Dankend bij Eén

Nederland staat in de top tien van de wereldranglijst van rijkste landen. Toch blijft het lastig ‘Dank U wel!’ te zeggen. Geen tijd, geen erg erin, het komt er niet van. Eén keer in het jaar biedt de kerk extra de gelegenheid om dankbaar stil te staan bij alle mooie dingen in ons leven, onze welvaart en veiligheid. De Dankdag voor gewas en arbeid van woensdag 2 november is bij ons verschoven naar aanstaande zondag. We houden de jaarlijkse oogstdienst.
Uit alles waar we dankbaar voor kunnen zijn, licht de preek er vijf dingen uit.
We hebben het over de twitter van Gert-Jan Segers van de Christen Unie, de dobbelstenen van Einstein, de bramen van professor ‘Bram’, de balk boven de kerkdeur en het masker van Maarten Luther.

Lezen: Psalm 65

‘Iedereen die uw wonderen ziet, eert u.’

Psalm 65 : 9

De bouwstenen
De preek in de oogstdienst gaat over de twitter van Gert-Jan Segers van de Christen Unie, de dobbelstenen van Einstein, de bramen van Bram, ook wel prof. dr. A. van Beek genoemd, de balk in de Hervormde kerk van Rijswijk
en tenslotte over het masker van Maarten Luther. Allemaal redenen om God, onze Vader in de hemel, te danken.

Twitter
Eerst wat er in de twitter van Gert-Jan Segers staat over dankbaarheid. De twitter werd verstuurd op de dankdag voor gewas en arbeid. Afgelopen woensdag 2 november. Gert-Jan Segers is voorzitter van de fractie van de Christen Unie in de Tweede Kamer. ‘Man van m’n vrouw en vader van drie dochters,’ stelt hij zich op zijn website voor. Via hashtag # dankdag konden twitteraars op 2 november op internet hun dankbaarheid uiten. Ook veel niet-kerkgangers maakten van de gelegenheid gebruik. Gert-Jan Segers laat weten: ‘Genoeg geklaag hier. Des mooier die dankdag. Met leven in vrijheid en geliefde om ons heen is er ook veel reden voor dankbaarheid.’
Ik hoorde er dit in: we hebben het uitermate goed in Nederland. Maar ‘dank U!’ zeggen vinden we toch lastig. ‘Dank U, Gód! zo niet nog lastiger. We hebben de neiging om vooral te kijken naar wat er allemaal niet goed gaat. Kerkelijke perikelen. Vluchtelingen. De verkeerde, president van de V.S. Chaos in de wereld. De pensioenleeftijd weer omhoog. De beruchte fles die in plaats van half vol, half leeg is. En al dat zeurpieten en geklaag, terwijl Nederland in de top 10 van meest welvarendste landen in de wereld staat. Bij ons heerst er vrede, we krijgen goed onderwijs, we leven in vrijheid, we genieten van materiële voorspoed! Wat wilt u nog meer? Al vanaf 1578 biedt de kerk tussen 365 klaagdagen een dankdag aan. Eén dag in het jaar om eens extra stil te staan bij alle goede en mooie gaven, die wij uit de hand van onze Schepper en Redder ontvangen en Hem daarvoor te danken. Psalm 65 met als titel ‘God zorgt voor de aarde’ was en is bij uitstek een loflied om op die speciale dag in de kerkdienst te zingen. ‘Genoeg geklaag hier,’ twittert Gert-Jan Segers dus.
‘Des mooier die dankdag. Met leven in vrijheid en geliefde om ons heen is er ook veel reden voor dankbaarheid.’ Zo is dat!

God dobbelt niet
In de tweede plaats gaan we het hebben over de beroemde dobbelstenen van Einstein. Reden tot dankbaarheid, jazeker. Ik hoef deze briljante natuurkundige niet nader aan u voor te stellen. Einstein is een begrip, een icoon van de wetenschap, een mythe. Op 4 mei 1926 schrijft hij een brief aan een collega, Max Born. Nieuwe ontdekkingen hebben vertrouwde zekerheden in de wetenschap op losse schroeven gezet. Het toeval lijkt te regeren. Chaos en onzekerheid liggen op de loer. Klinkt bekend! In de bewuste brief schrijft Einstein als reactie: ‘Gott würfelt nicht.’ ‘God dobbelt niet.’ Hij bedoelt daarmee dat het reilen en zeilen in de kosmos geen ongeordende bende is, een zootje. God doet maar wat! Gelukkig regelen vaste natuurwetten de loop der dingen. De zwaartekracht laat een appel altijd vallen. De boel hier zit weldoortimmerd in elkaar. Psalm 65 sluit bij deze anti-toevalsgedachte aan en dankt en looft een machtige en sterke God, die de bergen stevig vastzet.
Bergen vallen niet om. We mogen dankbaar zijn dat niet alles het begeeft en in elkaar stort en tot puin wordt. Dat de boel niet doorbreekt, wanden, daken en dijken. Er is stevigheid, een leuning, regels, orde. Na de vast en zeker traumatische ervaring van de zondvloed verlaat Noach en de zijnen de reddingsboot genaamde de ark. Hij brengt een dankoffer en de Heer belooft deze stamvader van de mensheid: ‘Voortaan zal er altijd een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te maaien. Er zal altijd kou zijn en hitte, zomer en winter, dag en nacht. Nooit houdt dat op, zo lang de aarde bestaat.’ Seizoenen wisselen elkaar af. Na iedere nacht, gloort er een morgen. U moest eens weten hoe belangrijk voor ons het vaste ritme van het bestaan is. God houdt onze aarde draaiend. Je hebt vaste grond onder voeten. Goddank!

De bramen van Bram
Vandaag voert onze dank aan God de boventoon. Niet klagen, maar danken, voor de natuurwetten, die van het vak natuurkunde. We danken hem ook voor de natuur, of liever gezegd de schepping, die uit Genesis 1. Van de natuur was en is prof. dr. A. van Beek, ooit predikant in Raamsdonksveer en Raamsdonk, onderste boven. Hij komt er God in tegen. Daarom studeren erop, er dieper in doordringen. In 1993 bezochten mijn vrouw en ik ter kennismaking de pastorie van de Hervormde Gemeente Raamsdonk. De gemeente had mij beroepen als predikant. Tijdens de rondleiding toonde de gastheer ons een ongebruikelijke uitbouw aan de pastorie: de ‘bramenkamer’. ‘Aan deze kant stonden grote bakken met grond. Hier kweekte ons dominee, ‘Bramenbram’, zijn bramen uit de Biesbosch,’ legde de rondleidende mijnheer ons uit. Nog voordat ds. Van Beek promoveerde in de theologie, promoveerde hij 1974 op een botanisch onderwerp. Die Brombeeren des geldrischen Distriktes innerhalb der Flora der Niederlande. (De bramen uit het Gelderse district binnen de flora van Nederland.) Bramenbram is niet uit de natuur weg te slaan. ‘Al op de middelbare school hield de theologie van de schepping mij bezig,’ schrijft hij in zijn voorwoord van zijn boek ‘Schepping’. ‘Intensief beleefde ik de relatie met God als een directe nabijheid.’ Ja, in bramen, in de natuur kom je de Schepper tegen. ‘Uit één bedauwde en ontluikende roos kun je meer van God leren, dan uit tal van preken,’ was de mening van Maarten Luther. ‘De bossen zijn mijn kerk,’ vertelde iemand mij. God zelf is de kern en de kracht van het leven in bloem en blad. Hij is aanwezig tegelijk boven, buiten en door en door in het leven van de natuur. Hij woont in de Schepping. Vandaag danken we een verborgen God, die een tipje van zijn sluiter oplicht in zijn schepping. Hij komt te voorschijn in de mooiste kleuren, geuren en vormen van een bos bloemen op tafel, rozen in de tuin, paddenstoelen in het bos, de meest exotische planten van het oerwoud. Gelukkig is hij, die daar oog voor heeft. God die alles omvat, het maakt je leven zoveel rijker.

Oogst
‘Niet klagen maar nou eens een keer danken!’ twitterde Gert-Jan Segers. Wees dankbaar dat God niet dobbelt, schreef Einstein. We leven in universum dat luistert naar wetmatigheden, cadeautje van de Schepper. Bramenbraam voegt eraan toe: dank God voor zijn aanwezigheid in de natuur, een prachtig boek, waarin alles wat leeft, groot en klein, de letters zijn, die ons te lezen geven over de uitstraling van God, de Schepper op aarde. In de vierde plaats, in een oogstdienst danken we uiteraard ook de oogst. ‘Nu kunnen we dankdag houden, want de bieten zijn eruit’, zeggen de Zeeuwse boeren in november.
Voor mij persoonlijk is de dankdag voor het gewas op de akker vooral verbonden met de balk boven de deur van de Hervormde kerk van Rijswijk.
De balk met inscriptie maken deel uit een mooie herinnering uit mijn jeugd.
De gebeurtenis vormt een treffende illustratie bij Psalm 65. De psalmdichter schrijft na een periode van droogte en dreigende hongersnood, wanneer het eindelijk is gaan regenen:

10 U zorgt dat de aarde vruchtbaar is,
want uw rivieren zijn vol water.
Daardoor kan er koren groeien,
ja, zo kan alles groeien.
12 U zorgt voor een goede oogst,
het hele jaar door.
overal is er meer dan genoeg.

De jeugdherinnering die Psalm 67 oproept, gaat zo…. Vijftig jaar geleden toerde een brommer door het agrarische Land van Heusden en Altena. Voorop de tweezits zat een tuinder in hart en nieren. Mijn vader. Als het maar even kon, groef deze natuurmens met zijn handen in de grond van zijn moestuin als ware hij schatgraver van beroep. Al het groen en geel op de akkers in het land van Heusden en Altena brachten hem in staat van verrukking, van zingende verrukking. Zeer tot ongenoegen van de jongen van een jaar of 10, 11, achterop de brommer. Mijn persoon. We waren op weg naar opa in Brakel. Ik schaamde me de oren van mijn hoofd. Uit volle borst zong mijn vader namelijk boven het lawaai van de brommer uit een psalm uit de kerk. Het lied ging over de vruchtbaarheid van de aarde, een geschenk en bewijs van de goedheid van de Schepper van hemel en aarde, ondanks alles wat er in de wereld goed fout zit. En hard zingen dat hij kon. ´De volken zullen, Heer, U loven, O Heer, U loven altemaal; Die d´aarde vruchtbaar maakt van boven, Dat z´ons op haar gewas onthaal. God is ons genegen; Onze God geeft zegen, Hij, die alles geeft, Hij zal zijn geprezen, Hem zal alles vrezen, Wat op aarde leeft.’ Psalm 67 in Oude Berijming. Het had voor hetzelfde geld Psalm 65 kunnen zijn. De zanger beleefde de natuur in een directe relatie met God. Op en langs de akker groeide en bloeide de bewijzen van Zijn gulheid, van zijn vriendschap met ons mensen. God is goed. Hij is onze Vader in de hemel. Hij draagt zorg voor zijn mensen. Wat anderen niet meer zien, of niet meer zien, die zijn meer in de weer met de evolutietheorie of wat dan ook, dat merkte hij op. De oogst was een geschenk uit de hemel. Een zegen van boven. Mijn vader, een rijk mens!
Hij beleefde intens de eenheid van drie, van Schepper, natuur en mens. Hij ervoer het verbond, de vriendschap, de uitgestoken hand van God. Hij voelde zich thuis tussen de akkers. En toen we langs het kerkje aan de dijk te Rijswijk reden, nam hij gas terug. Hij wees mij, de volgende generatie, op het opschrift in een balk op de gevel. Er stond geschreven: ‘Dank God in alles.’ Het zijn woorden uit 1 Thess. 5. Een moment om nooit te vergeten. Wie had dat kunnen denken? We vierden dankdag op het zadel van een brommer. Dank U God, voor alle mooie herinneringen.

Het masker
De preek gaat over een dankdag tussen alle klaagdagen. We danken God voor het vaste ritme in ons bestaan, voor de natuur, voor een overvloedige oogst.
Ten slotte laten we in de preek het masker, het mombakkes, van Maarten Luther de revue passeren. We treffen God in de natuur aan, wist Bramenbram.
Hij woont en werkt erin. We treffen God ook in de geschiedenis aan. Op een herdenkingsmunt uit 1588 staat ‘Gods adem heeft hen verstrooid’. De spreuk is ontleend aan Job 4 : 9. De munt werd geslagen ter gelegenheid van de ondergang van de Spaanse invasievloot de ‘Armada’ in de Tachtigjarige oorlog. Gods hand had hen mores geleerd. Hoe zouden moeders van verdronken soldaten daar over denken? God woont in werkt in de geschiedenis. In Psalm 65 staat het zo: ‘U maakt een eind aan oorlogen. Iedereen die uw wonderen ziet eert u.’ Maar wat te zien valt van God in de natuur en de geschiedenis, of mensen menen te zien is een masker. God zit op aarde achter een mombakkes verborgen. Natuur en geschiedenis zijn een verwrongen verschijningsvorm van de Schepper en Redder. Wij vermoeden God daarachter, wij vertrouwen erop dat hij daarin is. Maar wie is God? Wat doet hij precies? Hoe werkt het allemaal? Er gaat zoveel verkeerd in natuur en geschiedenis. Ziektes, aardbevingen,tirannen, honger, oorlog en ellende. Waarom verkleedt, omhult God zich? Antwoord: wij die niet eens tegen de zon in kunnen kijken, hoe zouden we God recht in het gezicht kunnen kijken? God is zo genadig dat hij zich verbergt. Tot hij zich openbaart daar, waar hij zich ten allerdiepste verborg. In een lijdende, klagende Christus aan het kruis. Want daar, waar Hij één wordt met de mens in zijn lijden tot in de dood, toont Hij ons zijn aangezicht vol compassie. Liefde. Wij danken God voor zijn liefde die Hij toonde in het lijden, sterven en de opstanding van Jezus Christus.

Geef een reactie