preek 15 05 17Tekst: Hooglied 5:96:3 en 1 Johannes 5: 9-15

Hoe onderhoud je een lange afstandsrelatie met God? Deze vraag dringt zich speciaal op deze zondag op. Want na het feest van Hemelvaart wordt het een beetje stil. Met Hemelvaart vierden we dat Jezus weliswaar uit ons zicht verdwenen is, maar dat hij tevens aan de rechterhand van God is komen te zitten. Wat dat betekent voor ons vond ik heel duidelijk in dit zinnetje: ‘Nooit meer is God zonder Jezus en nergens onder de hemel zijn we zonder God.’ Die wolk die zo onwaarschijnlijk Jezus meeneemt of hem dan toch minimaal aan ons zicht onttrekt, is in de bijbel de verbinding tussen hemel en aarde. Kijk je in dat oude beeld naar de hemel, en probeer je iets van God te bespeuren, dan zie je slechts leegte. Maar als je wolken ziet dan weet je: hé, er is meer tussen hemel en aarde. Er is iets dat de afstand overbrugt tussen die verre hemel en die verre God, en ons. En dat is Jezus.

Nooit meer is God zonder Jezus,

In Jezus zien we wat het betekent om beeld van God te zijn. Mens te zijn zoals God dat bedoeld heeft. Naar het beeld van God. Jezus is dat beeld van God helemaal. Hij is de selfie van God. En daarin is hij ook mens. Daarom is hij zo herkenbaar voor ons. Wat betekent het nu om als gelovige te leven? Hoe kun je leven? Kijk naar Jezus. En dat niet alleen. In alles wat we meemaken in ons leven, aan wat er fout kan gaan en waarin we vreugde scheppen, vinden we een partner, een buddy in Jezus. En dat Jezus dan nu bij God is, en dat God dus nooit meer zonder Jezus is, dat brengt God dichterbij. Want Jezus is de selfie van God en onze buddy.

en nergens onder de hemel zijn we zonder God?

‘‘Nooit meer is God zonder Jezus’,oké, ‘en nergens onder de hemel zijn we zonder God.’ Daar lijken we nog wel wat op af te kunnen dingen. Een mooi beeld, die wolk als verbinding tussen hemel en aarde. Maar waar vinden we God in alle ellende in de wereld? En wat heeft God te maken met diverse dingen in ons leven die we gewoon zelf doen?
Het toont onze moeite met wat je een lange afstandsrelatie met God zou kunnen noemen. Mooi, dat Jezus nu als onze buddy bij God is. Hij brengt ons leven dichter bij God. Maar wij moeten hem missen. En dat thematiseert deze zondag.

Wezenzondag

Deze zondag tussen Hemelvaart en Pinksteren wordt wel Wezenzondag genoemd. Of Zondag van de weeskinderen. Het thematiseert het verweesde gevoel dat je kan hebben in je relatie met Jezus en met God. Is Jezus, is God er nog wel? Luistert hij naar mij? Kent hij mijn verlangen, mijn wensen? Wat moet ik doen in mijn leven en met mijn leven? De kern van wees worden is behalve het gemis volgens mij ook dat je zelf je verantwoordelijkheid gaat nemen. Omdat je wel moet. Je bent meer op jezelf aangewezen. Je ouders hebben je al geleerd op eigen benen te staan, maar als je daadwerkelijk wees bent, dan ben je op jezelf aangewezen. En moet je meer verantwoordelijkheid nemen of voel je dat je dat krijgt, ook over de volgende generaties. En dat gevoel hebben veel gelovigen ook. Ondanks het gevoel dat God er daar wel ergens is. Dat is dan wel voorbij de dood en opstanding en hemelvaart van Jezus. Wij blijven als wezen achter. We zullen het zelf moeten doen. En als je alle ellende in de wereld daarbij neemt, dan is het moeilijk te voelen, laat staan te geloven, dat we nergens onder de hemel zijn zonder God.

Hoe bouwt Jezus de brug tussen ons en God?

Heeft God wel met heel ons leven te maken, en met wat we doen en kiezen en liefhebben? En: als we dan wel nergens onder de hemel zijn zonder God, waardoor wordt die kloof tussen ons en God dan overbrugd? Hoe bouwen de bijbelteksten een brug tussen ons leven en God? Hoe zijn we nergens onder de hemel zonder God?

Het thema van het Eurovisie Songfestival is dit jaar ‘Building Bridges’. De jurk die Trijntje Oosterhuis deze week droeg bij de voorbereidingen zou goed passen in het bijbelboek Hooglied. Toch is er in Hooglied niet sprake van zo’n grote kloof, als het in Hooglied gaat om de relatie tussen de geliefde en haar minnaar. Het meisje weet te antwoorden waar haar lief is als haar ernaar gevraagd wordt in vers 1 van hoofdstuk 6. En ze beschrijft de band heel innig: Ik ben van mijn lief en mijn lief is van mij. Gaat het hier dan niet gewoon om een werelds liefdesgedicht tussen twee mensen? Het lijkt bijna onvoorstelbaar dat het hier over God en mens gaat. Ik stel me zo voor dat die vraag ook ingegeven wordt door het gevoel dat we God niet als zo nabij kunnen ervaren. Willen we niet te graag hier een relatie tussen God en mens in zien?

Het is een wonderlijk soort poëzie, heel hoogdravend, niet van deze tijd. Misschien ervaar je het zelfs als overdreven. Toch zit er meer in dan een profaan liefdesgedicht tussen mensen. Het gedicht kent grote hoogten en diepe dalen. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen afstand en nabijheid. Nog voor het stuk van vandaag met haar uitzinnige ode aan haar minnaar zegt ze: ‘Ik bezweer je, meisjes van Jeruzalem, als jullie mijn lief vinden, wat zeggen jullie dan tegen hem? Dat ik ziek van liefde ben.’ Dat ziek zijn van liefde wordt in de geschiedenis uitgelegd als de moeite die we als mensen hebben om God op grote afstand te weten. Ook door ons eigen falen hem te kunnen volgen. Het verwondt ons dat de wereld niet volmaakt is. En het doet ons aan die relatie met God twijfelen. Is die dan wel volmaakt? Of houden we ons vast aan een illusie. Nou, meisje, doe maar normaal, ben je bijna geneigd te antwoorden op haar liefdesverklaring die volgt. Hoeveel liefde luwt er niet in ons leven en laat ons verweesd achter? En hoezeer proberen we er niet zelf maar het beste van te maken en het heft dan maar in eigen handen te nemen?

Hoe houd je vertrouwen in een lange afstandsrelatie?

De beelden die het meisje schets zijn bijna koninklijke beelden, gegoten in edelmetalen en andere dure materialen, kruiden en bloemen. Het doet mij denken aan de beelden van Christus die Koning is vanaf Hemelvaart. Zijn verhoging naar de hemel is zijn troonsbestijging. Hemelvaart is zijn Koningsdag. En daar komt pracht en praal bij kijken. Maar het meest bijzondere is, dat het meisje in deze afstandelijke beelden wel zijn nabijheid ervaart. Ze weet waar hij is al de meisjes haar ernaar vragen. De verhoging van haar minnaar lijkt haar ziekte te genezen. Ze weet waar haar lief is. Zijn verhoging geeft haar vertrouwen. Ze kan zelfstandig leven in de wetenschap waar haar minnaar is. In termen van na Hemelvaart: de geliefde zoon, onze buddy, weten we aan de rechterhand van God. Daarom zijn we nergens onder de hemel meer zonder God.

Maar dan worden we geconfronteerd met zinnen uit de eerste Johannesbrief: ‘We kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we van hem gevraagd hebben.’ Hoe weten we dat we iets vragen naar zijn wil? Hoe kunnen we op een gelijke manier denken? Hoe vaak gebeurt het niet dat als je ver uit elkaar bent, je andere afwegingen gaat maken? Hoe moet dat dan niet zijn met onze lange afstandsrelatie met God? Dan ga je toch je eigen afwegingen maken? En hoe weet je dat je nog op dezelfde golflengte zit, zodat hij daarnaar kan luisteren? Raken we elkaar op die lange afstand niet kwijt?

Liefhebben en uit God geboren

Johannes draagt daarvoor een recept aan. Hij zegt in het vorige hoofdstuk 4, in vers 11: ‘Als God ons zo heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar liefhebben. Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden.’ Om te vervolgen in vers 17: “Zo is de liefde bij ons werkelijkheid geworden, en daardoor kunnen we op de dag van het oordeel vol vertrouwen zijn, want hoewel wij nog in deze wereld zijn, zijn we als Jezus.” Hé, er zit in liefhebben dus een brug tussen ons en Jezus ver weg. Als we liefhebben zijn we als Jezus. Maar waarin vinden we onze basis? Dat zegt hoofdstuk 5, vers 1: “Ieder die gelooft dat Jezus de christus is, is uit God geboren.”

Als we liefhebben, zijn we dus als Jezus, en als we in die Jezus geloven, zijn we uit God geboren. Dat vind ik wel een mooi beeld op wezenzondag. Hoe verweesd we ons ook kunnen voelen: als je gelooft in Jezus, niet als voorwaarde maar als brug tussen hemel en aarde, als je gelooft in Jezus, dan ontdekt je dat je uit God geboren bent. Dat je Zijn kind bent. En dan kun je je vol vertrouwen tot Hem wenden. Want Hij luistert. Maak je niet teveel zorgen over wat God zou willen. Dat is heel simpel: liefhebben. In liefhebben komt God dichterbij.

Voor onze verwondingen in het leven is Jezus dichtbij God. Om dichtbij Jezus te zijn zegt Jezus: heb elkaar lief. Weersta de neiging om in alles je eigen plan maar te trekken, of niet te weten hoe je dat moet doen. Je bent geen wees. Je bent Gods kind. Hij luistert. En Hij luistert zo dat we alles al gekregen hebben. Dat betekent niet dat onze wensen en verlangens meteen uitkomen. Dat betekent dat we een basis hebben: we zijn uit God geboren. ‘Nooit meer is God zonder Jezus en nergens onder de hemel zijn we zonder God.’ Jezus heeft die brug gebouwd. Laten we als Jezus zijn, en elkaar liefhebben.

Geef een reactie