Kansen voor de kerk: Ga, en zie hoe God deuren opent – lezing ds. Otto Grevink 25-11-15

Kansen voor de kerk: Ga, en zie hoe God deuren opent

ds. Otto Grevink

Download hier de lezing in PDF

IMG_20141214_135010Toen ik  negen jaar predikant was had ik al veel gezien binnen de kerk. Mensen die gedreven door hun geloof zich inzetten voor jongeren en ouderen. Mooie vieringen waarin we elkaar bemoedigen. De kracht van het Evangelie kun je ervaren in de gemeenschap met elkaar. Ik heb ook een andere kant gezien. De hunkering naar nieuwe elan, nieuwe ideeën, nieuw mensen. En een kerkstructuur die daarin soms eerder tegenwerkt dan meewerkt. Iedere kerk probeert ieder voor zich en soms in wat voorzichtige gezamenlijkheid het hoofd boven water te houden. En dat valt niet mee. De kerk krimpt. En de krimp leidt tot kramp. Waar liggen de kansen voor de kerk?

Permanente Educatie

Na negen jaar predikantschap kreeg ik de kans om me te specialiseren tot missionair predikant. Dat kon binnen de Permanente Educatie voor predikanten. Iedere predikant wordt geacht binnen zijn werkzaamheden tijd vrij te maken voor Permanente Educatie, zoals dat heet. En iedere kerkenraad wordt dus ook geacht zijn predikant hiervoor tijd te laten nemen, en vervanging te zoeken voor dat wat hij of zij niet kan doen. Het vroegere studieverlof van drie maanden eens in de vijf jaar, is nu uitgesmeerd over die vijf jaren. Met cursussen en studiedagen worden predikant geacht voldoende studiepunten bij elkaar te verzamelen die gelijk staan aan drie maanden studie, eens in de vijf jaren.  De basis van hoe je dat gaat doen ligt in je scholingsplan, dat je als predikant in samenspraak met je kerkenraad, hebt opgesteld, en ter goedkeuring hebt voorgelegd aan de classis. In dat scholingsplan staat wat je zou willen leren, welke vaardigheden je zou willen vergroten, en hoe je dat zou willen doen. Meestal gaat dat met losse studiedagen en cursussen, maar er zijn ook opleidingen die groot genoeg zijn om te voorzien in alle studiepunten voor die vijf jaar. De missionaire specialisatie is er zo één. In een intensieve opleiding van twee jaar verdiepen we ons in de kansen voor de kerk, zowel theologisch, als ook praktisch. Deze studie heeft me zoveel gebracht aan inzichten over de kerk. En die inzichten wil ik nu graag met jullie delen op deze avond.

Een kansel voor de kerk

Als illustratie bij deze lezing over kansen voor de kerk zie je een foto van een kansel voor de kerk. Ik kwam deze kansel tegen op een studiereis die wij maakten door Londen, waar allerlei Fresh Expressions of Church, nieuwe frisse kerkvormen, ontstaan. Deze kerk, St. James’ Piccadilly, legt zich sterk toe op nieuwe vormen, vanuit een traditioneel gebouw. Op andere plekken worden ook andere gebouwen gezocht. Alles draait hierin om de vraag: waar ben je kerk? Met wie ben je kerk? Hoe zouden we hier en nu kerk kunnen zijn?

Voldoende dekking en bereik in onze regio?

Kerken in de LangstraatNu zou je kunnen denken: er zijn genoeg kerken in onze omgeving. Klein Waalwijk telt alleen al vier protestantse kerken, Sprang-Capelle alleen al drie binnen de Protestantse Kerk in Nederland, en Waspik ook één. En ’s Gravenmoer ook twee binnen dezelfde PKN. Overal is wel een kerk te vinden, en die zijn nog op zondag open ook, allemaal. Dus als mensen naar een kerk willen komen, dan is die er. We hebben, om met de KPN te spreken, als PKN een volledige dekking. Maar heeft iedereen ook bereik? Weet iedereen verbinding te maken met de kerk, als hij of zij zijn weg zoekt met geloven? Ik durf vanavond te zeggen dat het antwoord daarop nee is. Nee, niet iedereen weet verbinding te maken met de kerk. Veel mensen verliezen ook de verbinding met de kerk. Ze vinden er hun plek niet meer. De oorzaak daarvan wordt wel in de kerk gelegd bij de ‘secularisatie’. Dat moeilijke verzamelwoord, dat iets zegt over hoe mensen tegenwoordig in het leven staan. Individualistischer, mondiger, zelfstandiger enz.

Ligt het aan de secularisatie?

In het eerste jaar van mijn studie heb ik nooit het woord secularisatie horen vallen. Waarom? Omdat als je naar een ander wijst, en nog altijd vier vingers naar jezelf wijzen. Zijn de mensen weggelopen, of hebben wij ons als kerken onvoldoende aangepast? Dat is een hele spannende vraag, omdat het natuurlijk niet zo is dat wij onze boodschap – wat heet: de boodschap van Christus – aanpassen aan de grillen van de tijd. Toch loont het om eens wat meer werk te maken van het nadenken over met wie we kerk willen zijn. En wat dat betekent voor ons als kerk? Allereerst wil ik daarover met jullie nadenken. Daarna komen we terug op hoe we op dit moment kerk zijn. Om vervolgens te bezien waar de kansen liggen.

1. Kerk in elke context

Elke kerk op elke plek is anders. Als predikant zie je veel kerken van binnen, soms voornamelijk binnen je eigen richting. Maar ook daarbinnen valt de grote verscheidenheid op. In liturgie, in gebouw, in de betekenis die mensen hechten aan bepaalde gewoonten. En je zal wellicht zelf ook wel eens in andere kerken komen. En op vakantie valt het zeker op hoe verschillend kerken zijn. En soms kost het ook even moeite om te begrijpen, waarom een gebouw er op die manier uit ziet, en waarom er nu precies die activiteiten worden gedaan. Veel meer dan we vaak beseffen is een kerk niet tijdloos en plaatsonafhankelijk, maar bepaald door de context. De context waarin we leven zijn al die dingen die ons leven bepalen en onze keuzen die we maken hoe we leven. Dus wat voor werk we doen of gedaan hebben. Of we rijk zijn of arm. Welke vragen we hebben over hoe je kunt leven, maar ook over geloven. Wat houdt ons bezig? Waar worden we door geraakt? Hoe ziet ons leven eruit? Dat alles is onze context. En die context kunnen we nooit los zien van hoe we kerk zijn. De context bepaalt onze geloofsvragen, de thema’s die voor ons belangrijk zijn. En de context bepaalt welke uitingsvorm de kerk krijgt. Als je relevant kerk wilt zijn, dan moet je je dus richten op de context. Waar ben ik kerk? Met wie ben ik kerk?

Moeten we ons wel aanpassen aan de context?

Een dergelijke benadering van kerk kan botsen met een traditionelere blik op de kerk. De kerk die een boodschap van boven heeft, een boodschap van God voor de wereld. Een kerk, die staat voor een traditie, die onze plaats en onze tijd overstijgt. Die leveren we niet in voor de grillen van de tijd. Een beetje stevig neergezet: het gaat niet om wat wij te zeggen hebben, maar om wat God te zeggen heeft. Daar kunnen wij dan onze woorden aan geven en vormen bij bedenken, maar Gods Woord is al vormgegeven.

Gods Woord spreekt in elke context anders

Laten we dan bij Gods Woord beginnen. ‘In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen.’ Zo begint Johannes zijn Evangelie. In het Woord was leven. Sterker nog: het Woord werd vlees. Jezus was God sprekend. Gods Woord kwam onder ons leven. Voor mij is dat heel belangrijk. Ook voor mijn visie op de kerk. Ik geloof in Jezus. En dat betekent dat ik geloof dat het Woord leeft. Dat het Woord van God zich vertelt in onze wereld. Zoals Jezus met de twee Emmaüsgangers opliep. Ik hèb dat Woord niet. Het Woord leeft. En ik moet op zoek naar waar het zich vertelt. Als Jezus zegt in zijn zendingsgebod: ‘Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen’, dan betekent dat dat ik niet op weg ga om op te leggen hoe mensen moeten geloven. Dan ga ik op weg om te zoeken hoe het verhaal van God zich vertelt op de plek waar ik heen ga. Dus niet: ‘kom naar ons, en ik zal je zeggen hoe het zit’, maar: ‘hoe spreekt of kan het Woord van God spreken in jouw leven?’

Daarmee leveren we het Woord niet uit. We nemen de traditie zeker mee. Maar het Woord is meer dan dat. En juist Paulus, degene die de traditie bij uitstek verdedigt, wijst de jonge christelijke gemeente hierin de weg.

Anderen het juk van onze voorouders opleggen dat wijzelf niet kunnen dragen?

In het boek Handelingen lezen we over de worsteling van de jonge kerk. Wat moeten ze doen met al die niet-Joden die volgeling van Jezus willen worden? Moeten ze zich eerst bekeren tot het Jodendom, en besneden worden? Moeten ze zich houden aan de spijswetten? In de eerste synode, in Jeruzalem, volgens Handelingen 15, brengt Paulus verslag uit van zijn zendingsreis onder niet-Joden. En hij vertelt hoeveel mensen onder de niet-Joden volgeling van Jezus waren geworden. Reden om naar Jeruzalem terug te keren is dat enkele leerlingen van Jezus uit Judea ‘betoogden dat de broeders zich moesten laten besnijden, overeenkomstig het door Mozes overgeleverde gebruik, omdat ze anders niet konden worden gered.’ Paulus gaat daar tegen in het verweer en zegt: ‘God, die weet wat er in de mensen omgaat, heeft blijk gegeven van zijn vertrouwen in de heidenen door hun de heilige Geest te schenken, zoals hij die ook aan ons geschonken heeft. Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, wij geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze als zij.’

Wat je voelt als je door Handelingen leest is dat Paulus en de andere volgelingen van Jezus op hun zendingsreizen leren dat niet zij leerlingen maken, maar, zeggen ze even daarvoor, ‘God voor de heidenen de deur naar het geloof had geopend’. Dat Hij hen de heilige Geest schenkt. Geen enkel onderscheid maakt tussen ons en hen. Paulus heeft in navolging van het zendingsgebod van Jezus van de kerk een zendende kerk gemaakt. Een kerk die naar mensen toe gaat. En probeert te ontdekken hoe God de deuren bij mensen opent.

Kans voor de kerk om gast te zijn

Dit bijbelgedeelte is heel interessant als je nadenkt over de toekomst van de kerk. Want dat betekent dus dat de Geest geen onderscheid maakt tussen mensen die in de kerk zitten, en mensen die buiten de kerk staan. Mensen in de kerk zijn vaak geneigd om te denken: waarom komen ze niet? Waarom doen ze niet mee? En dat is ook heel begrijpelijk, vanuit de kerk bezien dan. Maar een kerk die niet naar mensen toe gaat, die niet gast is bij mensen, zal zien dat de Geest daar geen deuren opent. Of anders zonder dat de kerkmensen daar zicht op hebben. En dan gaat de Geest zijn eigen heilige gang.

Maar hoort er niet iets van kerk te zijn, waaraan je je conformeert, waar je bij moet horen, om, klassiek gezegd, behouden te blijven. Is dat niet onze drijfveer om mensen naar de kerk uit te nodigen? Dezelfde vraag stellen leerlingen van Jezus ook in dit bijbelgedeelte. Moeten nieuwe leerlingen van Jezus zich niet houden aan onze gebruiken. Moeten ze niet besneden worden, ‘overeenkomstig het door Mozes overgeleverde gebruik, omdat ze anders niet konden worden gered’. En het antwoord is: nee. Paulus zegt: ‘ Hij heeft geen enkel onderscheid gemaakt tussen ons en hen, want hij heeft hen door het geloof innerlijk gereinigd. Waarom wilt u God dan trotseren door op de schouders van deze leerlingen een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen? Nee, wij geloven dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden, op dezelfde wijze als zij.’

Naar buiten! Ga! En zie hoe God deuren opent

Dat betekent iets fundamenteels voor de houding van kerken. Kerken zouden primair naar buiten gericht moeten zijn. We zijn christenen om de wereld in te gaan. En als we naar buiten gaan, de wereld in gaan, dan doen we dat niet om mensen vormen en gebruiken op te leggen, maar om te kijken hoe de Geest deuren opent.

Vooralsnog zijn we echter vooral als kerken bezig om te proberen mensen over de drempel van onze kerken te laten komen.  We maken ons zorgen hoe we behouden wat we hebben. En we willen dat de jongeren en hun ouders  voor de kerk behouden blijven. Daarmee bedoelen we, dat ze in de kerk blijven. Maar is dat de manier waarop de kerk overleeft? Dat is de spannende vraag.

2.  Hoe zijn we op dit moment kerk

Eén van de manieren om missionair te zijn is om aantrekkelijk kerk te zijn. Daarmee trekken we mensen. Gasten die in ons midden komen staan nogal eens versteld over de warmte en de inhoud van onze vieringen. Dat hoor je ook bij begrafenissen, momenten bij uitstek waar je veel gasten ontvangt. Dat het zo persoonlijk is, of wat mensen dan ook maar aanspreekt. Maar ook bij allerlei andere bijzondere vieringen trekken we nieuw publiek aan. En dat kan ertoe leiden dat mensen geïnteresseerd raken in de kerk om daar in geloof te groeien. De valkuil van deze benadering is dat we denken dat we daarmee in principe iedereen kunnen aanspreken. Dat is echter een misvatting.

Leefstijlen van onze achterban onderzocht

Onze landelijke kerk heeft samengewerkt met onderzoeksbureau Motivaction om te bepalen wie er nu eigenlijk geïnteresseerd zijn in de kerk zoals die nu zijn. Motivaction doet geen onderzoek naar leeftijden, inkomen, geslacht, werk en dergelijke zaken. Motivaction onderzoekt de leefstijlen van mensen. Welke waarden staan bij jou bovenaan, bijvoorbeeld huiselijkheid of avontuurlijkheid? Welke kranten lees je, welke TV-programma’s kijk je? Welke kleding kies je? Hoe richt je je huis in? Waar ga je naartoe op vakantie? Het zijn allemaal uitingen van welke leefstijl mensen hebben. Hoe ze in het leven staan. Motivaction onderscheidt zo 8 verschillende groepen naar levenshouding en levensstijl.

Kijken we naar de gemiddelde kerken, dan valt op dat twee groepen zwaar oververtegenwoordigd zijn: de traditionele burgerij en de postmaterialisten. De traditionele burgerij bestaat uit mensen die houden van een zekere orde en regelmaat, die het gezin als hoeksteen van de samenleving zien, en die traditionele normen en waarden hoog in het vaandel hebben staan. Vaak zie je in hun huizen bijvoorbeeld foto’s aan de muur. De postmaterialisten zijn mensen met een sobere levensstijl. Veelal zijn ze hoogopgeleid, en komen ze op voor sociaal onrecht en het milieu. Ik denk dat je de mensen in de kerken wel herkent hierin. Natuurlijk vallen niet alle kerkgangers onder deze groepen, maar wel veel. En dat is ook goed. Hier voelen deze mensen zich thuis.

Bereik van de kerken maar beperkt, en neemt af

Alleen zijn er twee nadelen: de traditionele burgerij neemt in omvang af. Dus de potentiële doelgroep van de kerk ook. En vervolgens: hoe bereik je dan de andere groepen? Kan dat überhaupt wel? Nu zijn er gedachten dat bepaalde groepen wel aanspreekbaar zijn met de waarden van de kerk. Daarbij wordt gedacht aan de kosmopolieten bijvoorbeeld, de wereldburgers. Mensen die hun blik verder weg werpen. Maar de vraag is of dat vanuit de bestaande kerken kan. En het antwoord daarop is dus nee. Waarom? Omdat mensen zo verschillend in het leven staan en verschillend hun waarden uiten, dat dat niet past in één vorm, in één uniforme kerk. Doet dat de eenheid van de kerk geen geweld aan? Dat denk ik niet. Mensen kunnen nog steeds met elkaar christen zijn, maar gaan daar andere dingen mee doen. De traditionele en moderne burgerij bijvoorbeeld staat heel argwanend tegenover de grote wereld die zo dichtbij komt via internet. Men leeft in een veel kleiner wereldje van een dorp bijvoorbeeld. Voor een kosmopoliet of een opwaarts mobiele is de wereld niet de straat of het dorp, maar de wereld op internet, op verre reizen, waar de postmaterialist zich weer voor inzet door in de wereldwinkel te gaan werken. Het één is niet beter dan het andere. Je kunt christen zijn in verschillende uitingsvormen en op verschillende manieren. Je kunt naar mensen omzien door bij je naaste in het dorp als bezoekbroeder op bezoek te gaan. Of je kunt tijdens je wereldreis lesgeven in Ghana. Maar dat betekent wel dat de belevingswereld van mensen zo kan verschillen dat je dat geweld aan doet als je ze per se op één plek bij elkaar in één vorm van liturgie met één bepaalde focus van je bijbeluitleg wilt hebben.

Mensen verschillen. En er is maar één Evangelie, dat klopt. Maar dat Evangelie kan in elke context, in elk leven met zijn eigen vragen en levensstijl anders spreken. En wie zijn wij om God te trotseren door op de schouders van nieuwe leerlingen van Jezus buiten onze kerken een juk te leggen dat onze voorouders noch wijzelf konden dragen?

Niet iedereen kan zich thuis voelen in één kerkvorm

Als ik kijk naar hoe wij op dit moment kerk zijn, dan valt me op hoezeer we leven vanuit de verwachting dat iedereen zich thuis moet kunnen voelen bij ons in de kerk. Het is voor velen in de kerk ondenkbaar dat je op een andere manier kerk kunt zijn buiten de eredienst op zondagmorgen en buiten de kerk. We voelen ons ook verlaten als mensen naar een andere kerk gaan. En we doen er alles aan om de eenheid te bewaren. Daar is op zich niets mis mee. De kerk is het Lichaam van Christus en elk deel van het lichaam heeft het andere deel nodig. Ja, dat klopt. En was het Christus zelf niet die opriep tot eenheid? De vraag is alleen of die eenheid altijd een zichtbare eenheid moet zijn in de ene kerk met de ene kerkdienst?

De pijn van kerk(onder)scheidingen tegenover 1+1=3

Nu hebben we natuurlijk een verleden van kerkscheidingen. En kerkscheuringen doen pijn. We zijn tenslotte het land waarin je met één Nederlander een gelovige hebt, met twee een kerk, en met drie een scheuring. En die gevoeligheid speelt een grote rol als we van mensen horen dat ze op een andere manier kerk willen zijn. Dat raakt een bijkans open zenuw. ‘Is het zo niet goed dan?’ Maar daar gaat het niet om. Als het gaat om verschillende verschijningsvormen van de kerk, dan gaat het niet om een strijd om de waarheid. Met alle narigheid van dien. Ook tussen mensen. Het gaat wel om openheid om de ene waarheid van het ene Evangelie te laten spreken in verschillende uitingsvormen, die aansprekend zijn voor verschillende mensen. Je hoeft je niet overal in thuis te voelen. Binnen het ene gezin kunnen ook moeder en zoon naar het ene concert gaan, en vader en dochter naar het andere, zonder dat ze daarin niet met elkaar kunnen samenleven. Sterker nog, ze hebben elkaar zo nog iets te vertellen ook.  En zo zou het in de ene Kerk van Christus ook mogen zijn. Als we ruimte geven aan elkaar dan zou 1 plus 1 wel eens niet ongeveer 2 kunnen zijn, maar 3!

Elke kern zijn eigen kerk

Gemeentegrenzen

Gemeentegrenzen PG Waalwijk – Kerk aan de Haven (links) en Ambrosiuskerk (rechts)

Want wat is de praktijk nu? De praktijk nu is dat iedere dorpskern zijn eigen kerk heeft. Dat zie je heel concreet bij de hervormde kerken. En de gereformeerden hebben een wat groter bereik, omdat ze kleiner in aantal zijn. Maar allemaal zijn de kerken opgebouwd vanuit het principe dat iedere kerk zijn eigen grondgebied heeft, zijn eigen gemeentegrenzen. En als je binnen die grenzen woont, dan hoor je bij die kerk. Tegenwoordig kun je je steeds eenvoudiger overschrijven naar een andere gemeente. En dat heet dan ‘perforeren’, omdat je via een gaatje door de gemeentegrenzen naar een andere gemeente gaat. Dan heet je tegenwoordig een ‘voorkeurslid’ te zijn. Hoe mooi ook dat dat kan, het schuurt wel. Want het is een uitzondering op het systeem.

 

Volkskerkgedachte vanuit het parochiale stelsel

Waarom delen we de gemeenten zo in? Bij veel mensen zit de gedachte van een volkskerk in hun hoofd. Een kerk voor het hele volk, van waaruit het hele volk gekerstend zou moeten worden. Christen zou moeten worden gemaakt. Maar de indeling van de gemeenten gaat verder terug. Het is eigenlijk de doorwerking van het parochiale stelsel van voor de Reformatie. In dat stelsel werd het land ingedeeld in parochies, zodat daar de mensen naar de kerk konden. Het opvallende daarbij is dat dit stelsel een missionaire insteek had. Het idee was namelijk: de kerk moet daar zijn waar de mensen zijn. De kerk moet aanwezig zijn. In de 19e eeuw is dat gedogmatiseerd tot de volkskerkgedachte, die na de Tweede Wereldoorlog nog gerevitaliseerd is door de kerkorde van de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk. Maar die volkskerkgedachte blijkt hopeloos achterhaald te zijn. En de reden daarvoor is deze kort gezegd: het oorspronkelijke parochiale stelsel ging ervan uit dat de kerk daar moest zijn waar de mensen zijn. De volkskerkgedachte kwam er in de praktijk – ondanks alle goede bedoelingen – op neer: de mensen moeten daar zijn waar de kerk is.  En dat doen ze niet. Gek hè? Als de kerk voor jou geen vertrouwde plek is; als die kerk bovendien nooit open is als jij tijd hebt; als die kerk geen vorm heeft waarin jij in je geloof kunt groeien, waarom zou je er dan heen gaan? Omdat het zo hoort? Als dat je enige argument is, dan telt het niet.

Ja maar, hoor ik de beleidsmakers al zeggen, we hebben die mensen nodig om onze kerk in stand te houden. Die zorg snap ik als predikant als geen ander. Maar als we vastzitten aan een gebouw en een organisatie, dan kunnen we dat toch mensen niet kwalijk nemen die zich daar niet in thuis voelen? De kerk is een uitingsvorm van de gaande beweging van de leerlingen van Jezus. Naar het zendingsgebod van Jezus en het voorbeeld van Paulus gaan we de wereld in. En als het huis van de kerk mensen onderdak geeft op die weg, dan is dat goed. Maar als die kerk niet daar is waar de mensen zijn, dan moet je de mensen niet verwijten dat ze niet komen.

Laat de gemeentegrenzen los, en kom toe aan de kern

Kerk2025Een voorwaarde om tot nieuwe kansen voor de kerk te komen is, om gemeentegrenzen los te laten. De volkskerkgedachte los te laten. Onze landelijke synode heeft die visie ook weergegeven in haar rapport voor de kerk in 2025. Met de mooie titel: ‘Waar een Woord is, is een weg.’ Mensen horen niet bij een kerk, de kerk hoort bij mensen. Daar moeten we zijn. Dat is eng, want dat betekent dat je niet meer vanzelfsprekend kunt bouwen op een kaartenbak met adressen in een afgebakend stukje Nederland. Nee, dat klopt. Maar dat kun je nu ook al niet. Hoe vaak lopen we al niet te leuren met onze vacatures langs alle adressen die we tot onze beschikking hebben. En hoezeer frustreert dat niet? En mensen geven al voorkeuren aan om elders te kerken. Laat dan gewoon de kramp van de gemeentegrenzen los. Scheelt ook een hoop zorgen om randkerkelijken, die toch niets met de kerk te maken willen hebben. Dat bedoel ik niet cynisch of onverschillig. Dat bedoel ik krachtig. We moeten ons als kerken niet focussen op lijfs- en gebiedsbehoud, maar op de kern: het Evangelie van Christus. En met wie we dat beleven, en met wie we dan onze kerken vormgeven, met hen bedenken we hoe we vanuit die kern de wereld ingaan. En dan kun je verrassende ontdekkingen doen hoe God de deuren ook bij anderen opent.

3. Pionieren naast de bestaande kerk

PionierenNieuwsbriefKlein2Onze landelijke kerk wil ruimte geven om nieuwe kerkvormen uit te proberen. Niet omdat de oude niet goed zijn. Maar omdat onze vormen mensen kunnen afstoten. Mensen de drempels van de kerk niet overkomen. Omdat we, zonder dat we het door hebben, hele groepen mensen uit de samenleving buitensluiten. Dat is geen verwijt. We hebben net gezien dat dat niet anders kan, als je je richt op een bepaalde vorm, die bij mensen met een bepaalde leefstijl aansluit, en bij anderen minder. Het is dus geen verwijt, hooguit wanneer je je daaraan gaat vasthouden als enige mogelijke vorm.

Experimenteren met nieuwe kerkvormen

De visienota van onze kerk ‘Hartslag van het leven’ schrijft hierover: ‘Experimenten met nieuwe vormen van kerk zijn gewenst. Creativiteit, met goede smaak en kwaliteit, moet een kans krijgen.’ De bedoeling van deze experimenten is dus niet, dat moge inmiddels duidelijk zijn, om mensen te vangen, maar om naar ze toe te gaan. En met mensen te zoeken naar nieuwe vormen.

Pioniersplekken

Die krijgen gestalte in pioniersplekken. Pioniersplekken zijn: Een vernieuwende vorm van kerkzijn die aansluit bij onze veranderende cultuur en allereerst gericht is op mensen die het evangelie niet kennen en niet (meer) betrokken zijn bij een bestaande kerk.

Wat nieuw is bepaalt de context

Wat vernieuwend is, is lokaal bepaald. Het hoeft niet gek of vreemd te zijn, maar wel iets dat niet gebeurd in de reguliere kerken. Met een nieuwe vorm richt je je op een nieuwe doelgroep, die je anders niet in de kerken zou zien, of die zich in de bestaande kerken niet thuis voelt. Nogmaals, dat alleen al te zeggen doet pijn, want we hebben het liefste iedereen in de kerk. Maar het zegt niets over ons, als we maar te gast durven zijn bij mensen. Want dat is de basis: vanuit de bestaande kerken gast zijn bij mensen. De bestaande kerken worden dus niet afgeschreven. Sterker nog: ze zijn de basis. Zonder de traditie van de bestaande kerken kunnen ook nieuwe pioniersplekken niet ontstaan. Ze hebben wel de ruimte nodig. Maar ze staan altijd in een traditie van de volgelingen van Jezus.

Meer manieren om missionair te zijn, ook binnen de kerk

Het is ook niet gezegd dat het de enige manier is om missionair kerk te zijn. We kunnen ook proberen om de bestaande kerk te revitaliseren. Dan draait het echt om de bestaande gemeente. We kunnen ook met een missionair project aan de rand van de kerk mensen enthousiasmeren voor de kerk. Pioniersplekken gaan ervan uit dat je als kerk naar buiten gaat, en dat je daar blijft. Dat je de mensen waarbij je te gast bent niet naar binnen probeert te krijgen, maar met hen kerk probeert te zijn.

Stapsgewijs naar een nieuwe kerkvorm: eerst luisteren

Zoiets ontstaat met luisteren. En dan een hele tijd niets. Luisteren, luisteren, luisteren. Dan te werken aan dienen en liefhebben. Om vervolgens iets van een gemeenschap te bouwen. En de navolging van Christus te verkennen, met elkaar over geloof te praten en dat te onderzoeken. Om daarna kerk zijn te ontdekken. Hoe zou kerk eruit kunnen zien vanuit wat wij met elkaar delen in ons leven vanuit het Evangelie.

Zulke experimenten zijn als experimenten niet gegarandeerd een succes. En hoeven ook niet grote aantallen nieuwe mensen op te leveren. Ze hoeven ook niet veel geld te kosten, en ook niet altijd door een dominee geleid te worden. Het zijn wel geen eilandjes. Ze worden begeleid door de landelijke kerk, en gesteund door lokale gemeenten. Laten we eens kijken naar een paar van die plekken:

<iframe width=”560″ height=”315″ src=”https://www.youtube.com/embed/oexbUYAQZfA” frameborder=”0″ allowfullscreen></iframe>

In al deze pioniersplekken zien we kansen om opnieuw over het Evangelie in gesprek te komen met mensen die het Evangelie niet kennen of die niet of niet meer betrokken zijn bij de bestaande kerken. Waarbij we ervan uit gaan dat deze mensen niet automatisch naar de bestaande kerken komen, hoe graag we dat ook misschien willen. Maar we gaan met die mensen op pad en kijken hoe kerk voor hen een zinnige vorm zou kunnen krijgen.

Omslag in denken voor bestaande kerken

Voor de bestaande kerk betekent dat een omslag in denken. Missionair kerk zijn betekent niet per definitie mensen binnenhalen, maar ze ook de kans geven een vernieuwende vorm van kerk zijn te ontdekken. Het betekent met mensen op pad gaan, en niet per definitie terugkomen. Het betekent niet loslaten of een vrijbrief geven, maar vanuit de traditie meegaan met mensen. Om met de twijfelaar, de ongelovige en allerlei andere soorten mensen in gesprek te komen. Met als enige doel: dat mensen volgeling worden van Jezus. Niet zoals wij dat willen, maar zoals God de deuren bij hen opent met Zijn Geest. Want dat is de enige reden waarom wij als kerk bestaan. Niet voor onszelf, niet voor het kerkgebouw, maar voor de Kerk van Christus.

Hoe ben ik nu zelf missionair als predikant

Julianaschool_SmallHoe maak ik dat nu zelf concreet vanuit mijn studie? Omdat ik leerde hoe belangrijk het is om gast te zijn bij mensen, ben ik naar school gegaan. Naar de Juliana van Stolbergschool. Een school met een Protestants Christelijke identiteit in Waalwijk. Ik ben daar elke woensdagochtend te vinden. Als gast. En ik blijf nadrukkelijk gast. Ik kom niet de kerk brengen. Ik kom ze ook niet verleiden om naar de kerk te komen. Ik kom luisteren, om vervolgens te zien wat ik daar kan doen. Ik heb enige jaren al geïnvesteerd in de relatie met de school. Men kent mij er inmiddels. Een aantal leerkrachten en ouders zit ook bij mij in de kerk. En zo zie je de band met de kerk terug in het gast zijn ergens buiten de kerk. Het is nooit zomaar los ergens. En dat is het hier ook niet. Maar ik ben het wel begonnen in het besef dat veel kinderen, hun ouders, en veel leerkrachten, het Evangelie niet meer of niet heel duidelijk, en de kerk niet of niet meer kennen. En omdat de kerk daar moet zijn waar de mensen zijn, probeer ik het gesprek aan te gaan. En dat levert wonderwel elke keer weer wat nieuws op om te doen.

Te gast op school

Ik ben uitgenodigd om in de klassen Hemelvaart en Pinksteren uit te komen leggen. Later heb ik ook andere bijbelverhalen verteld en het gesprek aangeknoopt met leerlingen hoe zij erover dachten. Een bijbelverhaal klinkt toch altijd weer anders op school, dan in een kerk. Dat ervaar ik ook als heel inspirerend.  Ik heb van onze landelijke jeugdorganisatie met de groepen 7 en 8 het spel Sirkelslag gespeeld. Ik heb een blog geschreven vanuit de vraag: wat moeten we met de paashaas op de placemats van de Lidl bij het paasontbijt? Een andere blog ging over dat spelletje met die potloden, Charlie Charlie, waarin geesten opgeroepen zouden worden. Ik ben mee gaan zoeken naar een nieuwe vorm van dagopeningen, waarbij we uitkwamen op de nieuwe Samenleesbijbel. Elke klas heeft dus weer een Bijbel dagelijks in gebruik. Ook voer ik pastorale gesprekken als daar behoefte aan is. Alles wat ik er doe is voortgekomen vanuit een vraag die ik hoor en door te kijken hoe ik vanuit mijn roeping als gast van dienst kan zijn. Ook door mee te lachen, mee pauze te hebben, de vaatwasmachine mee uit te ruimen. Maar bovenal te zoeken: waar komt het geloof ter sprake? En wat gebeurt er als het geloof ter sprake komt?

Ik hoef het niet alleen te doen, vertrouwen op Gods Geest

Vanuit wat ik nu doe ontstaan er plannetjes: vormen vinden om met kinderen en hun ouders bijbelverhalen te verkennen en misschien zelfs te vieren. Daar is wel een groep voor nodig, en daar moeten we aan bouwen. Maar dat hoeven we gelukkig niet alleen te doen. Ik ervaar het steeds weer als een geschenk van God, als er iets van het Evangelie vorm krijgt. En dan besef ik dat ik dat nooit zal kunnen overplaatsen naar de kerk, omdat die ruimte voor veel mensen vreemd is. Dus komt de kerk naar hen. En zoeken we naar vormen op die vertrouwde plek, om iets van kerk te laten ontstaan. Hoe en wat? De tijd zal het leren. Als we maar blijven luisteren, en vertrouwen op Gods Geest.

 

Literatuur

Michael Moynagh, Church for Every Context. An Introduction to Theology and Practice, Londen 2012, ISBN 9780334043690
Tomáš Halík, Geduld met God. Twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven, Boekencentrum 2014, ISBN 9789023927662
Maarten Wisse, Zo zou je kunnen geloven, Franeker 2013, ISBN 9789051944655Sake Stoppels, Oefenruimte. Gemeente en parochie als gemeenschap van leerlingen, Zoetermeer 2013, ISBN 9789023927334

Lees ook mijn eerdere lezing over het verlies aan betekenis van onze kerken en hoe we weer aan betekenis kunnen winnen.

Doe zelf ook eens de Mentality-test van Motivaction om te zien bij welke leefstijl jouw leven past.

1 Reactie
  1. Otto, wat een mooie lezing. Dat je ervoor pleit en er zelf aan werkt om het evangelie te brengen vanuit dienen en liefhebben (zoals de Heer Jezus zelf) luisterend naar en vertrouwend op Gods Geest. Met ruimte voor een verscheidenheid aan mensen. Het is dus van belang dat we leven vanuit Gods liefde in ons dagelijks leven. Dat door wat we doen, zeggen en denken mensen om ons heen iets van die dienende liefde kunnen zien. Is dat wat je bedoelt? Wat dan van belang is, is dat we leren hoe je dat kunt doen. Wat is die boodschap van het evangelie (dat we alleen door de genade van de Heer Jezus gered kunnen worden), wat betekent dat, hoe leef je die boodschap? Dat is wat we dan weer in de Kerk mogen leren. En dat is de plek waar we God gezamenlijk mogen eren, voor Zijn genade.

Laat een reactie achter

Bezoek ons:

Kerk aan de Haven

Grotestraat 121
5141 JP WAALWIJK

Ambrosiuskerk

Ambrosiusweg 25
5142 AA WAALWIJK

Zalencentrum t Anker (naast Ambrosiuskerk)

Mgr. Prinsenstraat 7
5142 SP WAALWIJK

PGML

De Protestantse Gemeente Waalwijk is onderdeel van het samenwerkingsverband van PKN kerken
PGML : Protestantse Gemeente Midden Langstraat.
Klik hier voor meer informatie en een overzicht van de PKN kerken die hiervan onderdeel uitmaken.

Wij zijn Protestant!

Leven. Zoeken. Geloven. Dat willen wij als protestantse gemeente in Waalwijk.
In onze gemeente helpen we iedereen die meer geloof in zijn leven wil toelaten.

We ondersteunen mensen die zoeken naar God. En we zijn enthousiast over ons leven dat we met elkaar delen.

Wij vieren en zien naar elkaar om. Samen zetten we ons in voor onze jeugd, voor de samenleving en voor de verdieping van ons geloof. Neem gerust contact op als je een vraag hebt. Wij zijn er voor jou!

Ds. Bert van der Linden | 0416-332323 | 06-88446753
dsbertvanderlinden@pgwaalwijk.nl

Ds. Marlies Schulz | 06-34292536
ds.marliesschulz@pgwaalwijk.nl

Bij ons in de buurt

Waalwijk ligt midden in de Langstraat. De stad is groot geworden in de schoenenindustrie, waar Greve en Van Haren de bekendste merken zijn. In het schoenenmuseum is dat te beleven. In de prachtige omgeving kun je genieten van rust en avontuur.

De Loonse- en Drunense duinen zijn om de hoek te vinden voor een spirituele wandeling. En voor een thrill-ride ligt op 5 kilometer de Efteling.

Te gast op één van de campings in Kaatsheuvel of Efteling Bosrijk? Wees welkom in onze vieringen en activiteiten om ons enthousiasme te ervaren!

Geef

Geef aan wat je waardevol vindt. Help ons werk te kunnen blijven maken van het Evangelie!

Onze gemeente steunt diverse projecten en geeft ook incidentele noodhulp voor individuele of massale nood. Steun onze diaconie daarom met een gift op NL13RABO0165864680, of geef direct.

In onze gemeente zetten vele vrijwilligers zich in voor de vieringen, het omzien naar elkaar, het onderhoud van de gebouwen en het werk in de samenleving.

Daarnaast zetten we beroepskrachten in om met ons de plannen uit te voeren. Ook willen we onze gebouwen bij de tijd houden en onderhouden om in samen te kunnen blijven komen. Met jouw gift maak je dit mogelijk!

Steun onze kerk daarom met een gift op NL41FVLB0699844967, of geef direct in onze webwinkel.

Wij zijn een ANBI-geregistreerde instelling:

ANBI kerk
ANBI Diaconie