Hoe kun je omgaan met de kindermoord in Bethlehem?

Tekst: Jesaja 60: 1-6 en Mattheüs 2: 1-12

preek 16 01 03Elk jaar klinkt richting Drie Koningen het verhaal van de drie wijzen/magiërs uit Mattheüs.
Nu valt mij op in veel moderne kerstvertellingen (voor kinderen!), zoals Kerst met de Zandtovenaar en de Lego-bijbel die we vorig jaar cadeau deden aan de kinderen, dat het kerstverhaal daar niet meer eindigt, maar dat de kindermoord in Bethlehem heel nadrukkelijk een rol krijgt. Zie ook het filmpje van de legobijbel. De kerstvertelling van mijn jeugd, dat boekje van Dick Bruna, eindigde heel vroom met het vertrek van de wijzen, en de herders. Was dat maar beter zo, of voegt het verhaal van die kindermoord iets toe? Maar wat kan de zin van dat verhaal zijn?

Het verhaal van Kerst is niet compleet zonder het bezoek van de wijzen aan de stal. Dat is een wonderlijke combinatie van twee geboorteverhalen. Dat van Lucas over de volkstelling en de reis naar Bethlehem, waar geen plaats was in de herberg. En dat van Mattheüs, die wel spreekt over Bethlehem, maar niet over hoe Jozef en Maria daar gekomen waren, en wat daar verder gebeurt. Behalve dan over het bezoek van magiërs uit het Oosten. Het zijn van die verhalen die elkaar niet tegenspreken maar aanvullen. Kennelijk laat de kern van de boodschap van Jezus de vertellers de ruimte om daaromheen hun verhaal te vertellen. Om daarin accenten aan te leggen, waardoor het verhaal van Jezus landt bij degenen die naar hun verhaal luisteren. Zo gebeurt dat ook in allerlei muzikale kerstvertellingen. Zoals Kerst met de Zandtovenaar en het Kerstfeest op de Dam. Fragmenten van verhalen klinken om daarin de kern te vatten van wat er met Kerst gebeurt. Dat God in ons midden komt wonen in een klein kind, dat Jezus heet.

De wijzen horen erbij
En als je dat kerstverhaal dan op basis van de bijbelverhalen wilt vertellen, dan ontkom je er niet aan het verhaal van de wijzen te vertellen. De bijbel vertelt dat het magiërs waren. Wij zijn ze wijzen en koningen gaan noemen, en zeggen te weten dat het er drie waren. Dat doet er allemaal niet toe. Als ze dat kindje maar eer komen bewijzen met hun geschenken, zoals de profetie van Jesaja al schetste. Want dat is wat Mattheüs doet. Hij vertelt het geboorteverhaal van Jezus aan de hand van bekende beelden van de gelovigen van toen, de Joden. Mattheüs vertelt met oudtestamentische beelden het verhaal van de geboorte van Jezus. Zo klinkt het geboorteverhaal van Jezus bekend in de oren. Is het herkenbaar. Zo kunnen ze ermee uit de voeten. Zo snappen ze het. En daarmee is het waar. Want zo klopt het. Dit is Jezus en zo heeft hij zijn plaats in de traditie waarin hij opgroeit.

Wat moeten we met het verhaal van de kindermoord in Bethlehem?
In onze tijd klinken de beelden vreemder, hoewel vertrouwd. We horen ze ieder jaar en zijn met een bepaalde romantiek omgeven. Wat gebeurt er als je die beelden nu vertelt, in onze tijd? Het verhaal van de stal en de herders kun je nog wel zo vertellen, maar kun je ook het verhaal van de magiërs zomaar vertellen? Het valt me op dat in moderne kerstvertellingen, zoals Kerst met de zandtovenaar, maar ook in de LEGO bijbel die we vorig jaar aan de kinderen cadeau deden, dat daarin het verhaal van de magiërs compleet wordt verteld. En ik bedoel daarmee met het verhaal van de kindermoord in Bethlehem. Ik herinner me hoe in de kerstvertelling van mijn jeugd, het boekje van Dick Bruna, het kerstverhaal eindigde bij het moment waarop de koningen vertrokken. Was dat beter? Of moet je het niet verbloemen?

Ik vraag me oprecht af of je dit verhaal zo aan kinderen kunt vertellen. Kinderen snappen wel dat Herodes weinig goeds van plan is – daar heb je het verhaal van de kindermoord niet bij nodig -, en dat het maar goed is dat de koningen een andere weg terug nemen. ‘Lekker puh’ zei iemand in reactie op #themakeofthepreek.

Wat moet je met zo’n verhaal?
Ik besef ook wel dat we er dan nog niet zijn. Je kunt geen verhalen uit de bijbel schrappen. Hoe gruwelijk ze ook zijn. Juist in het afgelopen jaar hebben we een aantal van die vreemde en bizarre bijbelverhalen bekeken met een groep mensen. Wat je bij die verhalen merkt is dat hoe laagdrempelig je ze ook in gewone taal vertelt, je ze niet kunt droppen zonder uitleg. Want dan ontspoort het verhaal. Ook het verhaal van de kindermoord in Bethlehem kun je niet zonder uitleg vertellen. We ontdekten in een aantal van die vreemde en bizarre bijbelverhalen dat het goed is om te onderscheiden wat van God komt en wat van mensen. Te gauw verwijten we God wat er in de bijbel staat; het is toch Zijn Woord? En hoe kan God dat dan toestaan? Of: we beschouwen het als te menselijk en willen het eruit hebben. Want dit is duidelijk mensenwerk, zoals de bijbel mensenwerk is. God is liefde en dit kan toch niet van God zijn?

De bijbel is net als het leven een worsteling
Wat beide reacties niet zien is dat de bijbel net zoals ons leven een worsteling is van betekenis vinden, van zin vinden, in een wereld die ogenschijnlijk niets met God te maken lijkt te hebben. God is niet zomaar voorhanden. God is niet vanzelfsprekend. Sterker nog: mensen spelen hun eigen god en doen uit naam van goden de meest gruwelijke dingen. Daar moet je de bijbel niet de schuld van geven. Dat is gewoon zo. Maar als je die worsteling niet ziet, dan is de bijbel of een onbegrijpelijk goddelijke woord, of een onbegrijpelijk menselijk woord. Waarin in beide gevallen geen zin te vinden is.

In de bijbel zien we zoals het leven is, een worsteling van betekenis vinden, en van zin vinden, in een wereld die ogenschijnlijk niets met God te maken lijkt te hebben. Je moet hem vinden. En dat is niet altijd makkelijk. Ook omdat de zin, en dus God, soms ver te zoeken lijkt. En het is te makkelijk om te zeggen: dan moet je maar goed zoeken. Nee, dat is het nu juist: het is een worsteling. Het is onbegrijpelijk hoe het leven kan lopen, hoe mensen doen. En de vraag ligt je op de lippen waarom God daar niets aan doet, waarom Hij het toestaat, of Hij überhaupt iets doet. Willen we de bijbel verstaan, dan moeten we niet om die vragen heen praten. En ook niet zomaar het verhaal van de kindermoord in Bethlehem vertellen. Of welk ander gruwelijk verhaal ook. Daar doe je de mensen die het overkomen mee tekort. En daar doe je God mee tekort.

We lezen door
Dus: lezen we door? Ja, maar niet zonder eerst gezien te hebben wat het bezoek van de wijzen aan het paleis van Herodes in Jeruzalem teweeg bracht. Koning Herodes schrok hevig, en heel Jeruzalem met hem. We weten niet waarom heel Jeruzalem met hem schrok. Het lijkt me te ver gaan om te zeggen dat de mensen in Jeruzalem de messias niet meer verwacht hadden of dat het ze niet uitkwam. Laten we het er op houden dat ze vermoeden wat dit voor een reactie van Herodes teweeg brengt. Immers, hij duldt geen andere koningen naast zich en had zelfs zijn eigen zoon al vermoord.

We waren geëindigd bij vers 12 en lezen daar door: 12 Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze via een andere route terug naar hun land.

13 Kort nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer. Hij zei: ‘Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.’14 Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte. 15 Daar bleef hij tot de dood van Herodes, en zo ging in vervulling wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.’

16 Toen Herodes begreep dat hij door de magiërs misleid was, werd hij verschrikkelijk kwaad, en afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, gaf hij opdracht om in Betlehem en de wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen. 17 Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia: 18 ‘Er klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer.’

19 Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer. 20 De engel zei: ‘Sta op, ga met hetkind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.’ 21 Jozef stond op en vertrok met het kind en zijn moeder naar Israël. 22 Maar toen hij daar hoorde dat Archelaüs zijn vader Herodes was opgevolgd als koning over Judea, durfde hij niet verder te reizen. Na aanwijzingen in een droom week hij uit naar Galilea. 23 Hij ging wonen in de stad Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’

Vlucht God??!!
Hoe ga je met dit verhaal om? Allereerst door goed te zien dat het Herodes is, en niet God, die deze kindermoord op zijn geweten heeft. En ja, zoals velen in de voorbereiding zeiden: daarmee is het een verhaal van alle tijden. Van alle dictators van deze wereld tot in onze huidige tijd. Maar waar is God dan? Die is ver te zoeken. Sterker nog: Jezus, die heet dat God redt, is gevlucht. God op de vlucht, het moet niet gekker worden. Dan is het heel begrijpelijk dat er geweeklaagd wordt over de kinderen. Dat de ouders niet meer kunnen worden getroost. Als je zo verlaten bent! En Mattheüs zegt het in oudtestamentische woorden: ‘Er klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar kinderen en wilde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer.’

Is er een toekomst te vinden door de tranen heen?
Het beeld van Rachel die niet getroost wil worden is een oeroud beeld. Van de lieveling van Jakob, die op haar kraambed zichzelf beweent dat ze de bevalling niet zal overleven. Hoezeer kun je je dat voorstellen. Maar ze wil niet getroost worden en noemt haar zoon Ben-oni. Zoon van mijn ongeluk. Ze draagt haar ongeluk over op haar zoon. Maar kan dat kind die last dragen? Kan het kind toekomst hebben als het de zoon van zijn moeders ongeluk is? Dus Jakob verandert zijn naam in Benjamin. En het beeld van Rachel die niet getroost wilde worden is Israël bijgebleven. Tijdens de ballingschap beweenden de ouders bij Rama hun gestorven kinderen. Hoe begrijpelijk. Maar ze willen niet getroost worden. En daarmee blokkeren ze de toekomst.

Is die toekomst er dan wel? En mag je dat zeggen tegen mensen die zoveel verdriet hebben? Ja, dat mag je zeggen, als dat zo is. En Rachel zag over het hoofd dat door haar ongeluk heen ze de kinderschare van Jakob compleet maakte tot 12. In de ballingschap klonk door dat het volk zou terugkeren, maar dat zagen ze niet door hun tranen heen. En ook nu klinkt er een belofte in deze gruwelijke werkelijkheid. Jezus ontkomt, en zal de mensen voorgaan, juist in het lijden dat mensen zo treft. Om het op te heffen. Niet om het te ontkennen of het te ontlopen. Maar de mensen zien het niet. Wat een worsteling is dat ook. Door je tranen en je verlies toch de belofte van God ontdekken. Dit verhaal laat zien hoe moeilijk die worsteling is. Van het niet begrijpen wat er met je kind gebeurt. En dan toch Gods toekomst met ons blijven zien. Niet omdat die toekomst van ons komt, maar omdat die toekomst van God komt. Hoe verborgen God ook is, schijnbaar op de vlucht, maar klaar om opnieuw het beloofde land binnen te komen. Omdat Hij zijn belofte waarmaakt en ons niet achterlaat.

Geef een reactie