Hoe betrek je Jezus bij je leven?

Tekst: Jesaja 61: 1-9 en Lucas 4: 14-21

In de afgelopen tijd met Kerst en de weken daarna hoorden we hoe Jezus ons bij zijn leven betrekt. Maar hoe kunnen wij Jezus bij ons leven betrekken? Daarover gaat het vandaag.

Vandaag hoorden we een bekend verhaal dat vaker in de kerk klinkt. Elk jaar horen we een aantal van die bekende verhalen terugkomen. Het verschil is dat deze verhalen elk jaar uit een ander evangelie komen. Omdat elk kerkelijk jaar een ander evangelie centraal staat. Vorig jaar was dat het Marcus evangelie. Dit jaar is dat het Lucas evangelie. Volgend jaar het Mattheüs Evangelie. Dat zijn de drie evangeliën die alle drie ongeveer eenzelfde loop hebben, maar hun eigen accenten leggen. Natuurlijk wijken we daar wel eens vanaf, zeker rondom de feestdagen. En dan komt ook het Johannes evangelie aan bod dat daar een beetje doorheen fietst. Maar nu na de Advents- en kersttijd dit jaar zijn loop verder gaat hebben, lezen we voornamelijk uit het Lucas evangelie.

Waarin zitten de verschillen tussen dezelfde verhalen in verschillende evangeliën?

Door de verschillende versies van deze verhalen met elkaar te vergelijken ontdek je wat in het ene evangelie er wel bij verteld wordt, en in het andere niet. Of de manier waarop het verhaal verteld wordt verschilt. Wat ook verschilt is de plaats die de verhalen krijgen binnen de evangeliën. Dat bepaalt ook hun betekenis in dát evangelie. Wanneer een bekend verhaal dus weer aan bod komt, is het zaak goed te kijken hoe en waar het hier verteld wordt. In het evangelie waar we het dan uit lezen.

Wanneer Jezus nu in het Lucas evangelie in Nazareth terugkeert, waar hij is opgegroeid, dan valt op dat hij teruggekeerd is vanuit de woestijn, waar hij net door de duivel is beproefd. Het is daarmee in het Lucas evangelie zelfs het eerste openbare optreden van Jezus. Vorige week hebben we nog de bruiloft in Kana meegevierd. Inderdaad uit het Johannes evangelie, en dat is de geschiedenis ingegaan als het eerste openbare optreden van Jezus. Natuurlijk, omdat het hier een wonder betreft. Dat is toch even wat meer dan een goede preek, die Jezus in Lucas afsteekt. Maar zo zie je maar. De evangeliën schrijven geen geschiedenis op, maar vertellen een verhaal over Jezus. Hun verhaal over Jezus.

Dat is de plaats van het verhaal in dit evangelie. Hoe het verhaal vertelt wordt verschilt ook. Lucas vertelt het heel uitgebreid. Zo uitgebreid dat we er zelfs twee zondagen bij stilstaan. Vandaag is dus de eerste van een tweeluik. En de uitbreiding zit hem er onder andere in dat Lukas vertelt wát Jezus las. En we horen dan woorden die bekend klinken uit Jesaja, zoals we die net lazen. Al lijkt Jesaja wat geactualiseerd te zijn. De blinden worden opgevoerd door Jezus, dat zij het herstel van hun zicht tegemoet mogen zien. Actueler kennelijk dan de verslagen harten die hoop nodig hebben. Zo heeft het zin om in bekende verhalen op zoek te gaan naar de verschillen.

En wat heb ik daaraan?

En wat ontdek je dan over de betekenis? Jezus houdt hier niet zomaar een lezing en een preek in zijn vaderstad. Hoe daarop gereageerd wordt, dat komt volgende week. Hier gaat het erom waar hij vandaan komt. Hij komt uit de woestijn. Gesterkt door de Geest. Hij heeft in die woestijn een soort assessment ondergaan. Assessments zijn als ze goed gebeuren niet zozeer bedoeld als test, maar om te zien waar je staat. En Jezus weet heel goed waar hij staat. Dat doet zo’n beproeving met je. Zo’n assessment. Waar sta je? Wat doe je wel en wat doe je niet? Welke richting wil je uit met je leven? Het zijn vragen die ons allemaal wel eens overvallen.

Wat doe je met grote verleidingen, signalen en de vele mogelijkheden?

Het zijn niet alleen verleidingen die op ons afkomen, maar ook allerhande signalen om ons heen. Een zee van mogelijkheden, waar je uit kunt kiezen. En verleidingen, signalen en mogelijkheden kun je alleen maar in perspectief plaatsen, als je in contact komt met je bron. Met God. Of je die nu als een innerlijke stem ervaart of als een God buiten of boven ons, God is de bron waaruit we leven. En alleen vanuit die bron kun je orde scheppen in de wanorde van verleidingen, signalen en mogelijkheden. We zijn zo vaak geneigd om het zelf snel te bedenken. En ook allerlei gevoelens achterna te gaan. Maar wat staat je nu éigenlijk te doen? Wat doe je wel en wat doe je niet? Welke richting heeft God voor jou in gedachten?

Hoe blijf je bij je bron?

Een van de manieren om met die bron in aanraking te komen is het gebed. Ik weet niet of het daar nog veel voor wordt gebruikt. Ik merk bij mezelf in ieder geval dat het er niet bij mij ingebakken zit om als ik iets niet weet, of een heleboel mogelijkheden, gevoelens en verleidingen voel, dan eerst maar eens te bidden. ‘Verwacht je dan antwoord?’ hoor ik de scepticus al zeggen. Nee, niet direct. Allereerst dringt bij mij door te bidden wel het besef door dat het niet alleen van mij hoeft te komen. En dat ik de vraag ook moet leren overgeven, loslaten. Hoe vaak hou je niet ondanks dat je iets niet weet de vraag toch bij je? Omdat je het zelf moet doen, vind je.

De bevrijding van ‘ik weet het niet’

Die vier woorden – ik weet het niet – kunnen zo bevrijdend zijn. Ze zijn eng, jazeker, maar daarom is er ook het gebed. God, ik weet het niet. Misschien zelfs: ik weet het even niet meer. Is niet erg. Dat mag. Maar meestal gewoon: ik weet het niet. En dat is geen brevet van onvermogen. Het geeft wel aan waarom we die woorden zo moeilijk vinden. We vinden dat we het zelf moeten doen. Om tal van redenen. Onafhankelijkheid, trots, gezichtsverlies, schaamte, en misschien ook wel ongeloof dat loslaten helpt?

Jezus niet. Had hij op zijn gevoel gekozen, op dat wat er zich aandiende, dan klonken die mogelijkheden om uit die woestijn te komen niet onaantrekkelijk. Maar Jezus blijft bij zijn bron. En soms snappen we die bron niet. Of weten we het ook eigenlijk wel, maar komt het niet uit. Jezus blijft bij zijn bron. En wordt gesterkt door de Geest.

Jezus’ visie en missie

En zo komt hij Nazareth in. En leest hij uit de Jesajarol die open ligt:

“De Geest van de Heer rust op mij,

want hij heeft mij gezalfd.

Om aan de armen het goede nieuws te brengen

heeft hij mij gezonden,

om aan de gevangenen hun vrijlating bekend te maken

en aan blinden het herstel van hun zicht,

om onderdrukten hun vrijheid te geven,

om een genadejaar van de Heer uit te roepen.”

We hadden het net over de beproevingen in de woestijn als een assessment. Jezus geeft hier zijn missie en zijn visie weer. En het tekent het Lucas evangelie dat hier hele maatschappelijke sociale doelen in staan: Gevangenen hun vrijlating bekend maken, blinden het herstel van hun zicht, onderdrukten hun vrijheid, om een genadejaar van de Heer uit te roepen. Maar daar zit een laag onder. “De Geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.” Jezus heeft een directe band met God. In God is hij geworteld, op God is hij geënt. Dat is zijn motor. Dat is zijn smeerolie.

Hoe kunnen wij op Jezus’ visie en missie aansluiten?

Dat dit verhaal in het Lucas evangelie het eerste publieke optreden van Jezus is geeft aan waar Jezus voor staat en waarop hij is geënt, waar hij zijn bron in vindt. En ik vraag me af: hoe zouden wij op onze beurt op Jezus geënt kunnen zijn? Hij de wortel van de boom, wij geënt op de stam. Hoe kunnen wij in alle verleidingen, in alle signalen en prikkels en in alle mogelijkheden onze bron in hem aanspreken?

Spreken via de voorzitter

Ik denk hieraan: in ons parlement is het de gewoonte om via de voorzitter te spreken. Een kamerlid spreekt tot een minister, en ze spreken met elkaar via de voorzitter. ‘Mevrouw de voorzitter, ik wil de minister het volgende vragen.” En dan komt er aan vraag, waarin hij zich wel tot de minister wendt, maar via de voorzitter. Nu is dat niet altijd meer de praktijk, omwille van de levendigheid van het debat, maar je ziet wel voorbeelden waarin het misschien beter was geweest. Wanneer een willekeurig kamerlid tegen een willekeurige minister zegt: ‘Doe eens effe normaal man!’ en de minister antwoordt: ‘Doe zelf effe normaal!’, dan vraag je je af hoe dat gegaan zou zijn als er via de voorzitter was gesproken. ‘Mevrouw de voorzitter, ik zou de minister willen oproepen om effe normaal te doen.’ En de minister zou dan antwoorden: ‘Mevrouw de voorzitter, ik zou de geachte afgevaardigde willen oproepen zelf effe normaal te doen.’ Je weet dat dat niet zou gebeuren. Door via de voorzitter te praten haal je de angel eruit en hoor je zelf al: nee, dit klinkt niet.

Spreken via Jezus

Als we Jezus nu, als hoofd van het lichaam dat de kerk is, nu even als voorzitter zouden zien, dan is bidden eigenlijk via de voorzitter praten. Er ligt hier een mogelijkheid, een signaal, een prikkel, een verleiding misschien, waar je iets mee moet of wil; een vraag misschien gewoon over wat je moet en kan doen, welke richting je op moet. En dan is een gebed een mogelijkheid om even uit dat dilemma te stappen en te praten via de voorzitter. Wat helpt dat? Nou, als je zou bidden: lieve God, of God, of Here God, Eeuwige, of Jezus, waar je je ook maar het prettigst bij voelt; ‘God, ik zit hiermee, en ik weet niet zo goed wat ik ermee aan moet. Ja, eigenlijk zou ik graag dit willen doen, of dat willen zeggen’, krijg je dan antwoord? Nou, in ieder geval valt er dan een stilte. En hoor je je eigen woorden. En net als in het parlement kun je dan denken: klinkt een beetje vreemd als ik het zo via de voorzitter zeg; nee, dat is het niet goed. Of het verdiept juist je vraag: eigenlijk weet ik het gewoon niet. God, wilt u mij helpen? Dat helpt om los te komen van je eerste neigingen, die er mogen zijn, maar doorgaans niet de beste raadgevers zijn.

Laten we eerst maar eens bidden

Ik ervaar steeds meer, ook in de kerk, dat we de oplossingen zelf niet voor handen hebben. Dat we veel kennis en kwaliteiten hebben, maar daar vaak veel te losgeslagen mee aan de gang gaan naar eigen inzicht. Het zou goed zijn om meer te bidden, om die vragen voor te leggen. Hoe weet ik ook niet precies, dus daar moeten we dan eerst maar eens voor bidden.

Geef een reactie