GAVEN VAN DE HEILIGE GEEST

Aanstaande zondag, op de vijftigste dag na Pasen, vieren we Pinksteren. Het is het feest van de uitstorting van de Geest van God. Rood kleurt de kerk. Gospelkoor Sound of Joy wakkert het heilige vuurtje nog eens extra aan.

We horen in de dienst de evangelist Lucas vertellen over de bijzondere aanwezigheid van God in de eerste gemeente. De apostelen raken vol van God, vol van zijn heilige Geest. Buitenstaanders verbazen zich over het effect: op de dag van het Pinksterfeest spraken de apostelen in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.

In de Pinksterdienst staat dit spreken in vreemde talen centraal. Ook wel tongentaal genoemd. Wat is dat nu precies? Voor wie is deze opmerkelijke gave van de Geest bedoeld? Waar kom je die gave tegen? Heeft tongentaal ook in onze kerk nut? Vast vooruitlopend op de preek en ter verhoging van de feestvreugde het antwoord op die laatste vraag: ja!

Lezingen: Joel 3: 1- 5 en Handelingen 2: 1-16

‘En allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luidde toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven.’

Handelingen 2 : 4

Gaven van de Geest
Op 17 mei spraken we met de pastoor van Waalwijk en omstreken, Marcel Dorssers. We zaten aan de koffie in de Juliana van Stolbergschool in afwachting van de bel. Vier predikanten, ds. Henk van Kapel, ds. Arie de Wit, ds. Otto Grevink en ondergetekende, en één pastoor zouden die woensdagmorgen enkele klassen bezoeken voor het Bijbelproject. Pastoor Dorssers vertelde terloops een Pinksterverhaal als opsteker. Hij vertelde: ‘Een dertigtal 12 jarigen zijn op 2 april door bisschop De Korte gevormd in een viering in de St. Jan hier in Waalwijk. Vind je het niet geweldig!’ Gevormd, dat moest hij even aan protestanten uitleggen. Het vormsel is een sacrament in de katholieke kerk. De bisschop zalft in een viering het voorhoofd van de vormelingen met olie, symbool van de heilige Geest. Samen met de aanwezigen bidt de geestelijke vervolgens om die Geest van God in het centrum van hun leven. ‘Dat U, heilige Geest, hun hart zal vervullen.’ ‘Dat zij uw gaven zullen ontvangen, Geest van God.’ Zeven gaven van de Geest in totaal staan er tot hun beschikking: wijsheid, verstand, inzicht, sterkte, wetenschap, ontzag en liefde voor God. Mooie cadeautjes die zo zijn weggelopen uit Jesaja 11! Als christen kom je ermee uit de verf. Pastoor Dorssers vertelde op die woensdagmorgen over de gaven van de heilige Geest voor jonge katholieken en volgens mij als de Bijbel goed begrijp zijn ze ook voor protestanten, of welk geloof men er verder ook op na wil houden, Voor jongeren en ouderen. De heilige Geest houdt voor geen enkele kerkdeur of leeftijdsgroep halt. Hij discrimineert niet. Deze Pinksterpreek gaat vooral over een achtste gave, een hele bijzondere gave van de Geest. Tongentaal. Glossolalie in de boeken geheten. Voor deze spectaculaire gave moeten we bij een broeder uit de Pinkstergemeente zijn. In de tweede plaats wil ik aandacht vragen voor het gebed van de bisschop of te wel het gebed om de heilige Geest. Daarvoor gaan we in het tweede deel van de preek naar de Universiteit van Nijmegen.

Pinksterbroeder
Oké, laten we het eerst hebben over een Geestesgave die bij ons buiten beeld is geraakt. Tongentaal. We kijken naar een filmpje.
https://www.youtube.com/watch?v=vkjNhWzPSHs
We hebben op de schermen gekeken naar een markante man in een scootmobiel. Ergens in een winkelcentrum in Nederland. We zien hem in gesprek met een willekeurige vrouw. We horen hem eerst in begrijpelijke taal iets tegen haar zeggen: ‘Mag ik het geheim van de liefde aan je toevertrouwen, omdat je eerlijk moet zijn. Snap ie?’ Vermoedelijk heeft de man zojuist beweert, dat hij een boodschap uit de hemel voor de vrouw heeft, een bericht over de liefde van God. Het evangelie. Wellicht heeft hij erbij gezegd dat hij de boodschap in tongentaal uit zal spreken. Grote verbazing bij de vrouw, denk ik. Hij gaat dit bewijzen. ‘Mag ik het geheim van de liefde aan je toevertrouwen, omdat je eerlijk moet zijn. Snap ie?’ De vrouw antwoordt met ‘Ja!’ Hij wenkt haar zich naar hem toe te buigen om wat hij te zeggen heeft beter te kunnen horen in het lawaaierige winkelcentrum. Hij maakt intiemer contact door haar een hand te geven en de andere hand op haar schouder te leggen. Mooi beeld van nabijheid. Vervolgens haast reciterend een reeks aan onverstaanbare klankwoorden, die lijkt te beginnen met ‘de vrede van….’ Daarna verdwijnt in het oor van de vrouw naar ons idee volslagen wartaal, 20 seconden lang. Met pretoogjes en glimlachend beëindigt de sociale en opgewekte man zijn heilige toespraakje. Na de herhaling van eenzelfde ritueel geeft hij een volgende luisteraar een joviale klap op de schouder. Laat me uw gedachten raden. ‘Heeft hij te diep in het glaasje gekeken?’

Glossolalie
Ik geef de volgende verklaring aan u door. De man in de scootmobiel is vermoedelijk lid van een Pinkstergemeente. Een broeder in de Heer dus. Een medechristen. Wat hij aan een toevallige voorbijganger laat horen heet ‘tongentaal’ of glossolalie. Tongentaal is één van de handelsmerken van de Pinkstergemeenten. Wie hun dienst bezoekt, hoort kerkgangers soms die bijzondere klanktaal uitstoten. In de Bijbel komt deze wonderlijke expressie al voor. Op de Pinksterdag spreken de apostelen op luidde toon in vreemde tongen of talen, vertelt Handelingen. Ongeschoolde apostelen uit onderontwikkeld Galilea spreken diverse buitenlandse talen. ‘Hoe kan het, dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen?’ reageert op de Pinksterdag hun verbaasde buitenlandse gehoor. ‘Zij ze soms dronken?’ Een dergelijk talenwonder vond wat jaren geleden in Londen plaats. Een collega, Nicky Gumbel, vertelt dat een gemeentelid hardop een gebed uitsprak voor een gemeentelid naast haar. ‘Penny begon in het Engels,’ vertelt hij en ging daarna over op het bidden in ‘tongen’ ’. De persoon voor wie ze bad begon na die omslag te lachen. ‘Je praat in het Russisch tegen me,’ zei ze. ‘Wat heb ik dan in mijn gebed in het Russisch gezegd,’ vroeg de bidster die nooit Russisch had geleerd. De vrouw voor wie werd gebeden sprak vloeiend Russisch en antwoordde: ‘Je bad voor mij: ‘Mijn geliefde kind, mijn geliefde kind,’ waardoor ik mij geliefd weet door God. Woorden waardoor ze zich bemind door God voelde. Woorden die ze nodig had. De tongentaal op de eerste Pinksterdag schrijft de Bijbel toe aan de intense werking van de heilige Geest in het hart van de apostelen. De apostelen op Pinksteren zijn te volgen. Maar op andere plaatsen in het Nieuwe Testament gaat het om het uiten van onbegrijpelijke klanken. Tongentaal heet in de Bijbel een gave van de heilige Geest te zijn, een Pinkstergeschenk. Er zijn christenen voor wie gewone woorden het enthousiasme voor God en zijn zaak niet meer kunnen dragen. Een bestaanbare taal schiet te kort. De zegen die zij ervaren gaat hun taalvaardigheid te boven. Hun emoties stromen over de rand. Hun ratio kan het niet meer bijhouden. Er zijn geen normale woorden voor wat zij van binnen ervaren. Ze zijn vol vuur van de heilige Geest! De beleving van de uitstorting van de heilige Geest laat zich blijkbaar niet opsluiten in ons woordenboek.

Waardering
Wat moeten we aan met deze geestdrift? ‘Ze zullen wel dronken zijn!’ Stel je voor, een volle dienst in een oude kerk. Ergens in het Hollandse polderlandschap. Gewoon protestantse kerkgangers op een normale zondagmorgen. Zoals wij. De preek is bijna afgelopen. Plots staat een vrouw op en begint onverstaanbare klanken uit te stoten vermengd met geroep van ‘Hallelujah’, loof de Heer! Zo vrij gaat de Geest van God zijn gang. Hij laat zich niet opsluiten in de Pinkstergemeente. Gods Geest houdt voor geen enkele kerkdeur halt of de kerkgangers moeten ‘m per se buiten de deur willen houden. Als Hij binnenkomt en mensen vervult, wat gaan zeggen we dan tegen de expressieve vrouw uit de polder onder de koffie na de dienst? Hoe kijken we haar aan? Hoe moeten we tongentaal waarderen? Allereerst relativeren! Van Jezus wordt nergens vermeld dat hij in tongentaal sprak. Zo’n belangrijk is dit fenomeen dus ook weer niet. De apostel Paulus geeft de voorkeur aan een goeie, begrijpelijke preek boven onverstaanbare klanktaal. Als het gebeurt moet er uitleg bij zijn, vindt hij. Naast relatieveren, waarderen. Mensen die vol zijn van God, echt bezield door hun geloof, geraakt van binnen en zich er ook niet voor schamen om hun betrokkenheid en emotionaliteit, enthousiast en spontaan te uiten. En het mag best vreemd overkomen. Laten we onze ogen open houden voor markante, expressieve broeders en zuster, wil er sprake zijn van een levende kerk. Laten we een uitnodigende sfeer voor Gods Geest scheppen, zodat hij ons kan vernieuwen tot een levende gemeenschap. Dat brengt ons zoals beloofd bij de Universiteit van Nijmegen.

Veni Creator Spiritus
Het was op 3 juni 2016. Vandaag precies een jaar en een dag geleden. Zenuwachtig liep de man, die wij vooral als organist kennen, heen en weer in de promotiezaal van de Nijmeegse Universiteit.
Joop de Zwart. Aanwezigen spraken hem moed in. Hij had een niet voor iedereen begrijpelijk proefschrift geschreven. Wetenschappelijke tongentaal. De pedel verscheen en het eeuwenoude spel kon beginnen. Een zware delegatie van professoren uit verschillende windrichtingen in zwarte toga gekleed namen vooraan plaats in wat volgens mij de corona heet. Ze zouden de promovendus geducht aan de tand gaan voelen. Ze bleven nog even staan. De hoogleraar die de rector magnificus verving hield zich aan het protocol. Plechtig sprak hij: ‘Overeenkomstig de gebruiken aan deze universiteit -een katholieke universiteit- open ik deze academische zitting met gebed.’ Spiritus Sancti gratia illuminet sensus et corda nostra. Amen. Dit is geen tongentaal, maar Latijn. Vertaald: Wij bidden, moge de genade van de Heilige Geest onze zintuigen en ons hart verlichten. Het was een zegenwens voor Joop.
In principe voor iedereen. Toen kon de aanval op en verdediging van Joops proefschrift beginnen. Hij ontving die dag zijn doctorsbul voor zijn talenten, voor de gaven, die hij van Gods Geest had mogen ontvangen. Achter het universiteitsgebed zit een mooie gedachte.
Volgens de oude wetenschapsfilosofie zijn de zintuigen en ons hart de bron van menselijke kennis. Het tweetal, zintuigen en hart of te wel waarneming en intuïtie, liggen ten grondslag aan het wetenschappelijk onderzoek. De Geest van zet deze bronnen van onze kennis in het licht zetten, doet hen stralen. Dit gebed om de heilige Geest sluit naadloos aan bij het wapen van de Universiteit van Nijmegen.

Het wapen bestaat uit een gekroond schild. Op het blauwrode schild staan een kruis en een duif. De duif is het symbool van de heilige Geest. De duif staat afgebeeld met uitgespreide vleugels, zeven stralen komen eruit te voorschijn. De zeven stralen symboliseren de zeven gaven van de heilige Geest: wijsheid, verstand, inzicht, sterkte, wetenschap, ontzag en liefde voor God.
Op 3 juni 2016 en op 2 april in de St. Jan werd gebeden om heilige Geest. Vandaag Pinksteren 2017 bidden we met elkaar en voor elkaar om de heilige Geest in het centrum van ons bestaan. We bidden om het mogen ontvangen van ieder onze eigen gaven te gebruiken tot eer van God en de opbouw van zijn gemeente.
‘Kom, heilige Geest, vervul onze harten, schenk ons uw gaven en ontsteek in ons het vuur van uw liefde.’
Drie keer raden welk dier er afgebeeld staat in het logo van de Protestantse Gemeente Waalwijk? Inderdaad de duif. Symbool van de heilige Geest die neerdaalt op mensen.

Tot dusver heeft u alleen mannen op het scherm zien verschijnen, wat de indruk kan wekken, dat de Geest alleen mannen zijn gaven verleent. Bijstelling is nodig. Op het scherm ziet u dokter Anne. Zij werkt al meer dan 15 jaar als tropenarts in het ziekenhuis van Passe Cataboid. Zij is een gedreven vrouw. De diaconie steunt haar werk financieel. Zij gebruikt haar gaven ten dienste van de allerarmsten op deze aarde. Alleen mannen vol van de Geest van God? We weten wel beter.

 

 

Geef een reactie