ER BRANDEN IN NEDERLAND TENMINSTE 16.978.077 KAARSEN

Lezen: Lucas 2 : 1 – 12

‘Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer.’ (Lucas 2 : 9)

Met Kerst vieren we dat het licht in de duisternis komt. We steken kaarsen aan als symbool van hoop. Kerst is voor iedereen een hoopvolle periode. Voor veel mensen is deze tijd juist extra moeilijk. Zij kunnen wel wat licht gebruiken. De Protestantse Gemeente te Waalwijk deelde tijdens een kersevenement op het Raadhuisplein op vrijdag 17 december kaarsen uit om weg te geven. ‘We zijn er van overtuigd dat licht meer wordt als je het deelt. U geeft dus niet alleen licht, maar ontvangt het ook, stond er in de flyer. In de Kerstnachtdienst werden korte beeldimpressies van het kerstevenement vertoont. De onderstaande overweging uit de kerstnachtdienst sluit aan bij het thema van het evenement ‘Geef licht! Ontvang licht!’.

Uitspraken
Mijn overdenking heb ik opgebouwd rond een aantal mooie uitspraken over licht en donker van een wetenschapper, een humanist, een schrijver, een bisschop een evangelist en tenslotte van een voormalige president van Amerika. We nemen hun levenswijsheden in ontvangst.

Onmisbaar licht
De eerste uitspraak heb ik gevonden bij de grondlegger van de moderne wetenschap, de geniale Francis Bacon. Ik citeer hem bij enkele gedachten over de onmisbaarheid van licht voor ons. Lieve mensen, wij zijn geen mollen.
Wij zijn er niet op gebouwd om als mollen onder de grond in het pikdonker onze weg te vinden. God wist dat. God wist dat wij zonder licht dood zouden gaan, toen hij ‘in den beginne’ vanuit de hemel op een woeste en doodse planeet aarde neerkeek, met louter onleefbare duisternis boven de oceanen. En Hij sprak: ‘Er zij licht!’ En er was licht! De gelovige en geleerde Engelsman Francis Bacon schreef naar aanleiding van de schepping van het licht in Genesis:

‘God schiep op de eerste dag alleen het licht. Aan dat werk besteedde Hij een hele dag.’

Willen we leven, dan zullen we allereerst alle aandacht moeten geven aan het vinden van de lichtknop. Het licht van de zon schenkt biologische leven. Maar van zonlicht alleen kunnen we niet bestaan. Er komt meer voor kijken. Het licht van lieve mensen die om je geven, genegenheid, dat geeft een gelukkig leven! Het licht van waardering, gezondheid, momenten van genieten, dat geeft leven! Het licht van zinvol werk, een dak boven je hoofd, openingen naar de toekomst, een levensdoel, leven! Geloof, hoop en liefde, deze lichtjes in allerlei soorten en maten in de figuurlijke zin van het woord schenken ons een zinvol goed leven met God en elkaar.
Helaas, deze geluksfactoren kunnen we niet tot de vanzelfsprekendheden rekenen. Dat het licht soms geheel of gedeeltelijk uitvalt, vertelden geïnterviewden op het Raadhuisplein tijdens het kerstevenement van de kerk ‘Geef licht en ontvang licht’ vorige week vrijdagavond. Over donkerheid wil ik het nu met u over hebben.

Verlangen naar het licht
De tweede uitspraak is van een intellectueel, die leefde in een tijd van door godsdienst geïnspireerde haat en nijd en oorlogen. Deze verlichte geest pleitte keer op keer voor door Jezus geïnspireerde humaniteit, respect en tolerantie. Ik heb het over de Nederlandse humanist Desiderius Erasmus. Wat hij schreef plaats ik boven enkele gedachten over ons diepe verlangen naar licht, dat afrekent met de duisternis. Hij schreef:

‘Geef licht en de duisternis zal vanzelf verdwijnen.’

Iedereen ervaart deze realiteit: het leven bestaat niet louter uit licht. Naast zonzijden, schaduwzijden. Tijdens het kerstevenement op het Raadhuisplein werden voorbijgangers uitgenodigd om een kaars als symbool van hun genegenheid en medeleven te brengen naar een bekende, die best wat licht en warmte gebruiken kon. ‘Geef licht en de duisternis zal vanzelf verdwijnen.’
189 kaarsen zijn er naar onze naasten gebracht, die in mindere of meerdere mate met donkerheid te maken hadden gekregen. Ze zijn er: verdrietige buren, rouwende familieleden, chronische zieken, ernstig zieken, die man en die vrouw die in een scheiding liggen, een werknemer met een burn out, een jong iemand zonder werk, eenzamen, De volgende zorgen, misschien wel angsten, komen er via de kranten en het journaal met hun gewicht bovenop: in een wereld die gist van de onrust verlangen we naar vrede. De wereldorde wankelt,’ concluderen deskundigen somber uit de opeenstapeling van conflicten. Er is een gevoel van groeiende onveiligheid, dat te wijten is aan de expansie van terroristische activiteiten en gewapende conflicten, en aan de steeds groter wordende aantallen vluchtelingen en ontheemden. In deze donkere dagen steken we massaal kaarsen aan, met elkaar en voor elkaar, als symbool van ons verlangen naar vrede, veiligheid, geborgenheid, troost, genezing, harmonie. Reken maar dat het diep, diep, diep in ons zit, dat verlangen naar licht. Rust. Je geaccepteerd weten. Iedereen bij elkaar. Geen ruzie! Het gezin compleet. Samen in de kerk. Iedereen welkom. Vrede in oorlogsgebied. De geschonden wereld heel. Geen breuken en brokken. Mensen, die in onvrede met elkaar leefden, bij elkaar gebracht. Alles goed. Geen haat. God dichterbij dan ooit en zijn sjaloom als een warme deken om ons heen. Echt Kerst!
Volgens mij branden er in Nederland tenminste 16.978.077 kaarsen, wat overeenkomt met de dagstand vanmorgen van het aantal inwoners in ons land volgens het CBS. Verlangen we niet allemaal naar licht, dat we voor elkaar kunnen ontsteken, zodat de duisternis zal verdwijnen. ‘Geef licht en de duisternis zal vanzelf verdwijnen.’

Onverschillig
De derde uitspraak heb ik van de Engelse schrijver Charles Dickens, ja, die van A Christmas Carol. Zijn boeken spelen zich af in de verpauperde wijken van Londen, ten tijde van de roetzwarte industriële revolutie in het Engeland van de 19e eeuw. Een citaat van hem:

‘Sommige mensen hebben, evenals vleermuizen en uilen, betere ogen voor de duisternis dan voor het licht.’

Ja, want niet iedereen droomt in de donkerste tijd van het jaar en met Kerst
van het licht dat de duisternis kan verdrijven. Ze zien het niet eens. Realisten als Scrooge onder ons zeggen: ‘Zal ik je uit de droom helpen?’ ‘Al die zoete dromen over het licht zijn onecht.’ ‘Mensen doen een paar dagen aardig tegen elkaar, hier en daar worden de wapens even neergelegd, maar na Kerst is alles weer vanouds.’ ‘Het wordt nooit wat!’ Zij gaan af op de werkelijkheid. Ze staren zich blind op de feitelijke realiteit. Je leest de krant, je kijkt naar het nieuws, je ziet veel verdriet en ellende om je heen, je maakt zelf ook het een en ander mee en denkt: ‘Zo is de wereld en niet anders!’ ‘Zo blijft de wereld en het zal nooit beter worden.’ De nachtmerrie blijkt sterker dan het licht. ‘Sommige mensen hebben, evenals vleermuizen en uilen, betere ogen voor de duisternis dan voor het licht.’

Desmond Tutu, de optimistische, altijd lachende Anglicaanse aartsbisschop van Zuid-Afrika, indertijd vurig bestrijder van de apartheid en later een even vurig voorvechter van de verzoening tussen de voormalige vijanden, tussen blank en zwart, schreef:

‘Hoop is in staat zijn te zien, dat er licht is ondanks alle duisternis.’

Hij ontleende die hoop aan de geboorte van Jezus Christus in de Kerstnacht. ‘Hoop is in staat zijn te zien, dat er licht is ondanks alle duisternis.’ Dat was de vierde uitspraak in de reeks over licht en donker. Direct hierachter aan laat ik een uitspraak van de evangelist Johannes horen:

‘Jezus is het licht voor de wereld. Wie hem volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft het licht dat leven geeft.’

Jezus het licht van de wereld.
Met Kerst vieren we feest, omdat een klein Kind, de Zoon van God, licht en leven bracht in een donkere wereld. Hij liet verzoening, vergeving, menslievendheid, acceptatie en God is je Abba, je Vader en andere geluksfactoren landen op onze planeet. Hij sprak: ‘Er zij licht!’ en was licht!
We zingen naar aanleiding van zijn geboorte liederen over het licht dat doorbreekt in de duisternis. Zoals: ‘Er is uit ’s werelds duistere wolken een licht der lichten opgegaan.’ Of: ‘Nu daagt het in het oosten, het licht schijnt overal: Hij komt de volken troosten, die eeuwig heersen zal.’ Jezus bracht licht in de wereld, in het leven van heel veel mensen. Zij liefde waaierde in een breed spectrum uit naar zijn medemensen. Met hem en haar, stapte hij mee een donkere tunnel in, waar zij door pijn, verdriet, armoede, schuldgevoelens, falen en zoveel meer als het ware in terecht waren gekomen. Ze zagen geen uitweg. Stekeblind als ze waren, als mollen onder de grond. Hij wees hen de uitgang. Hij hielp hen met woorden en daden de opening naar God te vinden, God die licht is en in wie geen spoor van duisternis te vinden is. Het licht doorgeven
is hoop geven door net als Jezus met die medemens, die het moeilijk heeft mee te durven lopen in het donker en hen te blijven wijzen op de lichtpuntjes. Samen met hen een opening zoeken, waardoor het leven weer wat lichter wordt.

Tenslotte een laatste uitspraak in dit verband, eentje van de oud-president van de Verenigde Staten, Ronald Reagan:

‘Wanneer je het niet lukt om hen het licht te laten zien, zorg er dan voor dat ze de warmte kunnen voelen.’

Geef een reactie