GOD ALS ONZE BUURMAN, ZO DICHTBIJ…

Gedachtenispaneel

Gedachtenispaneel

In deze gedachtenisdienst steken we een lichtje aan voor onze overledenen, dierbaren die we missen. Voor de eerste keer zullen er ook blaadjes met de namen van de overledenen erop door de kinderen aan het gedachtenispaneel worden opgehangen. We hopen dat zij die verdriet hebben troost kunnen putten uit de liederen, de gebeden en de verkondiging.
Het thema van de dienst is ‘Troost’. Waar dat op neerkomt is, dat je iemand omhult met mededogen, iemand figuurlijk draagt, verdriet erkent en aandacht hebt voor iemand. Je aanwezigheid, je arm, je woorden kunnen bijdragen aan een helingsproces van iemand die verdriet heeft.
God troost! In het toekomst visioen van de Openbaring wist hij tranen uit huilende ogen weg.

Lezen Genesis 24 : 1 – 7 en 62 – 67

‘Zo vond Isaak troost na de dood van zijn moeder.’ (Genesis24v67)

Gemeente van Jezus Christus,

1. Ruimte voor verdriet
In deze preek vertel ik aan u een aantal verhalen over troost en troosten. Het eerste verhaal komt uit het ziekenhuis.

‘Ik kwam een man tegen die daags tevoren slecht nieuws had gekregen. De dokter moest hem komen vertellen, dat er voor zijn ziekte geen behandeling meer was. ‘Niemand kan u zeggen, hoeveel tijd u nog te gaan hebt, maar als u nog dingen wilt regelen, zou ik daar niet te lang meer mee wachten.’ Daar zat hij dus, en keek zijn levenseinde in de ogen. En ik zat naast hem. Wat zeg je op zo’n moment? Dat weet ik na al die jaren nog steeds niet. Dus probeerde ik eerst maar een beetje bij hem in de buurt te komen. Hij ging overeind zitten, keek mij met felle ogen aan en zei: ‘Wat komt u eigenlijk doen?’ Mij helpen?
‘Of alleen maar een beetje troosten?’ Voor hem betekende troost op dat moment alleen maar het volstrekte tegendeel van wat hij zo zielsgraag zou willen: langer leven met degenen die hem zo lief waren. Op dat moment was een troostprijs het laatste waar hij behoefte aan had. En daar kon ik goed in komen. Hoe die ontmoeting verder ging? Kwaad werd hij, ontzettend kwaad.
Op de dokters die hem te lang aan het lijntje gehouden zouden hebben. Op mij, die hem ook niet echt kon helpen. Op God, tot wie hij toch nog zo gebeden had. Ik bleef maar gewoon zitten. Tenslotte begon hij te huilen, snoot daarna zijn neus en zei: ‘Sorry.’ ‘Hoezo sorry,’ antwoordde ik, ‘dat moest er kennelijk allemaal uit.’

Troosten is niet het wegnemen van verdriet. Dat kan geen mens.
Wie van ons kan voor God spelen? Goede troost, echte troost, maakt ruimte voor het verdriet, voor de woede, en voor alle emoties die op die golf mee kunnen spoelen. ‘Toe maar!’ ‘Doe maar!’ Het moet eruit. Troost werpt geen dam op tegen het verdriet, maar vormt een bedding waardoor het verdriet kan stromen.

2. Zien naar elkaar
Het tweede verhaal, een kleine oosters verhaal, een medaillon over menselijk wel en wee.

Er was eens een man genaamd Isaak. Deze herdersvorst was de zoon van de vreemdeling Abraham, die ooit uit Irak geëmigreerd was naar Kanaän, ook wel het Beloofde Land of later Israël geheten. Isaak verblijft met zijn clan en kudde
in het woestijnlandschap van de Negev. Hij heeft zijn kudde gedrenkt met water, dat opwelt uit de bron Lachai-Roï. De bron Lachai-Roï. In het Nederlands: de bron van het Leven dat mij aanziet. De bron van het Leven dat mij aanziet. Tegen het vallen van de avond gaat hij het veld in om te treuren over zijn overleden moeder. Zij heeft nog 37 jaar na de geboorte van haar enige zoon geleefd, daarna is Sara gestorven en nog maar kort geleden begraven. Als hij door zijn tranen heen opkijkt, ziet hij tegen de achtergrond van een ondergaande zon, een kamelenkaravaan naderen, die in opdracht van zijn vader een bruid uit Irak voor hem gearrangeerd heeft en meegenomen: de jonge, mooie en gastvrije Rebecca. Rebecca sluitert zich ten teken dat zij voortaan geen andere man dan Isaak zal toebehoren. In de lege tent van zijn moeder Sara zal hij haar ontsluieren. Hoewel een gearrangeerd huwelijk, ontvlamt echte liefde. Dit is ook mooi: nu de lege plaats is ingenomen door Rebecca vindt Isaak troost na de dood van zijn moeder. Zij is een bron van troost voor hem.

Isaak en Rebecca ontmoeten elkaar bij de bron Lachai Roï in de Negev.
‘Bron van de Levende die mij aanziet,’ betekent die naam. Bronnen in de woestijn schenken redding, leven en verfrissing. Bij de bron heffen Rebecca en Isaak hun ogen op, staat er letterlijk. Ze kijken op en zien elkaar in de ogen.
Zo vinden zij het leven en lafenis bij elkaar. Opzien en omzien naar elkaar is een bron van troost.

3. Een engel op je pad
Nou deze menselijke troost hebben we al te pakken, zonder God er ook maar één enkele keer bij te halen. Tijd om hem erbij te halen. Want ‘bij God is de bron van het leven, in zijn licht zien we licht,’ dicht Psalm 36. Luister naar bijzondere ervaringen, ervaringen die vertellen dat er meer moet zijn tussen hemel en aarde. Wat dacht u van een engelverhaal?

Abraham zegt tegen de knecht, die in het verre Irak een vrouw voor zijn zoon Isaak moet zien te regelen: ‘God zal een engel voor je uitsturen, zodat je een vrouw voor mijn zoon zult vinden.’ Deze woorden doen mij denken aan mevrouw Bouman, die wij vanmorgen gedenken. Zij geloofde heilig in engelen.

Tijdens een bezoek aan haar wees ze mij op een boek tussen de vele boeken
in de boekenkast met als titel ‘Hoog in de hemel’. Ik pakte het. Las de achterkant. De Ierse schrijfster Lorna Byrne vertelt in dit boek, dat ze engelen ziet en met hen praat, al haar hele leven lang. Ze beschrijft de engelen zeer gedetailleerd. Engelen zetten zich in voor de mensen en de wereld en ze hebben haar geholpen haar leven weer op te bouwen na de dood van haar echtgenoot. ‘Daar geloof ik in,’ legde mevrouw Bouman uit. Bij het afscheid hebben we daarom Psalm 91 gelezen met de woorden: ‘Want de Heer stuurt zijn engelen. Zij zullen je altijd beschermen, waar je ook bent. Hun handen zullen je dragen, zodat je niet struikelt.’ ‘Hoe komt u erbij?’ vroeg ik haar eens.
Mevrouw Bouman ervoer bij het nemen van belangrijke beslissingen, ingevingen van buiten, van boven, hints die haar de juiste weg wezen. Engelen, geloofde ze. Ze ervoer via die bijzondere ervaringen de leiding van God.

U kunt een boek als Hoog in de hemel van Lorna Byrne lezen. Een medemens die troost biedt, kan voor u een engel zijn. Zelfs een raadselachtige engelenervaring kan u overkomen. Als er een engel op uw pad komt, wanneer u vanmorgen verdrietig bent vanwege gemis, hoop ik, dat wat voor engel het ook mag wezen, die wonderlijke ervaring u te denken geeft.
God! Dat Hij erbij is. Een engel, daar hebben we toch iets bij de kop, wat erop wijst, dat er meer is dan wat we kunnen meten en wegen. Waarom niet God? Van hem wordt gezegd dat het enige attribuut dat hij bij zich heeft een grote zakdoen is om de tranen uit de ogen van verdrietige mensen te wissen.

4. De stem
God troost via een bijzondere ervaring, een engelervaring om maar iets te noemen. Hij profileert zich nog sterker via een ander medium: zijn stem, ha sjem zeggen de Joden. Over de stem gaat het in het testament van Abraham.
Genesis 24. Met de woorden: ‘Abraham was inmiddels op hoge leeftijd gekomen en de HEER had hem in alle opzichten gezegend,’ maakt de schrijver de balans op van een man met één been in het graf. Een vertrouweling moet Abrahams laatste wilsbeschikking ten uitvoer brengen. Er moet een huwelijk gearrangeerd voor zijn zoon Isaak. ‘Leg je hand in mijn lies,’ vraagt hij de rentmeester daartoe te zweren. ‘Onder mijn heup,’ camoufleert een andere vertaling. Bedoeld wordt een eedgebaar, waarbij degene die de eed zweert het geslachtsdeel van degene die de eed afneemt aanraakt. -Andere tijden, andere zeden.- Abraham is besneden. Het is bij de besnijdenis dat de knecht moet zweren. De besnijdenis is een teken van het Joodse geloof, dat stoelt op het horen van de stem of het Woord van God. Abraham heeft het woord van God gehoord: ‘De HEER, de God van de hemel, belooft met ons zijn weg naar leven en overvloed te gaan, naar het Beloofde Land.’ Ons christelijk geloof stoelt nets als het Joodse op het horen van de stem of het Woord van God.
De Bijbel. Ik denk nu aan die momenten, dat ik als dienaar van het Woord uit de Bijbel voorlas aan gemeenteleden die op sterven lagen. Psalm 23. ‘De Heer is mijn Herder, mij zal niets ontbreken.’ Psalm 27. ‘God is mijn licht mijn heil, voor wie zou ik vrezen.’ Psalm 121. ‘Ik hef mijn ogen op naar de bergen, vanwaar zal mijn hulp komen?’ Johannes 14. ‘Uw hart worde niet ontroerd, gij gelooft in God, geloof ook in mij. Ik ga heen om in plaats te bereiden in het huis van de Vader met de vele woningen.’ Openbaring 21. ‘En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.’ Zoveel treffende Bijbelgedeelten gaven troost aan hen, die afscheid moesten nemen van hun dierbaren. In het aangezicht van de dood staken Bijbelwoorden hen een hart onder de riem. Ontroerend was het om te merken hoe de lezing uit de Bijbel resoneerde in het hart van stervenden
en zij achter de zinnen God ervoeren. God die een Man van zijn Woord is en doet wat Hij heeft belooft: ‘Zelfs al ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want U bent bij mij.’ Het summum van troost!

5. Het leven gaat door
God troost. Een wonderlijke ervaring waar je verstand bij stil staat. De Bijbel met een eigensoortige zeggingskracht. We zetten nog een stap. De preek eindigt ten slotte met de grootste verrassing, die ons na ons overlijden kan overkomen: God als onze ‘buurman’, zo dichtbij. Mystici hebben het over God aanschouwen van aangezicht tot aangezicht, zonder medium ertussen. Het leven gaat namelijk door. Het gewone leven. Isaak, na de dood van zijn moeder getroost door zijn geliefde, pakt de draad weer op. Twee zonen zetten straks de familiegeschiedenis voort. Om twaalf uur afgelopen maandag stond het leven expres even stil om de slachtoffers van de terroristische aanslag in Parijs te gedenken. Verschrikkelijk! Treinen kwamen op verschillende plaatsen in Nederland tot stilstand, bussen. De les op school werd onderbroken. De bouw van het huis gestaakt. Stilte! In Amersfoort, las ik op internet, leidde de burgemeester met een korte toespraak deze ceremonie in om na de minuut stilte witte rozen neer te leggen en af te sluiten met de woorden: ‘‘Het leven gaat door, wat er ook gebeurt.’ Hij bedoelde het gewone leven. Het leven moet inderdaad doorgaan. De stem van God, het Woord van God, de Bijbel belooft er een kop op, een eeuwig leven.

Laatste antwoorden op vragen hoe het leven na de dood verder gaat, zijn door niemand te geven. Stelligheid valt hier buiten de orde. Stamelen is meer op z’n plaats. Aan deze kant van het graf zien we nog door een spiegel, in raadselen (1 Kor. 13 : 12). Het eeuwige leven is voor ons van een groot vraagteken voorzien.
Op onze tenen komen we uit onszelf niet veel verder, dan het vermoeden, dat ons na de dood de grootste verrassing van ons leven te wachten staat. Maar als we de stem van God geloven: Hij zal maximaal dichtbij ons zijn.
Geen medium er meer tussen. We zitten voor deze visie in het visioen van Openbaring 21, over het nieuwe Jeruzalem, het hoofdstuk over de christelijke toekomstverwachting. Hij woont in het nieuwe Jeruzalem als een buurman naast ons in de straat. Niet in een bolwerk met opgetrokken ophaalbrug.
In een tent. Toegankelijk voor iedereen. Gods belangrijkste attribuut is de zakdoek. Die is heel groot en goed voor alle mogelijke tranen. We hopen dat onze dierbare doden zich op die plek van ultieme troost bevinden.

Amen.

Geef een reactie