‘Er zijn zaken die God alleen voor zijn rekening kan nemen….’

Ik geloof in Jezus Christus, geboren uit de maagd Maria.’ Als er één onderdeel uit de geloofsbelijdenis vragen oproept, dan is het dit wel. ‘Wie is de natuurlijke vader van Jezus?’ ‘Maria kon toch niet zo maar in verwachting geraken?’ ‘Ik ben totaal niet gelovig, maar vroeger maakten ze ons deze “verhaaltjes” wel wijs op school.’ Het thema: ‘Een dubbele Jezus’. 1. Wie is de vader? 2. De mens Jezus 3. Jezus, de Zoon van God 4. De maagdelijke geboorte 5. Een nieuwe schepping en 6. En wij dan…?

Lezen Lucas 1 : 28 – 36

‘De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt,heilig worden genoemd en Zoon van God.’ (Lucas 1 : 35)

Wie is de vader?
De moeder van Jezus is bekend. Zij is zelfs de bekendste moeder op jaarde. Het is Maria. Maar wie was zijn vader? De Bijbel gaat ervan uit dat Jozef niet de biologische vader van Jezus is geweest. Er zou sprake zijn van een maagdelijke geboorte. Maria zou in verwachting zijn geraakt van Jezus, zonder dat ze seksueel contact met een man zou hebben gehad. Dat is een lastige! Jezus’ oorsprong van moederszijde is zo helder als een ster. Maria’s genen hebben Jezus tot mens gemaakt. Bij een man van vlees en vloed wil ik nu eerst bij stil staan.

De mens Jezus
De dichteres Enny IJkes – Koogers, overleden in 2010, schreef een aardig gedicht over Jezus als mens met als titel ‘de mens gelijk geworden’. Ik lees de regels tot het omslagpunt in het gedicht voor.

‘Hij was een Jood als alle Joden.
Hij viel beslist niet uit de toon.
Wel hield Hij zich aan Gods geboden,
maar dat zelfs was niet ongewoon.
Hij heeft zijn vader helpen zagen
En ’t zaagsel in een hoek geveegd,
de zware waterkruik gedragen,
en is Maria’s put geleegd.
Hij heeft zijn vrienden helpen bouwen,
wanneer zij werkten aan hun huis.
Hij heeft met planken lopen sjouwen,
zoals veel later met zijn kruis.
Hij heeft gedronken en gegeten
wat ieder dronk, wat ieder at.’

Jezus was een mens, aan ons gelijk. Gewoon geboren en gestorven. Vreugdevolle dagen, bittere dagen. Net als wij. Als mens met op z’n tijd honger en dorst -‘mij dorst’- vermoeidheid en verdriet – ‘En Jezus huilde.’ luidt de kortste tekst uit de Bijbel; als mens overbrugt Jezus 20 eeuwen en staat hij heel dicht bij ons. Wie hij was? Voel het bij jezelf. Zo is hij geweest. Maar er valt meer over hem te zeggen. Naast zoon van Maria, was hij ook de Zoon van God, vertelt de Bijbel. Niet van Jozef.

Jezus de Zoon van God
Na een kijkje te hebben gegeven in het dagelijkse leven van de mens Jezus te Nazareth in het Israël van de eerste eeuw, volgt er een omslag in het gedicht van Enny IJskes – Kooger. Ik ga verder met een tweede deel van ‘de mens gelijk geworden’ ; ‘gelijk’, maar toch niet helemaal. Het gedicht:

‘Maar altijd door heeft hij geweten
dat hij daar als een vreemd’ling zat.
Want ieders leugen, ieders zonde
sloeg in zijn hart een diepe wond,
totdat Hij overdekt met wonden
een Godverlaten einde vond.
Hij was een jood als alle joden.
Hij was een mens als iedereen.
Hij werd de eerst’ling uit de doden,
want Hij was God, uit God alleen!’

Deze laatste woorden ‘Hij was God, uit God alleen, drukken uit, dat er met ‘Jezus was een mens’ niet het laatste woord over zijn identiteit gezegd wordt.
Hij valt niet met zijn mens zijn samen. Wij wel. Er kleeft een geheim aan Jezus.
Er is wat met die man aan de hand? Maar wat? De Bijbel laat dat extra’s uitkomen door Jezus ‘bijnamen’ te geven, die hem uittillen boven het gewone en verbinden met de wereld van God. In Marcus heet hij de Messias. In Matteüs ook ‘de Zoon van de levende God’. Hij heet in het Nieuwe Testament ‘Zoon des mensen’, ‘Zoon van David’, ‘Heer’, ‘Woord van God’, ‘Knecht van God’, ‘Profeet’, ‘Hogepriester’, ‘Koning’, ‘Redder’. Allemaal namen of liever gezegd titels met een hoofdletter geschreven. Een enkele maal wordt hij kortweg en gedurfde ‘God’ genoemd. Vooral de titel ‘Zoon van God’ wordt als een schot in de roos ervaren. Alles om aan te geven, dat het bestaan Jezus vanaf zijn aardse oorsprong, in de moederschoot al, verankerd lag in God. Jezus was vanaf zijn eerste cellen als geen ander verweven met de Schepper.
Hij was vanaf het begin tot het einde verbonden en verknocht aan God, zijn Vader in de hemel. Jezus zoon van Maria en Zoon van God.
Jezus als mens woont naast ons. Dat Jezus ook aangeduid wordt als de Zoon van God schept afstand, denk ik. Een afstand zo’n beetje zo groot als die tussen hemel en aarde. Te goddelijk. Niet menselijk meer. We bereiden ons in de periode van Advent voor op het Kerst feest, dat een brug wil slaan tussen de mens Jezus en Jezus als Zoon van God. Heel laag bij de grond, in een kribbe in de stal van Bethlehem namelijk ligt, verkondigen de engelen aan de herders ‘de Messias, de Heer.’ Die baby, zo mooi close. Zo kind van Maria. Zo ‘kind van God’. Zo nabij! Immanuël. God met ons.

De maagdelijke geboorte
Jezus als mens, dat is een betrekkelijk eenvoudig verhaal. Hij zal een moeder hebben gehad. Die is er. De puber Maria leverde de eicel. Jezus als de Zoon van God de Vader is omgeven met raadsels. Is er wel een aardse vader in het spel als Jezus de Zoon van God wordt genoemd? ‘Nee!’, zegt de Bijbel. Er is sprake van een maagdelijke geboorte geven de evangelisten Lucas en Matteüs aan.
Dus vraagt Wladimir van 49, die heus wel weet hoe de wereld op dit gebied in elkaar steekt, zich af: ‘Maria kan toch niet zomaar in verwachting raken? Vroeger maakte ze ons deze ‘verhaaltjes’ wijs op school.’ Prof. dr. Klaas Smelik,
een Bijbelwetenschapper van wie ik in het grijze verleden nog kort les heb gehad, geeft hem antwoord. Als wetenschapper kruipt hij in zijn hoofd, wat ook van hem verwacht wordt en komt hij met de volgende logische verklaring: ‘Beste Wladimir, Jozef is gewoon de vader. Punt. Dit is historisch gezien het meest voor de hand liggend. Het bericht over de maagdelijke geboorte is dan een later ontstaan verhaal om op de unieke positie van Jezus als Gods zoon de klemtoon te leggen. Het was in die tijd (2000 jaar geleden) niet ongebruikelijk om in de mogelijkheid van een maagdelijke geboorte te geloven. Met ‘dit antwoord lijkt mij het waarschijnlijkst,’ besluit professor Smelik zijn rationele verklaring. De maagdelijke geboorte is een soort legende.
Punt. Kunnen we mee leven. Makkelijk zat. Snappen we.
Geloof geeft een ander en moeilijker antwoord dan ons IQ. Het geloof zegt de engel Gabriël na: ‘Voor God is alles mogelijk!’ Deze onlogische verklaring blaast alle academische antwoorden op. Volgens de verhalen uit de Bijbel blijkt God een God, die concreet van doen wil hebben met mensen en hun geschiedenis.
Hij blijft niet boven mensen zweven. Ver weg. Zoek het maar uit! Hij laat zich met hen in. Hij wil handelend present zijn in het leven van mensen en doet daarbij soms vreemde dingen. Maria werd zwanger vanwege de Geest van God, die het leven schiep in haar schoot, aldus de geleerde en gelovige Lucas, die als dokter ook heus wel wist, hoe de wereld op dat gebied in elkaar stak. ‘God doet vreemde dingen en daar hebben we rekening mee te houden,’ citeer ik prof. Van de Beek, een collega van professor Smelik. Daar is Hij nu eenmaal God voor. In bepaalde kerkelijke kringen is het daadwerkelijk geloven in de maagdelijke geboorte het sjibbolet, het onderscheidende kenmerk van de ware gelovige. In andere kerkelijke kringen is het niet meer geloven in de maagdelijke geboorte het kenmerk van de ware gelovige. Zo oordelend en discriminerend naar beide kanten toe moeten wij wat betreft niet met de voorstelling van de maagdelijke geboorte omgaan. Geef elkaar de ruimte!
Ten slotte, ter verdere bezinning over dit onderwerp zou u in deze donkere dagen voor kerst na kunnen denken over de volgende vraag: Is ons menselijk bestaan een gesloten systeem, zo gesloten als een afgesloten conservenblik doperwten, of staat het open voor de werkelijkheid van God? Of te wel: Kan God bij ons of niet? Grijpt Hij nog in? In het leven van Maria. Bij anderen?
Bij mij? Of moeten we alles zelf doen? Nee, ontspant de Bijbel onze prestatiedrift. Nee, gelukkig niet. Er zijn zaken die God voor zijn rekening neemt. Er zijn zaken die God alleen voor zijn rekening kan nemen.

Een nieuwe schepping
Kijk, met enige regelmaat vallen er geboortekaartjes op de deurmat. Wij mensen kunnen nieuw leven verwekken. Populair gesproken heet het ‘we nemen kinderen’. Of ‘we maken kindertjes’. Ja, wij zijn heel wat mans en als het lukt -we ontvangen altijd nog kindertjes- komen er lieve, knappe, beroemde, zelfs geniale kinderen ter wereld. Leonardo da Vinci, Johan Sebastiaan Bach, Albert Einstein. Joep is net zo goed een wonder. Maar hebben wij mensen ook de potentie om het perfecte kind van God te maken, een voorbeeld voor iedereen? Kunnen wij de Messias verwekken? Wat een kind aangaat, dat door zijn volmaakte liefde tot zijn Vader in de hemel en tot zijn naaste, echt het verschil kan maken, ja, dan blijken de vruchtbaarste stellen, plotseling onvruchtbaar. Volmaakte liefde kunnen wij niet opbrengen en genetisch doorgeven. Gelukkig schuift God voor zijn Zoon met een hoofdletter geschreven de man opzij, Jozef, en gaat de Geest van God de schepper zijn eigen gang. En dan moet je eens zien! De nieuwe schepping van God heet Jezus en Hij is de nieuwe inzet voor een wereld volop in de problemen. Jezus is als dè kracht gegeven om de het vastgelopen project ‘Mensheid’ vlot te trekken. Dat had geen ander gekund. Hij is uniek!

En wij dan..?
Sorry mensen, dat de preek vanmorgen vooral over Jezus is gegaan en dat u als kerkganger er wat magertjes vanaf bent gekomen. Dat heb je wel eens in de kerk dat het over Jezus gaat. U had vandaag even een bijrolletje net als Jozef.
Ik zag ook wat mensen hier en daar wat gaan draaien. ‘Ik wil iets over mijzelf horen en niet links en rechts ingehaald worden door Jezus!’ Oké, snap ik! Nu over u! Jezus blijkt niet de enige schepping van de Geest van God. Hij is niet de enige Zoon van God. Mensen komen in aanmerking voor de titel zonen en dochters van de Allerhoogste. Kinderen van God. De evangelist Johannes laat u helemaal aan bod komen als hij wat mysterieus schrijft:

‘Wie Jezus ontvangen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.’

‘Zij zijn geboren uit de Geest,’ verklaart Johannes zijn visie verderop in het evangelie nader. Minder raadselachtig gezegd: Na Jezus Christus komen er gedoopte christenen die in zijn Geest willen leven. Uw beurt!

Geef een reactie