Een cursus ‘spreken met God’

Op het verzoek van zijn discipelen geeft Jezus les. Dat kan voor niemand kwaad. In zijn onderwijs zit een parabel met de titel ‘Een vraag in de nacht’ (Bijbel in Gewone Taal). Deze onbekende parabel heet ook wel ‘De gelijkenis van de onbeschaamde vriend’ noemen. Het punt dat Jezus wil maken: ‘Wie vraagt ontvangt, wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.’ (Lucas 11 : 10) Hoe eenvoudig kan het zijn?
De preek geeft geen ingewikkelde beschouwingen als antwoord op lastige vragen. Worden gebeden verhoord? Moeten we überhaupt nog wel bidden? Waarom moet God op de hoogte gesteld worden van onze verlangens als hij alwetend is? Gebeuren er wonderen op het gebed? Helpt bidden? We gaan na wat Jezus’ parabel betekent voor ons bidden.
Natuurlijk spreken we in de dienst het gebed dat Jezus ons leerde uit. Iedere wereldgodsdienst heeft zijn eigen vorm, waaruit het karakter spreekt. De boeddhisten hebben hun meditaties, de moslims hun strijdkreet en belijdenis, het Oude Testament de Tien Geboden. Een gebed om persoonlijk en gezamenlijk te bidden typeert het christendom:

‘Vader, laat iedereen u eren.
Laat uw nieuwe wereld komen.
Geef ons elke dag het eten dat we nodig hebben.
En vergeef ons wat we fout gedaan hebben,
want wij vergeven ook andere mensen hun fouten.
Help ons om nooit tegen u te kiezen.’

Lezing: Lucas 11 : 1 – 13
‘Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan.’
Lucas 11: 9

1. Vakantie

Vorig jaar waren we op vakantie in Brazilië. Als ik er nog aan terugdenk… ’s Morgens vroeg eerst een frisse duik in het zwembad. Om een uur of acht de wandeling over het paradijselijke strand van het luxe appartement aan de Atlantische Oceaan naar het dorpje Cumbuco. Het plekje was ooit een typisch vergeten Brazilaans vissersdorpje, nu de place to be voor kite surfers.
Na wat boodschappen voor het ontbijt te hebben afgerekend in de plaatselijke supermerdo wandel je zonder haast en agenda terug over het zand. Hand in hand. Een eenvoudige Hollandse dominee waant zich miljonair. Zonzeker. Een aangename temperatuur door de aanlandige wind. De oceaan in blauwgroene scharkeringen zover het oog reikt, waarvan het lauwe water in wit schuimende golven bruine voeten omspoelt. Gekleurde, bollende zeilen van de kite sufers.
Palmbomen.
‘Blijf altijd bidden,’ schrijft Paulus aan christenen in Tessalonica, Griekenland, ‘en dank God altijd.’

‘Dank God!’

Je denkt: ik droom en ik hoef nooit meer wakker te worden. Maar zo zit de echte wereld alleen die twee weken op vakantie in elkaar.

Hint
Op een dag liepen we terug naar het appartement. Het strand lag bezaaid met genietende, rijkere Brazilianen, die, daar heb je het al, door hun minder fortuinlijke landgenoten van drankjes en diensten werden voorzien.
Een groepje van een stuk of 10 Braziliaanse dorpelingen trok onze aandacht.
In een kring stonden ze midden op het strand. Hand in hand en met gesloten ogen. Een gebedskring!
In Cumbuco hebben wij gekerkt bij een Pinkstergemeente. Tijdens de gebeden gingen er met regelmaat handen expressief de lucht in. ‘Ik wil dat de mannen op alle plaatsen bidden met opheffing van heilige handen, staat er in 1 Tim. 2 : 8.’ Oké! Zij lieten hun emoties de vrije loop. ‘Halleluja!’ ‘Amen!’ In de biddende kring zullen broeders en zusters van de plaatselijke Pinkstergemeente hebben gestaan, die heel ontwapenend en zonder schaamte midden op het strand tussen de badgasten onder een strak blauwe hemel om de beurt en hardop verbinding maakten met hun Schepper en Redder.

Nosso Pai…
Onze Vader, Abba, papa…

Indrukwekkend! Zelf bidders voelden we ons aangetrokken door de gebedskring. Ergens hadden we er wel tussen willen gaan staan. Een bruine hand pakken en zo hand in hand mee willen voelen, ervaren, bidden, één met broeders en zusters aan de andere kant van de oceaan. Gastvrij en vriendelijk als Brazilianen zijn, waren we vast zeker welkom geweest. We deden het niet. We durfden niet! Gek eigenlijk die barrières tussen christenen! We liepen weg uit de gemeenschap der heiligen, enigszins jaloers toch wel, omdat zij zo heel natuurlijk in het openbaar spraken met hun Vader in de hemel. En wij maar tobben over het al dan niet bidden in een restaurant. ‘Snel even dan. Niet opvallen.’Als ik een jaar later aan die bijzonder ontmoeting op het strand van Cumbuco terugdenk, gaan de woorden uit het evangelie van Lucas 11 extra spreken.
‘Eens was Jezus aan het bidden,onder een strak blauwe hemel in de natuur op een berg en toen hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen, hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’ En Jezus leerde hen het Onze Vader, het esperanto-gebed onder de gebeden, dat christenen wereldwijd met elkaar verbindt:

‘Onze Vader, laat iedereen u eren.
Laat uw nieuwe wereld komen.
Geef ons elke dag het eten dat we nodig hebben.
En vergeef ons wat we fout gedaan hebben,
want wij vergeven ook andere mensen hun fouten.
Help ons om nooit tegen u te kiezen.’

Het begin is zo mooi: Onze Vader, Ons aller Vader…

Nacht
Niet alleen jaloers maar de leden van de Pinkstergebedskring maakten ons ook wakker uit onze vakantiedroom. De groep op het strand deed voorbeden voor zoveel naasten daar in de knel.

‘In mijn nood riep ik tot de HEER,
ik schreeuwde naar mijn God om hulp.
In zijn paleis hoorde hij mijn stem,
mijn roepen bereikte zijn oren,

Inspireert Psalm 18 tot gebed.

De zon schijnt, maar niet overal. Je voelt je onder de palmbomen van één van Braziliës mooiste stranden een miljonair, maar niet ieder heeft dat gelukzalige gevoel. Op een middag betaalden we omgerekend 7 euro voor een boottocht op de oceaan. Geen geld! Pedro en Hogiero, twee Braziliaanse jongens van een jaar of twintig, stonden aan het roer van de jangada, de platte, traditionele Cumbocaanse vissersboot. Zij waren vissers en schnabbelden met vaartochtjes voor de toeristen een centje bij. Je vraagt je af, wat voor toekomst hebben deze jongens. Varend vertelden we als rijke Nederlanders aan onze jonge kapiteins, dat onze zoon een geadopteerde Braziliaan was. Pedro deed zijn mond waarin een slecht onderhouden gebit zichtbaar werd, open
en sprak lachend: ‘Adopteer mij ook maar!’ Hij zag Nederland wel zitten. ’s Avonds zagen we aan de rand van het dorp hetzelfde soort jongens dealen en gebruiken. Cumbuco heeft als de zon ondergaan is een gigantisch drugsprobleem.
Jezus geeft zijn discipelen les in het bidden. Bidden voor mensen in de knel. Dat kan voor niemand kwaad. Hij verleent zeggingskracht aan zijn cursus ‘spreken met God’ door een verhaal over een bijzonder voorval te vertellen. Hij vertelt een vrij onbekende parabel of gelijkenis. De titel: ‘De gelijkenis van de onbeschaamde vriend die in het holst van de nacht aanklopte.’ De gelijkenis speelt zich af als de zon is ondergegaan en het nacht is geworden. Jezus roept zijn volgelingen op als priesters voorbede te doen voor een bezeten, duistere wereld, voor mensen in de knel, die belandt zijn in een uitzichtloze situatie.

‘Ik roep u dan vóór alles op dat smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen gedaan worden voor alle mensen,’ staat er in 1 Timotheüs 2:1.

Hier in de kerk staan dan wel niet zoals in Brazilië in een kring hand en hand in de natuur, maar iedere zondag nemen we net zo goed deel aan de wereldwijde voorbeden voor onze naasten, voor wie de zon niet schijnt, voor wie moeten leven in de schaduw. De hemel moet zo langzamerhand doordrongen zijn van die miljarden gebeden, zoals een spons helemaal vol gezogen kan zijn met water. Heer, laat uw koninkrijk komen!

De gelijkenis
‘Geef mij een hart, God…,’ Zegt een gebed voor de vakantie van Manu Verhulst ons voor.

‘Geef mij een hart, God,
een open hart en open handen
om naar mensen toe te gaan,
te luisteren naar hun verhalen,
te snoepen van hun vriendschap,
als de avond valt.’

De leden van de Pinkstergemeente en Pedro en Hogiero waren zulke mensen om naar toe te gaan, te luisteren naar hun verhalen en te snoepen van hun vriendschap, als de avond valt.
Michiel, werkzaam voor Jeugd met een Opdracht was er ook vorig jaar juli. We bezochten zijn basis in Aquiraz, in de buurt van Fortaleza. Daar hoorden wij hoe deze missionaire organisatie zich inzette voor straatkinderen en overhandigden hen namens de diaconie en enkele individuele gemeenteleden €1250,-. Michiel haalde ons eveneens bij de realiteit van Brazilië en leerde ons ook bidden.
Op een dag nam hij ons mee naar een gehucht genaamd Pau Bombo voor een pastoraal bezoek aan een gezin, dat nog niet zo lang geleden het evangelie had omarmd. ‘Maar eerst bidden,’ zei hij. ‘Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil,’ schrijft de apostel Johannes.
Michiel had ons voor het gebed meegenomen naar de openluchtkerk van Jeugd met een Opdracht. Hun huis van gebed bestond uit een stenen muurtje van pak weg anderhalve meter hoog, opgetrokken in de vorm van een wijde cirkel. Een rond dak van bladeren op palen hield de zon tegen. Wij mochten allemaal mee bidden en om de beurt vroegen we in eigen bewoordingen of God het bezoek van die middag wilde zegenen. ‘We zijn afhankelijk van God en daarom gaat aan ieder pastoraal bezoek een kringgebed vooraf,’ legde Michiel uit. Dat was precies wat Jezus met zijn les over het gebed wilde bereiken. Met de gelijkenis
over de onbeschaamde, brutale, opdringerige vriend die in het holst van de nacht aanklopt, hoopte hij van zijn volgelingen biddende bijtertjes te maken, die God met hun gebeden tot in het oneindige lastig zouden blijven vallen.

Er waren eens drie vrienden. ’s Nachts klopt de eerste hongerig en moe van een lange reis aan bij de tweede. De tweede kon niet helpen. ‘Helaas, niets in huis.’ Kan gebeuren. Geen nood een paar straten verderop woonde de derde vriend. Hij klopte er aan. U moet weten het was midden in het nacht en het moest wel een toestand worden. De deur van de woning was met balken en grendels gesloten tegen dieven en rovers. Het hele gezin lag op een matras in de woonkamer tevens slaapkamer in diepe slaap. Om aan het verzoek tot hulp te voldoen zou hij de hele familie moeten storen in hun slaap. Zijn huilende kinderen en blaffende hond zouden de hele buurt wakker maken.
Dan zegt Jezus: Ook al zou de vriendschap niet werken op dat ongelegen tijdstip. Alleen al het feit dat hij de man niet van zijn deur weg krijgt en deze onbeschaamd, brutaal en opdringerig aan een stuk door blijft bonzen op de deur zal dat kabaal hem niet doen opstaan om te helpen en een onuitgeslapen gezin de volgende dag en ruzie met de buren op de koop toe nemen?
Met de sleutelwoorden ‘Vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan, ’legt Jezus de gelijkenis uit.
Blijf vragen, blijf zoeken, blijf kloppen, hou vol, volhardt in het gebed. Bestorm de hemel! Geef dit unieke communicatiemiddel met God niet op!

Het goede
Toen we vorig jaar naar Brazilië vlogen, wisten we niet of de reis zou slagen. Spannend! Het was namelijk meer dan zomaar een vakantie. Onze Braziliaanse adoptiezoon wilde terug naar zijn land van oorsprong. Hij wilde, zoals hij treffend onder woorden had gebracht, het ontbrekende puzzelstukje genaamd ‘mijn roots’ opsporen aan de andere kant van de wereld en invoegen in het totale plaatje van zijn leven. De reis kon uitdraaien op een complete ontgoocheling. Waar zou hij en wij allemaal niet mee geconfronteerd worden in zijn geboortestad Fortaleza, een miljoenen stad met 700 sloppenwijken en maar liefst negen jeugdgevangenissen. Hoe zou het aflopen? ‘En?’ vroegen nieuwsgierigen bij terugkeer. ‘En?’ Nou, we waren even in een paradijsje geweest, zowel letterlijk als figuurlijk. Als ik er nog aan terugdenk… Een gebed verhoord!
Bidden, leert Jezus ons aanhoudend bidden, loopt dat uit op een teleurstelling? Verhoord God ons?
Nou, dan ken je de adressant van onze gebeden van geen kanten zegt Jezus. Wie denk je wel dat onze Vader in de hemel is?

Luister… ‘Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven? Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven weten te schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet zijn heilige Geest geven aan wie hem erom vragen?
Een klein dingetje… Jezus leert zijn volgelingen niet dat hun gebed altijd verhoord zal worden. Onze Vader in de hemel is niet als een goddelijke Sinterklaas die onze wensen op het verlanglijstje geheel overeenkomstig met onze voorstelling even op een presenteerblaadje aanbiedt. Hij zal het goede aan ons geven. Geen slechte, maar een heilige Geest. Dat is toch wat anders. De Brazilië-reis had een flop kunnen worden, heel naar, maar dan was het toch goed voor ons geweest. Dat vertrouwen…

‘Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog voor jullie het hem vragen,’ geeft Jezus op een andere dag les aan zijn volgelingen.’
Een van zijn volgelingen Paulus, de zon scheen niet altijd in zijn leven, ervoer: ’Alles mag medewerken ten goede voor wie gelooft.’

Amen.

Geef een reactie