De twee gezichten van Egypte

PlugVanaf 5 tot en met 14 januari ben ik met een groep predikanten naar Egypte geweest. Deze reis werd georganiseerd door de GZB, een zendingsorganisatie in de Protestantse Kerk.

In Egypte maakten we kennis met de christenen daar. Tien procent van de inwoners behoort tot een christelijke kerk. Het overgrote deel daarvan behoort tot de Koptisch-Orthodoxe Kerk, een klein deel tot de Rooms-Katholieke, de Oosters-Orthodoxe of de Protestantse Kerk. Onze kennismaking betrof vooral de Koptische Kerk en de Protestantse Kerk.

Op de avond van 6 januari bezochten we de kerstviering in de Koptische Kathedraal in Caïro. De Koptische paus, Tawadros II, las in die dienst het kerstevangelie en hield een overweging. Eveneens Koptisch is de rotskerk in Caïro, gebouwd voor de inwoners van de vuilnisophalerswijk, die voor het grootste deel koptisch zijn. Aan de oevers van de Rode Zee bezochten we de kloosters van de woestijnkluizenaars Sint Antonius en Sint Paulus, die eveneens de uitvinders zijn van het kloosterleven.

Een bezoek aan Egypte kan niet zonder ontmoeting met de islam, verreweg de grootste religie aldaar. En tegelijkertijd bron van zorg voor christenen.

Na deze globale inleiding wil ik graag toespitsen op een bijzonder onderdeel van onze reis.

Toen de trein op de vroege zaterdagochtend 9 januari zuchtend in beweging kwam, ging deze op weg naar, voor mij persoonlijk, een van de belangrijkste doelen van de reis naar Egypte: de ontmoeting met protestantse christenen in Minya. In deze provincie in Opper-Egypte, 250 km ten zuiden van Caïro, en vooral in de hoofdstad ervan, die ook Minya heet, ontstond in augustus 2013 een geweldsexplosie tegen christenen. Vlak daarvoor was namelijk president Morsi, die behoorde tot de Moslimbroederschap, afgezet. Moslims zochten daarna in christenen een zondebok. Mensen werden gedood, kerken in brand gestoken. In elk geval toen werd duidelijk dat christenen niet bepaald veilig waren in Egypte.

Dat lijkt ondertussen helemaal anders. De huidige president werd op kerstavond toegejuicht door kopten in de kathedraal van Caïro en in zijn toespraak beloofde hij het herstel van beschadigde kerken te bekostigen. Een toezegging die hij overigens vorig jaar ook al deed. Die positieve stemming over Sisi ervoeren we ook in Minya, in het kleine plattelandsdorpje waar ik samen met een collega te gast was. Onder christenen wordt de gedachte breed gedragen dat Sisi zal zorgen, en als enige kan zorgen, voor de veiligheid van christenen. Dat klinkt tegenstrijdig met het doel van onze reis, nemelijk het bezoeken van de bedreigde kerk in het Midden-Oosten. Ook in Egypte. Is dat dan een overdreven gedachte? Loopt het allemaal niet zo’n vaart?

Het jaarthema van de zendingsorganisatie die onze reis organiseerde, klinkt toch in alle toonaarden: ‘Laat de kerk niet verdwijnen’. Ook de kerk in Egypte wordt gezien als een bedreigde kerk. Dat kan verwarring geven. Hoe zit het nu?

Het is goed om als christenen verder te kijken dan onze religieuze neus lang is. Vanavond zitten we hier bij elkaar met allerlei verschillende denominaties. In het kader van de week van gebed voor de eenheid. Verder kijken dan je religieuze neus lang is. Zo heb ik christenen in Egypte ontmoet. Egypte… een land met twee gezichten. In dat is best wel godsdienstvrijheid. Tussen de veelheid aan minaretten in het land zijn her en der ook kerktorens met een kruis, een koptisch kruis, te zien.

Op zondag werd in het dorpje waar we waren gewoon de klok geluid om de diensten aan te kondigen. En misschien komt Sisi zijn beloften na. Het zou allemaal kunnen. Al moet ik wel denken aan het derde vers van Psalm 146, over het vertrouwen op edelen, op het mensenkind bij wie geen heil is. In een van de berijmingen van deze psalm klinkt het: ‘Vestig op prinsen geen betrouwen, waar men nimmer heil bij vindt. Zou ge uw hoop op mensen bouwen?’ Het antwoord op deze retorische vraag lijkt me helder.

Ik begrijp het wel. Na alle geweld van na de revolutie in 2011 is het bewind van Sisi een verademing. Tegelijkertijd geldt ook het andere. Christenen worden vaak als tweederangs burgers behandeld, vertelden christenen uit het plattelandsdorpje in Minya ons. Ze hebben vaak te maken met discriminatie en uitsluiting. Nog altijd! En dát bedreigt de kerk uit Egypte.

Ik sprak in het plattelandsdorpje Heba, een jonge vrouw van twintig. Ze volgt een toeristische opleiding in Minya. Ze wil gids worden in Gizeh, of in Luxor of waar dan ook in Egypte. Dit jaar zou ze in haar laatste gezeten hebben, ware het niet dat een docent haar heeft laten zakken. Niet om haar resultaten, maar omdat ze christen is. Dat gebeurt er óók, ondanks de goede voornemens van Sisi. En het is maar één van de vele verhalen die we hoorden. Inderdaad: de kerk in Egypte is een bedreigde kerk.

Maar dat kan nooit het laatste woord zijn.

Want als ik dan moet denken aan Psalm 146, dan ook aan het vervolg: de HEERE doet de onderdrukten recht. Waarom? Omdat Hij voor eeuwig regeert. In Egypte én in Nederland. Dat jaarthema wat ik net noemde is niet alleen een oproep aan christenen in Nederland: laat de kerk niet verdwijnen, maar het is bovenal een gebed: ‘HEERE Goid, laat de kerk niet verdwijnen!’ Hij bewaart Zijn kerk, ook als die soms tot niets lijkt gekomen te zijn.

Verder kijken dan onze neus lang is… naar elkaar, naar onze Heer, naar het Woord dat hij als een belofte meegeeft: want onze God is van generatie op generatie. Halleluja.

Geef een reactie