GOD VRAAGT: WAT WIL JE DAT IK JE GEEF?

Biddag voor gewas en arbeid. Hoe zouden wij reageren op de vraag die Salomo als aanstaande koning als een carte blanche wordt voorgelegd door God in 2 Kronieken: ‘Wat wil je dat ik je geef?’ De vraag klinkt onvoorstelbaar, maar heeft alles te maken met waar het op de biddag voor gewas en arbeid om gaat. Waar spannen wij ons voor in, in ons leven, werken en zorgen?

Lezen 2 Kronieken 1 : 7 – 13

‘Die nacht verscheen God aan Salomo en zei: ‘Wat wil je dat ik je geef?’

2 Kronieken 1 : 7

Carte blanche
God legt in het boek van de Kronieken de aanstaande koning Salomo, de volgende onvoorstelbare vraag voor: ‘Wat wil je dat ik je geef?’ Volgens de Kronieken is Salomo met groot gevolg naar het heiligdom in Gibeon getrokken.
Hij offert er duizend dieren. ‘s Nachts verschijnt God op die plek aan hem. Hij zegt: ‘Je mag mij vragen wat je wilt. Ik zal het je geven.’ Salomo krijgt de vrijheid helemaal naar eigen inzicht te antwoorden. Er zijn geen regels, geen beperkingen. Hij krijgt de vrije hand. God loopt een groot risico door Salomo niet minder dan deze carte blanche te geven. Hoe gaat hij reageren? Hoe zouden wij op deze vraag reageren? Wij mensen staan erom bekend, dat wij met onze eigen ambities en idealen in de weer zijn. en niet zo zuinig ook. De Bijbel vertelt verhalen over mensen, die niet minder dan opnieuw geboren moesten worden, wilden ze hun egocentrische om niet te zeggen hun egoïstische gerichtheid verliezen. Toch wil God het risico van de carte blanche lopen. Met andere woorden we krijgen van God de vrijheid, alle ruimte om te kiezen. Wanneer God ons telkens op de vingers zou tikken, als we in de fout dreigden te gaan, dan zou hij onze vrijheid uitschakelen en daarmee ons vermogen om echt lief te hebben. De prijs? Naast moeder Theresa’s baart onze wereld ook Hitlers. Met de vraag ‘Wat wil je dat ik je geef?’ legt God de verantwoordelijkheid bij ons neer. Bij deze God kunnen we ons niet verschuilen achter de woorden, dat we het niet voor het zeggen zouden hebben. Waar spannen wij ons voor in? Welke keuzes maken we? Waar bidden we om?
Het is aan ons!

Gericht op het Koninkrijk
Salomo doet de betekenis van zijn naam alle eer aan, als hij vraagt om wijsheid en inzicht. Zij naam betekent ‘rijk aan vrede’ of ‘rijk aan heil en zegen’. ‘Ik wens wijsheid en inzicht om het volk te houden bij de weg van God, opdat gerechtigheid en vrede zullen heersen in het land, en daarmee welzijn,’ luidt het antwoord van een gedroomde koning. Deze koning met een messiaanse naam kiest voor de bevordering van het Koninkrijk van God op aarde. God verhoort zijn gebed en meer dan dat: hij ontvangt bovendien rijkdom, schatten en roem. Zolang gebeden gericht zijn op eigen koninkrijkjes, bestaat er in de Bijbel geen zekerheid van verhoring. Van het grootste belang bij de verhoring van onze gebeden is de vraag, of het Koninkrijk van God erin centraal staat. Van een rabbi, rabbi Israël, is het volgende mooie verhaal bekend. Gelovige Joden bidden op vaste tijdstippen. Het viel op dat rabbi Israël, ’s morgens altijd heel lang wachtte, voordat hij aan zijn ochtendgebed begon.
Men vroeg hem waarom en hij antwoordde: ‘Een koning had voor zijn onderdanen een spreekuur ingesteld. Zo en zo laat. Een bedelaar kwam echter op een ander tijdstip naar het paleis en vroeg toch de koning te spreken. De wachters bij de poort hielden hem tegen met de woorden: ‘Weet jij niet hoe laat het spreekuur begint?’ ‘Jawel,’ zei de bedelaar, ‘maar die tijd geldt voor hen, die met de koning willen spreken over dingen, die zij nodig hebben.’
‘Ik wil de koning spreken over de dingen die het Koninkrijk nodig heeft.’ Jezus zegt het zo: ‘Zoekt eerst het Koninkrijk van God en alle andere dingen ontvangt u bovendien.’ Verleg de richting van het gebed van jezelf, naar God en je naaste.

Onze Vader
In Kronieken krijgt Salomo het van God voor het zeggen. ‘Wat wil je dat ik je geef?’ Salomo kiest ‘wijsheid’, dat betekent ‘ontzag voor de HEER’. Hij vraagt om ‘inzicht’, dat betekent de mogelijkheid om met zijn volk te leven naar de geboden. Zijn gebed staat in het perspectief van het Koninkrijk van God of zoals de Bijbel in Gewone Taal vertaalt, in het perspectief van Gods nieuwe wereld. In Lucas krijgt Jezus het van zijn leerlingen voor het zeggen. Ze vragen hem: ‘Heer, leer ons bidden’. Jezus leert zijn volgelingen, dan een gebed, dat inderdaad helemaal in het perspectief van het Koninkrijk van God staat: het Onze Vader. Het gaat om de afstemming tussen hemel en aarde. Wie dit gebed uitspreekt, ziet voor zich hoe het zal zijn als Gods nieuwe wereld van vergeving, van vrede, van heil en zegen, van overvloed gekomen is. Dan zal de hemelse werkelijkheid ook op aarde bepalend zijn. Dat is toekomstmuziek en we willen ons hier en nu al richten op dit vergezicht en ons leven erop afstemmen. Bidden is geen bezwering van God om hem tot actie over te laten gaan. Bidden is in het evangelie van Lucas ons vertrouwen in de nabijheid van onze Vader in de hemel uitspreken en dan in die kracht de bedes van het volmaakte gebed waarmaken binnen en buiten de kerk. Een rechter verbonden aan het internationale Hof van Justitie in Den Haag, C. Weeramantry, schreef een boek over het Onze Vader. Hij gaf het als titel mee: ‘The Lord’s prayer: bridge to a better world’. Het gebed van onze Heer: een brug naar een betere wereld. In de Openbaring heet die ‘betere wereld’ de nieuwe hemel en de nieuwe aarde.

Samen
Salomo spreekt zijn gebed persoonlijk uit, maar wel tegen de achtergrond van de bijeenkomst bij het heiligdom van Gibeon. Je kunt het gebed omschrijven als persoonlijke communicatie met God. Maar niet misverstaan!
Bidden vormt een belangrijk element van het persoonlijke geloof, maar het kan niet losgemaakt worden van de verbondenheid met andere gelovigen. Bidden is persoonlijk, maar geen individualistische aangelegenheid. In het gebed dat Jezus ons geleerd heeft, wordt de gezamenlijkheid ook benadrukt. Onze Vader. Onze. Wie gelooft hoort gij een bijzondere groep mensen, die in de Bijbel kinderen van God heten. Het Onze Vader is een typisch gezamenlijk gebed. Het gebed van de groep mensen, die zichzelf kinderen van God weten.
Bidden doe je samen. Waarom? Een gemeentelid vertrouwde mij toe: ‘Ik ben geen bidder meer. Thuis komt het er niet van. Weet je waarom ik naar de kerk kom? Tussen de andere bidders lukt het bidden wel.’ Het persoonlijke en de verbondenheid met medebroeders en –zusters zijn in het gebed met elkaar vervlochten ter versterking van elkaar. Het kan geen toeval zijn dat Jezus aan het kruis op het negende zijn klacht in de vorm van een gebed opzond naar de hemel: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Het was op het moment dat in de tempel het offer gebracht werd en gebeden gezegd. Het gebed van Jezus werd opgenomen tussen al die andere. Daarom zijn we vanavond hier in de kerk: om samen bidden voor gewas en arbeid.

Geef een reactie