich niets van onze heilige huisjes aan? Mozes de schaapherder zoekt op een dag gras voor zijn schapen en hij belandt bij een bijzondere berg. Een berg die bekend stond als een plaats waar je God wel eens tegen zou kunnen komen. De berg Gods. Of Horeb. Mozes treft het. God zit die dag speciaal op hem te wachten.
Mozes ziet een brandje. Als goede herder houdt hij het vuur scherp in de gaten.
Het kan zich zomaar uitbreiden en een gevaar opleveren voor de dieren. Al kijkend valt hem iets vreemds op. Hé, het vuur verspreidt zich niet en hoewel het vuur uit de doornstruik omhoog vlamt, verbranden de takken niet. God laat zich in de vorm van een vlam zien aan Mozes. Steek van de zomer op een warme dag als het donker wordt in de tuin een olielamp aan, zonder de vlam af te schermen! Vliegjes die op de warmte afkomen, maar te dicht bij het de vlam vliegen, verbranden sissend. Zo is God niet. Hij is goed en genadig. Wie naar hem toe gaat, wie heel dicht bij wil komen, hoeft niet bang te zijn vernietigd te worden. Als een vlam van de paaskaars die licht en warmte geeft, is hij in ons midden. Maar hij is ook niet vriendje. Mozes loopt namelijk in de richting van de brandende braamstruik, in de richting van God, in de richting van de engel van de Heer, wat een andere aanduiding voor God is. Op dat moment hoort hij een stem: ‘Mozes! Mozes! Kom niet dichterbij!’ Nog voordat hij iets kan vragen wie het is die hem roept, gaat de stem verder: ‘Doe je schoenen uit. Dit is heilige grond. Ik ben de God van jouw vader. Of te wel: heb respect voor God!
Diep respect! Eerbied!

Bevrijder

Want Hij is de Bevrijder. God bevrijdt. In de kleuren van de bevrijding schildert de Bijbel hem. Hij laat mensen ontsnappen aan duisternis en verdrukking.
Hij wil mensen bevrijden van hun schuld. Hij wil hen verlossen van angst.
Hij wil mensen redden van verdriet. Iedereen die psychisch, geestelijk, moreel, sociaal of fysiek en de knel zit, wil hij bevrijden. Maar daar heeft hij wel zijn grondpersoneel voor nodig. Mozes. U. Jou. Mij. ‘Wil je wat van je eigen kostbare vrijheid opgeven, om in mijn naam bevrijder te zijn van je naaste die klem zit?’ vraagt God.

Anne Frank

Er komen heel wat emoties los bij Mozes als God zich aan hem voorstelt als de God van zijn vader. Zijn vader. Zijn vader, toen in Egypte, in het land van de slavernij. Hij moet weer denken aan alle ellende waarin de Joden, zijn volk, zich bevinden. De film speelt opnieuw af. De onderdrukking. De onmenselijkheid. De slavendrijvers. Alles wat hij geprobeerd had te vergeten, komt naar boven door het horen van die woorden: ‘Ik ben de God van jouw vader.’ God zou tegen ons moeten zeggen: ‘Ik ben God van Anne Frank!’ Alle lijden, pijn en verdriet van de Joden in de Tweede Wereldoorlog komt bij het horen van die naam bij ons boven. Zeker als je haar onderduikadres in Amsterdam bezoekt, het Achterhuis, wat jullie vorige week gedaan hebben.
In haar dagboek schreef dit Joodse meisje: ‘Het is moeilijk in tijden als deze: idealen, dromen en gekoesterde hoop stijgen in ons, alleen maar om verpletterd te worden door de grimmige werkelijkheid. Het is een wonder dat ik mijn idealen niet heb verlaten, ze lijken zo absurd en onpraktisch. Toch klamp ik me eraan vast, omdat ik nog steeds geloof, ondanks alles, dat mensen echt goed zijn in hun hart.’ Goed in hun hart?

Slaven

God test de goedheid in het hart van Mozes. ‘Je kunt wel denken dat je vrij bent Mozes, maar jouw volk, jouw vader is dat niet. Kun je vergeten? Kun je dat naast je neerleggen? Voel jij je echt helemaal vrij, als zij onderdrukt worden?’
‘Ik heb hun ellende gezien en hun hulpgeroep gehoord,’ zegt God. ‘Jij toch ook Mozes!’ Ik weet hoe ze lijden. Ik ken hun pijn en verdriet. Ik ken hun hoop ook, hun idealen, hun dromen: vrij zijn! ‘Ik trek het me aan, alles wat ik te weten kom over deze mensen in ketenen. Ik ben niet van steen. Jij toch ook niet?
Doe er wat aan! Geef je vrije leven op om je volk hun vrijheid terug te geven!’
Je moest eens weten hoe Mozes tegensputtert, want dat zorgeloos zweven boven alle narigheid diep benden hem, zijn vrijheid, bevalt hem uitstekend.

Vakantie

Nog even volhouden en dan heb je heerlijk vakantie. Nog even en lekker niet geregeerd worden door de klok, door de leraar, de agenda. Nog een paar weken dan breekt de tijd aan om te luieren, uit te slapen en de dingen te doen waar je zin in hebt aan. Vrij!

Vrijheid

Nog ieder jaar in mei herdenken we dat er in Nederland een einde kwam
aan de Tweede Wereldoorlog, ook al is dat inmiddels al weer twee generaties geleden. Er zijn mensen die het zat zijn: ‘Stop nou eens met gedenken!’
Nee, mensen die nog nooit een bezetting hebben meegemaakt moeten weten wat onderdrukking betekent, en wat de bevrijding heeft geschonken. We leven in vrijheid. Vrij!

De Bijbel

Nog iedere zondag vertelt in de kerk de Bijbel over God, die een Bevrijder is.
Hij redde de Joden uiteindelijk uit de slavernij van Egypte door Mozes, die hij riep om zijn bevrijder te zijn, één van de grootste ooit. Het eerste grootste bevrijdingsverhaal uit de Bijbel. In het tweede bevrijdingsverhaal staat Jezus Christus centraal. Hij bevrijdde in het spoor van zijn Vader, zijn volgelingen van schuld, angst, zinloosheid en de last van religieuze regeltjes en regeltjes.
Hij gaf zijn leven voor die vrijheid. Deze Bijbelse bevrijdingsverhalen helpen ons om ons steeds te verbazen en ons in dankbaarheid te verheugen over God, die ons vrij wil maken van alles wat ons gevangen houdt. Vrij! Kortom: wij baden in vrijheid! Vrije dagen, vrijheden, vrijspraak. Wat een luxe!

Vrij om te bevrijden

God roept ons in die luxe toestand, net als Mozes, om een stuk van onze privévrijheid op te geven en ervoor te zorgen, dat niet slechts een selectie op deze aarde -the happy few- kan genieten van zo iets geweldigs als vrijheid.
Als je gehoor geeft, als je wat wilt betekenen voor mensen in de knel, voelt dat goed. Voelt dat niet als een bevrijding van de dwang om alleen maar voor eigen vrijheid te gaan?

Geef een reactie