HOE VOELT HET LICHAAM?

Wie mee doen in de kerk hebben elkaar niet zelf uitgekozen. We zijn gemeente met verschillende mensen. Mensen die we goed kennen, mensen die we helemaal niet kennen. In sommigen herkennen we onszelf. Anderen zijn volslagen anders. Er zijn er van wie we houden. Met anderen proberen we het uit te houden. Met al die mensen zijn we kerk. Lichaam van Jezus Christus.

Jezus Christus hebben we allemaal gemeenschappelijk. We zijn kinderen van één Vader. We zijn broeders en zusters van elkaar. Ervaar tijdens de dienst en vooral tijdens de viering van het avondmaal dat tegenstellingen wegvallen, verschillen niet tot uitsluiting leiden, conflicten overwonnen worden, schuld weggedaan! Er is in liefde door God een nieuw begin gemaakt. Hoe dat voelt? Wees welkom om brood en wijn samen met anderen te ontvangen en de band met God en elkaar te beleven en te laten versterken.

Lezingen: Psalm 133 en 1 Korintiers 12 : 12 – 27

Welnu u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit.

1Korintiërs12 : 27

Het lichaam

De kerk op haar goede momenten heeft veel weg van het menselijk lichaam.

Het is het meest besproken beeld voor de gemeente van Jezus Christus in het Nieuwe Testament. Of te wel vogels van diverse pluimage met ieder ons eigen achtergrond, levensverhaal en toekomstvisie, met ieder onze aardigheden en onaardigheden, met ieder onze verschillende gaven en beperkingen – wat van oorsprong niet meer dan een samenraapsel is, alle gemeenteleden bij elkaar,

vormen een hechte, goed functionerende, levende kerkelijke gemeenschap

bezielt door de Geest van God. Dat zou het zijn! Er zijn momenten dat wij in grotere of kleinere kring die eenheid van geest, waarvoor Christus hartstochtelijk bad, ook ervaren. Eén in Christus.

Desintegratie

De kerk kent ook minder goede momenten. Biologen roemen biodiversiteit,

de grote diversiteit aan kerkleden kan zorgen voor spanningen in geloof, levenswandel en samenwerking. Gemeenteleden zijn sociale wezens en soms niet zo. In Korinte was het raak. Paulus constateert met schrik een uiteenvallende gemeente. Het lichaam van Christus aan het desintegreren.

Los zand. Springende kikkers in een kruiwagen. Elkaar mijden. Beconcurreren.

Bekritiseren. Aanvallen. Of nog erger. In niet mis te verstane bewoordingen wast hij een verdeelde kerk de oren. De apostel hult zijn vermanende alinea’s  in anatomische beeldspraak. Over ogen die geen oren moeten willen zijn en zo.

De betekenis van zijn aardige beeldspraak ontleent aan organen en ledematen komt hier op neer: Broeders en zusters, ik weet het, het is heel lastig om oprechte waardering te hebben voor die dingen, waarin anderen anders zijn

dan wijzelf. Broeders en zusters, zulke mensen, die anders zijn en andere dingen belangrijk vinden dulden wij, maar echt blij met hen zijn wij niet. Jullie zien hen eerder als belemmeringen, dan als een geschenk. Laten ik maar eerlijk zijn: jullie vinden de dingen, waarin jezelf scoort het allerbelangrijkste en daaraan meet je mensen af. Zusters en broeders, het is heel moeilijk om andere mensen in hun anders-zijn te waarderen en er is veel geestelijke volwassenheid nodig om iedereen met zijn of haar gaven te waarderen.

Liefde

Ik roep jullie op een andere weg in te slaan. Ik wijs jullie een hogere weg. De weg naar de absolute top. En dan schrijft Paulus zijn allermooiste hoofdstuk uit de Bijbel, zijn hoofdstuk over de liefde. Zijn beroemde 1 Korintiers 13. ‘De ​liefde​ is geduldig en vol goedheid. De ​liefde​ kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent ​het kwaad​ niet aan, ze verheugt zich niet over het ​onrecht​,  maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. De liefde, als vrucht van de Geest van God, verbindt en integreert alle afzonderlijke leden van de gemeente

tot dat ene organisme genaamd het lichaam van Jezus Christus. Tenslotte twee citaten over de kerk als heel lichaam van Jezus Christus.

Meldenius

In het Lutherjaar 2017 laat ik een Lutherse theoloog aan het woord. Rupertus Meldenius. Het is een man van de kerk uit de oude doos, maar zijn regel

om de eenheid van de plaatselijke en de wereldwijde gemeenschap der heiligen te bevorderen heeft niets aan actualiteit ingeboet. Tegen de achtergrond van de Dertigjarige Oorlog, 1618 – 1646, waarin katholieken en protestanten een godsdienstconflict bloedig uitvechten schrijft hij: Hou op!

Laten we in het essentiële één zijn. Het essentiële wordt verkondigt en staat uitgestald op de Avondmaalstafel. Jezus Christus. Laten we elkaar in het niet-essentiële vrij laten. Iedereen mag zijn eigen geweten daarin volgen. En tenslotte laat in alle dingen de liefde het laatste woord hebben. ‘Zo blijven dan geloof, hoop en liefde, maar de meeste, de grootste daarvan is de liefde,’ aldus Paulus. ‘In het essentiele eenheid, in het niet-essentiele vrijheid en in alle dingen liefde!’

 

Jan Muis

Het tweede citaat is van prof. Jan Muis. Geen onbekende voor kerkelijke Waalwijkers. In de synodale notitie ‘De Maaltijd van Heer’ noteert hij het volgende over het lichaam van Christus, dat weliswaar uit een grote diversiteit aan onderdelen opgebouwd is, maar desalniettemin juist aan het avondmaal

naar de eenheid in Christus verlangt en tegelijkertijd ervaart. Hij schrijft:

Wij ontvangen brood en wijn samen met anderen en beleven daarin diepe gemeenschap met mensen die we niet zelf hebben uitgekozen. We vieren een feestmaal met heel verschillende mensen, mensen die we goed kennen en mensen die we helemaal niet kennen, mensen in wie we onszelf herkennen

en mensen die volslagen anders zijn, mensen van wie we houden en mensen met wie we het moeilijk kunnen uithouden. Met al deze mensen delen we brood en wijn. We hebben Jezus Christus gemeenschappelijk. We zijn kinderen van één Vader. We zijn broeders en zusters. We delen de goede gaven van de Schepper.

Tegenstellingen vallen weg, verschillen leiden niet tot uitsluiting, conflicten worden overwonnen, schuld wordt weggedaan.Een nieuw samenleven in liefde, gerechtigheid en vrede begint. We zijn niet op onszelf aangewezen. We zijn deel van een wereldwijde gemeenschap die ons steunt en draagt, de kerk, het lichaam van Christus.’  

Geef een reactie