DE LAATSTEN ZULLEN DE EERSTEN ZIJN

In de eredienst van zondag laten we de gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard op ons inwerken. Jezus’ verhaal geeft uitzicht op het Rijk van God. Een ‘gekke wereld’ waarin iedereen meetelt. Waarin iedereen mee mag doen. Waarin de laatsten in gelijke mate meetellen, als wie voorop zijn gegaan. Kortom: het gaat over de omkering in het evangelie.

Dat wordt dus omdenken. Niet altijd eenvoudig voor wie graag binnen de regels van de echte wereld blijven. We kunnen van slag raken. We gaan het toch doen. We laten ons ontregelen om oog te krijgen voor wie God werkelijk is. En om te ontdekken dat er geen goedkope genade bestaat.

Lezingen: Maleachi 3 : 16 – 20 en Matteüs 19 : 30 – 20 : 16

‘Of mag ik met mijn geld niet doen wat ik wil? Zet het kwaad bloed dat ik goed ben?’

Matteüs 20 : 15

Een gekke wereld

‘Het is met Koninkrijk der hemelen als…….’ En Jezus vertelt zijn wereldvreemde gelijkenis. Na een hete dag ploegendienst in een wijngaard vecht de vakbond een arbeidsconflict uit met de landheer, hun werkgever. De hoogte van het salaris van de contractarbeiders staat in ieder geval niet voor iedereen in verhouding tot het aantal uren dat de verschillende ploegen zich in het zweet hebben gewerkt. Kort of lang aan de bak iedereen ontvangt hetzelfde dagloon.
Dat is niet fair! Dat is not done! Geldt er dan geen bepaling uit de arbeidswetgeving? Niet die uit de gewone wereld. Die uit een wat gekke wereld. De wetten van het Koninkrijk van God zijn hier van kracht.
‘Ik wil gewoon goed zijn voor al mijn mensen, ongeacht hun urenbriefje,’ verdedigt de werkgever zich. ‘Ik laat mijn hart spreken.’ ‘Dan ben je goed gek!’, reageert de gewone, de echte wereld.

God is goed in België.
‘Ik wil goed zijn voor iedereen.’ Toen ik de ontboezeming las kreeg ik beelden uit België uit een grijs verleden voor de geest. De jaren zeventig. De Belgisch Evangelische Zending organiseerde in Kortrijk een missionaire actie.
Het thema was ‘God is goed’. -De goede werkgever uit de gelijkenis staat voor een goede God.- Ik nam toen deel aan deze missionaire campagne bij de zuiderburen en ik weet nog dat de organisatie duizenden groene stickers en posters had later drukken met daarop de woorden ‘God is goed’. We plakten ze binnen en buiten werkelijk overal op. ‘God is goed!’ ‘God is goed! ‘God is goed!’ Ik snap 45 jaar later ineens waar het thema vandaan moet zijn gekomen.
Uit de gelijkenis van Jezus met een landheer, die zijn mensen niet op grond van hun prestatie beloont, maar zijn hart laat spreken en uit goedheid geeft! Katholieken in België willen met goede werken de hemel verdienen, luidde toen veel te kort door de bocht de filosofie van de Belgisch Evangelische Zending. ‘Wij als protestantse organisatie willen deze mensen, die zo hun best doen, laten weten dat niet onze prestatie, maar de goedheid van God doorslaggevend zal zijn.’ Vandaar de slogan: ‘God is goed’. In hoeverre katholieken en protestanten nu nog het idee hebben, dat het hun goede daden zijn waardoor ze ooit met een plaatsje in de hemel beloond zullen worden, weet ik niet. Op een sterfbed leeft het vaak nog. Hoe het ook zij, Jezus onderwijst ons dat God oneindig goed is. De sticker van toen kunnen we nog best overal op plakken. God is goed! Hij geeft. Wij mogen ontvangen: vergeving van zonden en de belofte van het eeuwige leven om paar dingetjes te noemen.

Arbeider van het eerste uur

De goede landheer uit de gelijkenis doet denken aan een goede God. ‘God is liefde,’ schrijft Johannes. ‘In hem is geen duisternis, enkel licht.’ ‘Hij is barmhartig en genadig,’ staat er in de Psalmen. Wie zijn die anderen?
Wie zijn de arbeiders van het eerste uur? Wie zijn deze contractarbeiders die al vanaf zonsopgang in de wijngaard, Gods schepping, aan de gang zijn gegaan?
Lees het hoofdstuk ervoor! De discipelen, die al vanaf het allereerste begin van Jezus’ optreden hem zijn gevolgd, lijken bedoeld te zijn. Jazeker. Petrus vraagt namens deze selectie: ‘Wij hebben wel alles achter gelaten, Jezus, en wij zijn u wel gevolgd. Wat zal onze beloning dan zijn?’ Ons loon alstublieft! Respect voor Petrus en de anderen. Zij hebben broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen achterlaten voor Jezus. ‘De mens die alles achter gelaten heeft
omwille van mijn naam zal deel krijgen aan het eeuwige leven,’ garandeert Jezus hen. Afgesproken! Daar doen we het voor! De arbeiders van het eerste uur doen denken aan hen en anderen die heel consequent en radicaal aan hun roeping van Godswege gehoor hebben geven en het mag best wat kosten, tijd, energie, weerstand. Ze gaan ervoor. Het zijn de harde werkers in het Koninkrijk van God. De diy hearts. We kennen ze! We zien ze bezig. Ze houden de zaak draaiend. Respect! Maar hoe wordt er tegen de mindere goden aangekeken?

De arbeiders van het laatste uur

Wie is wie? Daar hebben we het over. Oké, nu de arbeider van het laatste uur.
Lees opnieuw het hoofdstuk ervoor. ’t Is er één. De evangelist vertelt in de aanloop naar de gelijkenis over de arbeiders in de wijngaard een verhaal over een rijke jongeman. Deze zoekt Jezus op en vraagt: ‘Meester, wat voor goeds moet ik doen om als beloning het eeuwige leven te ontvangen?’ Let op!
Jezus reactie lijkt het resultaat van mediatraining. Vertel vooral je eigen verhaal! In dit geval het goede nieuws. ‘Waarom vraag je mij naar het goede?’ antwoordt Jezus. ‘Er is er maar één die goed is!’ God. God is goed. Link met de landheer uit de gelijkenis! Belangrijk. Evangelie. Je aan de geboden houden, blijkt de rijke jongeman te hebben gedaan. Maar het is veel te veel van hem gevraagd als Jezus de rijkaard ook nog eens opdraagt zijn vele bezittingen te verkopen, de opbrengst aan de armen te geven en hem radicaal te volgen.
net zoals de discipelen van het eerste uur. De jongeman keert Jezus compleet gedesillusioneerd de rug toe. Hij niet. Zij wel. Jezus wendt zich na zijn afgang tot zijn discipelen van het eerste uur: ‘Slechts met grote moeite zal een rijke het Koninkrijk der hemelen binnengaan.’ ‘Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat.’ De leerlingen reageren ontzet met: ‘Wie kan dan gered worden?’ ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk!’ Want: ‘Er is er één goed!’ God. God is goed. Voor zover ik Jezus onderwijs begrijp moet het voor de rechterstoel van God goed afgelopen zijn met de rijke jonge man, die nou niet bepaald vooraan wilde lopen in het volgen van Jezus. Voor de rechterstoel van God. Ik gebruik even de juridische beelden uit het Jodendom van het Nieuwe Testament. God rechtvaardigt en accepteert hem en ons los van onze werken. Het Nieuwe Testament duidt die verrassende vrijspraak ook aan met woorden als ‘rechtvaardiging’, ‘verzoening, ‘zondenvergeving’, ‘aanneming tot kinderen’. Een oneindig goede God schenkt mensen de vergeving van zonden en het eeuwige leven uit genade. Overigens, niet iedereen vindt dat gaaf. Het zet kwaad bloed met name bij mensen die voorstander zijn van loon naar werken. In het koninkrijk van God komen deze prestatiegelovigen helemaal achteraan. de rijke jongeman, de tollenaar, Bartimeüs, de moordenaar aan het kruis, het verloren schaap, de verloren zijn, de heidenen…. Noem ze allemaal maar op. Die lui met lage cijfers op hun rapport zet Jezus vooraan. Zij zijn namelijk de verpersoonlijking van de goedheid van God. Hij geeft. Zij ontvangen. ‘Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.’ Met de omkering van het evangelie begint de gelijkenis en eindigt deze. ’t Is even omdenken vrees ik.

Een gelijkenis voor 31 oktober

Wat denkt u van het volgende idee? Op 31 oktober zal het precies 500 jaar geleden zijn, dat de reformator Maarten Luther zijn 95 stellingen tegen de misstanden in de Middeleeuwse rooms-katholieke kerk op de deur van de slotkapel te Wittenberg hamerde. Dit jaar Lutherjaar. Refo500. Wat vindt u ervan om op 31 oktober de gelijkenis van de werkers te lezen en te overdenken? Luther stelde namelijk deze vraag: Hoe word ik rechtvaardig voor God? Hoe ontvang ik vergeving van zonden? Er tegenaan? Nee. Luther ontdekte dat God zijn hart laat spreken en ons verklaart tot wat wij in onszelf niet zijn: rechtvaardig, zijn kind, zijn partner. Een goede God steekt zijn hand uit naar mensen ongeacht hun prestaties, veel, weinig, ja zelfs ondanks averechts werkende prestaties. Hij rechtvaardigt ons. We ontvangen een nieuwe naam. En in die rechtvaardiging mogen we loskomen van wat we zelf zijn en doen. We behoeven onszelf niet meer te bewijzen of te rechtvaardigen ten koste van anderen. God accepteert ons los van onze ‘werken’. Waarom?
Omdat God goed is! Omdat God liefde is! Omdat God vol compassie is! Omdat hij een hart heeft. Omdat Hij genadig is! Omdat Hij geeft zonder verwijt. Mensen, dit is nou het evangelie waarvoor wij samen zijn gegaan. Dit is nou het evangelie met een klassiek protestants accent waaruit we willen leven. Dit is nou het evangelie dat rust en ontspanning geeft. Dit goede nieuws creëert een oase in onze prestatiemaatschappij. Want: wie je ook bent, wat je ook in je leven gepresteerd hebt, presteert zal presteren, God houdt van je. Dat is wat anders dan ‘Je bent voor God oké’. We zijn niet oké. Maar ook al gaat het wel eens goed mis in mijn leven, en moet ik op mijn knieën, dan nog neemt God je aan. Dan juist neemt hij je aan. Hij verdraagt je zwakheid en kwaad. Ja, Hij vergeeft zelfs. Gedragen door die goedheid kun je leven en sterven. Dit is nou het evangelie wat ook willen delen met anderen.

Betaald

Nog een keer de gelijkenis. De landheer van de wijngaard betaalt het loon uit zonder een overeenkomstige prestatie van de arbeiders te hebben ontvangen.
Bijzonder. Dit is ook niet de echte wereld. We bevinden ons in het Koninkrijk van God. Ook incasseert hij de kwaadheid van de arbeiders van het eerste uur die hij over zich heen krijgt. ‘Zij krijgen net zoveel als wij. En ze hebben minder uren gemaakt! Oneerlijk!’ Het gemor en verlies wordt niet met de arbeiders van het laatste uur verrekend. God verrekent wat hij tekort komt niet met ons.
In zijn hart verrekent hij onze tekortkomingen. Zonder een volwaardige tegenprestatie van ons te verlangen kiest hij ervoor toch geheel voor ons beschikbaar te zijn. We ontvangen het volle pond. Vergeving van zonden.
De belofte van het eeuwige leven. Zijn nabijheid en kracht. Zijn Geest in ons.
Gaven. Hij geeft ons aan elkaar. God is goed! Die goedheid kost hem het leven van zijn Zoon. Goedkope genade bestaat niet. Gods keuze voor ons mensen is gevuld door zijn goedheid en door zijn offer gedragen. We stribbelen tegen.
Jezus’ verzoenend lijden en sterven is onze eer te na. We willen zelf presteren.
Onze verantwoordelijkheid nemen. Geven! De evangelist Matteüs schept ruimte voor hen die beseffen dat het stukwerk van hun prestaties uiteindelijk geen bron van leven is. Hij schrijft: ‘De Mensenzoon is gekomen om te dienen en zijn leven te geven als een losprijs voor velen.’

Geef een reactie